← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 augustus 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210825.VAK.8 Rolnummer: P.21.1144.N Zaak: V. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-08-30 Raadplegingen: 819 - laatst gezien 2026-06-19 06:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche De kamer van het hof van beroep belast met correctionele zaken in hoger beroep kan op indiening van een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidsstelling, hangende het hoger beroep van een beklaagde die aangehouden is in de gevangenis, beslissen dat de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht zal worden voortgezet

(1).
(1)Zie Cass. 28 januari 2020, AR P.20.0071.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200128.2N.12, AC 2020, nr. 81; Cass. 17 oktober 2018, AR P.18.1011.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181017.4, AC 2018, nr. 565; M.-A. BEERNAERT, H. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 9° ed., I, p.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Vrije woorden: Verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Modaliteit van elektronisch toezicht - Wettigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1, 2° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1144.N D. V. P., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 16 augustus
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 26 en 27 Voorlopige Hechteniswet: het arrest verwerpt ten onrechte het door de eiser in ondergeschikte orde gedane verzoek om de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van elektronisch toezicht voort te zetten, omdat het hof van beroep dat als strafrechtscollege de strafzaak verder ten gronde moet behandelen, ten aanzien van de eiser als beklaagde die is aangehouden in de gevangenis, niet kan voorzien in de modaliteit van elektronisch toezicht.
  4. Artikel 26, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet, zoals aangevuld door artikel 132, 1°, van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, bepaalt dat de raadkamer, bij de regeling van de rechtspleging, ten aanzien van een inverdenkinggestelde die reeds van de modaliteit van elektronisch toezicht geniet, kan beslissen om de hechtenis onder die modaliteit te handhaven. Bij arrest nr. 148/2017 van 21 december 2017 heeft het Grondwettelijk Hof voormeld artikel 132, 1°, vernietigd wegens schending van de artikelen 10 en 11 Grondwet, "in zoverre het de raadkamer, uitspraak doende in het stadium van de regeling van de rechtspleging, niet toelaat aan de inverdenkinggestelde die tijdens de voorlopige hechtenis in een strafinrichting verblijft, het voordeel van de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht toe te kennen" (B.84). Tot staving van die beslissing heeft het Grondwettelijk Hof onder meer geoordeeld dat "de onderzoeksgerechten, bij de regeling van de rechtspleging, bevoegd [zijn] om uitspraak te doen over het al dan niet handhaven van de voorlopige hechtenis in een strafinrichting of onder elektronisch toezicht en bijgevolg op dat ogenblik [onderzoeken] of het verantwoord is de betrokkene in voorlopige hechtenis te houden en onder welke modaliteiten dat gebeurt" en dat "het niet verantwoord [is] dat zij, wanneer zij bij die gelegenheid vaststellen dat de inverdenkinggestelde voldoet aan de voorwaarden om het elektronisch toezicht te genieten, niet kunnen beslissen hem die modaliteit toe te kennen." (B.83.1). Bijgevolg moet artikel 26, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet in die zin worden uitgelegd dat de raadkamer, die beslist om de inverdenkinggestelde te verwijzen naar de strafrechter ten gronde, ook ten aanzien van een inverdenkinggestelde die is aangehouden in de gevangenis kan voorzien in de modaliteit van elektronisch toezicht. De raadkamer kan derhalve, bij de regeling van de rechtspleging, beslissen dat de inverdenkinggestelde die is aangehouden in de gevangenis, hetzij in de gevangenis blijft, hetzij zijn voorlopige hechtenis onder de modaliteit van elektronisch toezicht kan voortzetten, hetzij al dan niet onder voorwaarden in vrijheid zal worden gesteld.
  5. Krachtens artikel 27, § 1, 2°, Voorlopige Hechteniswet kan, hangende het hoger beroep van een beklaagde die is aangehouden in de gevangenis, de voorlopige invrijheidsstelling worden verleend, in voorkomend geval onder voorwaarden, op indiening van een verzoekschrift dat wordt gericht aan de kamer belast met correctionele zaken in hoger beroep, vanaf het instellen van het beroep tot de beslissing in hoger beroep. Aangezien de beklaagde, hangende zijn hoger beroep, al dan niet onder voorwaarden in vrijheid kan worden gesteld, staat voormelde bepaling niet eraan in de weg dat het hof van beroep beslist dat de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van elektronisch toezicht zal worden voortgezet.
  6. Het arrest dat oordeelt dat het hof van beroep dat als strafrechtscollege de strafzaak verder ten gronde moet behandelen, ten aanzien van de eiser als beklaagde die is aangehouden in de gevangenis, niet kan voorzien in de modaliteit van elektronisch toezicht, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Erwin Francis, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Marie-Claire Ernotte, Eric de Formanoir, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 augustus 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210825.VAK.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230822.VAC.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181017.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200128.2N.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.