id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 juli 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210707.VAK.1 Rolnummer: P.21.0760.N Zaak: K. contra BELGISCHE STAAT, ASIEL EN MIGRATIE Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2021-07-12 Raadplegingen: 762 - laatst gezien 2026-06-19 02:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen artikel 29, tweede lid, en 71, eerste lid, Vreemdelingenwet volgt dat wanneer het onderzoeksgerecht kennis neemt van het beroep dat de vreemdeling krachtens artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet heeft ingesteld tegen een vrijheidsberovende maatregel, op een ogenblik dat de geldigheidsduur van die maatregel is verstreken maar er een beslissing tot verlenging is genomen, het bij de beoordeling van de wettigheid van de opsluiting de regelmatigheid dient na te gaan van de beslissing tot verlenging; dergelijke beslissing tot verlenging van een vrijheidsberovende maatregel maakt evenwel geen nieuwe zelfstandige maatregel van vrijheidsberoving uit, zodat het onderzoeksgerecht in dat geval gehouden blijft ook de wettigheid van de verlengde maatregel na te gaan
(1).
(1)Cass. 6 januari 2010, AR P.09.1756.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100106.6, AC 2010, nr.
- Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: Vrijheidsberoving - Controle door het onderzoeksgerecht - Beoordeling van de wettigheid van de opsluiting - Beslissing tot verlenging - Geen zelfstandige maatregel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Artt. 29 en 71 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Vreemdelingen - Vrijheidsberoving - Controle door het onderzoeksgerecht - Beoordeling van de wettigheid van de opsluiting - Beslissing tot verlenging - Geen zelfstandige maatregel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Artt. 29 en 71 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0760.N O. A. K., vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadslieden mr. Cédric Monheim, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Jan van Gentstraat 29, waar de eiser woonplaats kiest, alsook mr. Philippe Roels, advocaat bij de balie Dendermonde, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie, met kantoor te 1000 Brussel, Pachecolaan 44, vrijwillig tussenkomende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 29, tweede lid, en 71, eerste lid, Vreemdelingenwet
- Krachtens artikel 29, tweede lid, Vreemdelingenwet kan de minister of zijn gemachtigde de op grond van artikel 27, § 3, van die wet bevolen opsluiting met een periode van twee maanden verlengen wanneer de nodige stappen om de vreemdeling te verwijderen werden genomen binnen zeven werkdagen na de opsluiting van de vreemdeling, wanneer zij worden voortgezet met de vereiste zorgvuldigheid en wanneer de effectieve verwijdering van deze laatste binnen een redelijke termijn nog steeds mogelijk is.
- Artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet bepaalt dat de vreemdeling die het voorwerp is van een maatregel van vrijheidsberoving genomen met toepassing van onder meer het voormelde artikel 29, tweede lid, tegen die maatregel beroep kan instellen door een verzoekschrift neer te leggen bij de raadkamer van de correctionele rechtbank van zijn verblijfplaats in het Rijk of van de plaats waar hij werd aangetroffen.
- Uit die bepalingen volgt dat wanneer het onderzoeksgerecht kennis neemt van het beroep dat de vreemdeling krachtens artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet heeft ingesteld tegen een vrijheidsberovende maatregel, op een ogenblik dat de geldigheidsduur van die maatregel is verstreken maar er een beslissing tot verlenging is genomen, het bij de beoordeling van de wettigheid van de opsluiting de regelmatigheid dient na te gaan van de beslissing tot verlenging. Dergelijke beslissing tot verlenging van een vrijheidsberovende maatregel maakt evenwel geen nieuwe zelfstandige maatregel van vrijheidsberoving uit, zodat het onderzoeksgerecht in dat geval gehouden blijft ook de wettigheid van de verlengde maatregel na te gaan.
- Het arrest oordeelt: “[De eiser] is niet langer van zijn vrijheid beroofd in uitvoering van de beslissing van 1 april 2021 (vordering tot heropsluiting overeenkomstig artikel 27 §§ 1 en 3 van de Vreemdelingenwet) doch zit thans wel opgesloten in uitvoering van een nieuwe maatregel van vrijheidsberoving, meer bepaald een beslissing tot verlenging van opsluiting van 31 mei 2021 met toepassing van artikel 29 alinea 2 van de Vreemdelingenwet, aan hem betekend op 31 mei 2021, waarbij de opsluiting van [de eiser] verlengd werd tot en met 31 juli
- Het hoger beroep is derhalve zonder voorwerp.” Aldus is die beslissing niet naar recht verantwoord. Middel
- Het middel dat in geen van zijn onderdelen kan leiden tot een cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 134,37 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Frédéric Lugentz, Marielle Moris en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 7 juli 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210707.VAK.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220927.2N.21 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100106.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div