id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210906.3N.5 Rolnummer: C.20.0383.N Zaak: B. contra EMMAÜS vzw Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-09-22 Raadplegingen: 1248 - laatst gezien 2026-06-18 10:23 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een ziekenhuis is, voorafgaand aan de tussenkomst van een bij hem werkzame arts, ertoe gehouden uit eigen beweging aan een patiënt, met het oog op het verlenen van diens toestemming, informatie te verstrekken over het al dan niet geconventioneerde statuut van de arts en de financiële gevolgen van diens tussenkomst, zonder dat van de patiënt een specifiek optreden mag worden vereist om kennis te nemen van die informatie. Thesaurus CAS: ARTS Vrije woorden: Ziekenhuis - Ziekenhuisgeneesheer - Informatieplicht - Patiënten - Rechten - Conventionering Wettelijke bepalingen: Wet 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt - 22-08-2002 - Art. 8, § 2 - 45 ELI link Pub nr 2002022737 Gecoördineerde wet 7 augustus 1987 op de ziekenhuizen - 07-08-1987 - Art. 30 - 32 ELI link Pub nr 1987800433 Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALGEMEEN Vrije woorden: Arts - Ziekenhuis - Ziekenhuisgeneesheer - Informatieplicht - Patiënten - Rechten - Conventionering Wettelijke bepalingen: Wet 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt - 22-08-2002 - Art. 8, § 2 - 45 ELI link Pub nr 2002022737 Gecoördineerde wet 7 augustus 1987 op de ziekenhuizen - 07-08-1987 - Art. 30 - 32 ELI link Pub nr 1987800433 Annotaties Publicaties: T.Vred.-Tijdschrift van de vrede-(en politierechters) - 2021, nr. 11-12, p. 590-
- - TACK, Sylvie; Noot'Patiënten en hun recht op informatie over ereloonsupplementen' RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 27, p. 1069-
- - DE POTTER DE TEN BROECK, Michaël; Noot'Opgepast voor de passieve patiënt' T.Gez.-Tijdschrift voor gezondheidsrecht - 2024/2025, nr. 1, p. 38-
- - TACK, Sylvie; Noot'Informatieplicht over kostprijs van zorg verscherpt: geen extra handeling door de patiënt en affichering van meest gangbare tarieven' Rev.dr.santé-Revue de droit de la santé - 2024/2025, n° 1, p. 43-
- - TACK, Sylvie; Note'L'obligation d'information sur le coût des soins se durcit: pas d'acte supplémentaire de la part du patient et affichage des tarifs les plus courants' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0383.N P.B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen EMMAÜS vzw, met zetel te 2800 Mechelen, Edgard Tinnelaan 1C, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0411.515.075, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter van het kanton Zandhoven van 24 september
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 1 juni 2021 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: de onaantastbare feitelijke vaststelling van de vrederechter dat de eiser als patiënt voorafgaand aan de tussenkomst van de behandelende arts kennis kon nemen van de voorwaarden, volstaat om het vonnis naar recht te verantwoorden.
- Het onderzoek van de grond van niet-ontvankelijkheid valt niet te onderscheiden van het onderzoek van het onderdeel zelf. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 8, § 2, van de wet 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt (hierna Wet Patiëntenrechten) hebben de inlichtingen die door de beroepsbeoefenaar aan de patiënt worden verstrekt, met het oog op het verlenen van diens toestemming bedoeld in § 1, betrekking op onder andere de financiële gevolgen van de geplande tussenkomst. Artikel 30 Ziekenhuiswet bepaalt dat ieder ziekenhuis, binnen zijn wettelijke mogelijkheden, de bepalingen naleeft van de Wet Patiëntenrechten wat betreft de medische, verpleegkundige en andere gezondheidszorgberoepsmatige aspecten in zijn rechtsverhoudingen ten aanzien van de patiënt.
- Uit het geheel van deze wetsbepalingen en de wetsgeschiedenis van de Wet Patiëntenrechten volgt dat een ziekenhuis, voorafgaand aan de tussenkomst van een bij hem werkzame arts, ertoe is gehouden uit eigen beweging aan een patiënt, met het oog op het verlenen van diens toestemming, informatie te verstrekken over het al dan niet geconventioneerde statuut van de arts en de financiële gevolgen van diens tussenkomst, zonder dat van de patiënt een specifiek optreden mag worden vereist om kennis te nemen van die informatie.
- Uit hun respectieve conclusies blijkt dat de partijen betwisting voerden omtrent de voorafgaande informatieverstrekking door de verweerster als ziekenhuis aan de eiser als patiënt over het niet-geconventioneerde statuut van de behandelende arts en de financiële gevolgen van diens tussenkomst.
- De vrederechter stelt vast en oordeelt dat: - de verweerster verwijst naar de informatiebrochure voor patiënten waarin wordt gesteld dat de lijst van geconventioneerde artsen beschikbaar is aan de infobalie bij het onthaal of op de website www.azsintjozef-malle.be; - de brochure schriftelijk, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aangeeft op welke wijze de informatie over het al dan niet geconventioneerde statuut van de artsen kan worden verkregen; - de eiser niet kan worden gevolgd waar hij stelt dat de informatie over de financiële gevolgen van de tussenkomst van een arts steeds individueel schriftelijk en voorafgaand moet worden meegedeeld; - de informatie voor de eiser beschikbaar was aan de infobalie en op de website, zoals uitdrukkelijk vermeld in de informatiebrochure die aan de eiser werd meegedeeld; - uit de beslissing om de ingreep of behandeling te ondergaan stilzwijgend kan worden afgeleid dat de eiser instemde met de voorwaarden waarvan hij voorafgaand kennis kon nemen.
- De vrederechter die zodoende louter op grond van een informatiebrochure waarin de eiser naar de infobalie of de website wordt verwezen voor de informatie over het al dan niet geconventioneerde statuut van de behandelende arts en de financiële gevolgen van diens tussenkomst, oordeelt dat de verweerster aan de wettelijke verplichting van artikel 8, § 2, Wet Patiëntenrechten heeft voldaan en vervolgens de eiser veroordeelt tot betaling van het litigieuze ereloonsupplement, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de vrederechter van het kanton Westerlo. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Koenraad Moens en Sven Mosselmans en in openbare rechtszitting van 6 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210906.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div