id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210902.1N.2 Rolnummer: C.20.0539.N Zaak: W. contra DE WINTERE YVES nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-09-20 Raadplegingen: 897 - laatst gezien 2026-06-19 23:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche Er is sprake van een gebruik in de zin van de artikelen 1135 en 1160 Oud Burgerlijk Wetboek wanneer het ingeroepen gebruik als algemeen geldend wordt beschouwd in een bepaalde streek of beroepskring derwijze dat wordt vermoed dat de partijen dat gebruik kennen en zij geacht worden, door het niet uit hun overeenkomst uit te sluiten, het erin op te nemen
(1)Cass. 11 september 2008, AR C.06.0684.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080911.3, AC 2008, nr. 462; Cass. 9 december 1999, AR C.96.0209.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991209.5, AC 1999, nr. 672; Cass. 24 februari 1966, AC 1966, 818; Cass. 29 mei 1947, AC 1947,
- Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1135 en 1160 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0539.N P. W., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- DE WINTERE YVES nv, met zetel te 9770 Kruisem, Karreweg 141, bus C000, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0450.711.587,
- ADW RENTING bv, met zetel te 9770 Kruisem, Stokstraat 21, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.471.747, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 27 mei
- Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens de artikelen 1135 en 1160 Oud Burgerlijk Wetboek, verbindt de overeenkomst niet alleen tot hetgeen daarin uitdrukkelijk bepaald is, maar ook tot alle gevolgen die door het gebruik aan de verbintenis, volgens de aard ervan, worden toegekend en moet men het contract aanvullen met de gebruikelijke bedingen, hoewel die er niet zijn in uitgedrukt.
- Er is sprake van een gebruik in de zin van deze bepalingen wanneer het ingeroepen gebruik als algemeen geldend wordt beschouwd in een bepaalde streek of een bepaalde beroepskring derwijze dat wordt vermoed dat de partijen dat gebruik kennen en zij geacht worden, door het niet uit hun overeenkomst uit te sluiten, het erin op te nemen. De feitenrechter oordeelt in feite en bijgevolg soeverein over het bestaan van een dergelijk gebruik.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat er slechts sprake is van “een courant gebruik” van contante betaling in de sector van de tweedehandsvoertuigen en dat tussen de partijen die beiden in de sector actief zijn en geregelde relaties onderhouden, in het verleden transacties plaatsvonden zowel door middel van contante betaling als door middel van overschrijving.
- Door op grond hiervan het bestaan uit te sluiten van een gebruik waarvan de partijen geacht worden niet te hebben afgeweken zodat de bewijslast van de betaling op de eiser berust, miskent de appelrechter de regels inzake de bewijslastverdeling niet en verantwoordt hij voor het overige zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. De feitenrechter stelt in feite en bijgevolg soeverein het bestaan van een dergelijk rechtsgebruik vast. Tweede onderdeel (…) Tweede middel (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 664,44 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210902.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210930.1N.11 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991209.5 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080911.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div