← België

D. contra KBC BANK nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210902.1N.8 Rolnummer: C.21.0005.N Zaak: D. contra KBC BANK nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-09-20 Raadplegingen: 1102 - laatst gezien 2026-06-20 00:15 Versie(s): Vertaling FR Fiche De ontvankelijkheid van het hoger beroep raakt de openbare orde zodat de appelrechter ambtshalve moet nagaan of het hoger beroep, gelet op het voorwerp ervan, gericht is tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de appellant, ongeacht de kwalificatie van die partijen door de appellant in zijn akte tot hoger beroep

(1).
(1)Cass. 8 juni 2015, AR S.14.0094.F ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150608.2, AC 2015, nr. 379; Cass. 27 mei 2011, AR C.10.0197.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110527.4-C.10.0205.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120420.3, AC 2011, nr. 358; Cass. 2 februari 1989, AR 6064-6065, AC 1988-89, nr.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Onsplitsbaar geschil - Openbare orde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1053, eerste en derde lid, en 1057, eerste lid, 3° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 5, p. 400-
  2. - VAN SCHEL, Stijn; Noot'De kwalificatie van de partijen in hoger beroep' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0005.N V. D., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  3. KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.920.226, eerste verweerster,
  4. Etienne DE RIDDER, advocaat, met kantoor te 2800 Mechelen, Leopoldstraat 64, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van M. V. d. V., tweede verweerder, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de tweede verweerder woonplaats kiest,
  5. Joost VERCOUTEREN, notaris, met kantoor te 9120 Beveren, Vesten 36, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0471.818.787, derde verweerder, minstens opgeroepen in gemeen- en bindendverklaring van het arrest,
  6. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, Agentschap van de Vlaamse Belastingdienst, met kabinet te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 35, bus 62, voor wie optreedt de dienst Kanselarij van de Voorzitter van de Vlaamse regering, met kantoor te 1000 Brussel, Koolstraat 35, vierde verweerder,
  7. R. H., vijfde verweerder,
  8. H. M. H., zesde verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwerpen van 17 februari 2020 en 5 oktober
  9. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel Ontvankelijkheid (…) Gegrondheid
  10. Krachtens artikel 31 Gerechtelijk Wetboek is het geschil onsplitsbaar in de zin van onder meer artikel 1053 van hetzelfde wetboek wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn. Krachtens artikel 1053, eerste en derde lid, Gerechtelijk Wetboek moet, wanneer het geschil onsplitsbaar is, het hoger beroep, op straffe van niet-ontvankelijkheid, worden gericht tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de appellant. Krachtens artikel 1057, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek, moet de appellant, met uitzondering van het geval waarin het hoger beroep bij conclusie wordt ingesteld, in zijn akte tot hoger beroep, op straffe van nietigheid, opgave doen van de naam, de voornaam en de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de gedaagde in hoger beroep.
  11. Aangezien de ontvankelijkheid van het hoger beroep de openbare orde raakt, dient de appelrechter ambtshalve toepassing te maken van voormelde wetsbepalingen en na te gaan of het hoger beroep, gelet op het voorwerp ervan, is gericht tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de appellant, ongeacht de kwalificatie van die partijen door de appellant in zijn akte tot hoger beroep.
  12. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - het geschil handelt over de door de eiseres geformuleerde tegenspraak tegen het door de derde verweerder als notaris opgestelde proces-verbaal van rangregeling van de verkoopopbrengst van de woning van de eiseres en de tweede verweerder; - de eiseres in essentie de inwilliging van haar tegenspraak beoogt en de dienovereenkomstige aanpassing van de rangregeling; - het derhalve gaat om een onsplitsbaar geschil tot verdeling van gelden; - de eerste rechter de tegenspraak van de eiseres heeft afgewezen als ontvankelijk doch ongegrond en zodoende het notariële ontwerp van rangregeling heeft bekrachtigd en de tabel tot verdeling van de gelden heeft afgesloten; - de eiseres als appellant haar tegenspraak herneemt en tevens de zuivering van de woning beoogt; - het hoger beroep van de eiseres enkel is gericht tegen de eerste verweerster, aangezien enkel deze partij als ‘gedaagde’ is vermeld in de akte tot hoger beroep; - de andere schuldeisers, de mede-schuldenaar en de kopers van de woning weliswaar als ‘op te roepen’ dan wel ‘aanwezige’ partijen worden vermeld in de akte tot hoger beroep; - het gegeven dat de identiteit van die partijen is vermeld in de akte tot hoger beroep, waarvan hen bij gerechtsbrief is kennis gegeven, niet ertoe leidt dat zij als gedaagden of geïntimeerden in hoger beroep kunnen worden beschouwd; - immers enkel de partij tegen wie het hoger beroep is gericht als gedaagde of geïntimeerde kan worden beschouwd; - het hoger beroep van de eiseres ertoe strekt haar een beduidend groter aandeel in de te verdelen gelden te doen toekennen, waardoor de andere schuldeisers wezenlijk zouden zijn benadeeld, zodat zij moeten worden aangemerkt als partijen met een belang tegengesteld aan dat van de eiseres; - hetzelfde geldt voor de mede-schuldenaar; - de eiseres dan ook haar hoger beroep had moeten richten niet tegen één schuldeiser maar ook tegen de andere schuldeisers en de mede-schuldenaar.
  13. De appelrechters die het hoger beroep van de eiseres niet ontvankelijk verklaren, hoewel uit voormelde redenen blijkt dat het ook was gericht tegen de andere schuldeisers en de mede-schuldenaar, schenden voormelde wetsbepalingen. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde arresten. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210902.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251016.1N.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110527.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120420.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150608.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.