id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210906.3N.6 Rolnummer: C.17.0649.N Zaak: ANIMA bvba contra B. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-09-22 Raadplegingen: 935 - laatst gezien 2026-06-19 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter is niet gebonden door de regels die vervat liggen in de code van geneeskundige plichtenleer, die geen kracht van wet hebben aangezien de code niet verbindend is verklaard
(1).
(1)Cass. 31 mei 2017, AR P.17.0388.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170531.1, AC 2017, nr. 362. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - BEROEPSORDEN Vrije woorden: Orde van Geneesheren - Code van geneeskundige plichtenleer - Geen verbindende kracht - Gevolg Wettelijke bepalingen: KB nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren - 79 - 10-11-1967 - Art. 15, § 1, tweede lid - 08 ELI link Pub nr 1967111040 Thesaurus CAS: ARTS Vrije woorden: Beroepsorden - Orde van Geneesheren - Code van geneeskundige plichtenleer - Geen verbindende kracht - Gevolg Wettelijke bepalingen: KB nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren - 79 - 10-11-1967 - Art. 15, § 1, tweede lid - 08 ELI link Pub nr 1967111040 Fiche 3 Overeenkomsten tussen artsen waarbij wordt overeengekomen dat door de ene infrastructuur en diensten ter beschikking worden gesteld en dat de ander een bepaald percentage van zijn ereloon afstaat als forfaitaire gebruiksvergoeding, zijn als dusdanig niet verboden door de artikelen 17, eerste lid, en 18 Wet Gezondheidsberoepen op voorwaarde dat het bedrag van het ereloon dat wordt afgestaan in een redelijke verhouding staat ten opzichte van de verleende tegenprestaties
(1).
(1)Artt. 17 en 18 Wet Gezondheidsberoepen zoals van toepassing voor het Koninklijk Besluit van 10 mei 2015 houdende coördinatie van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALGEMEEN Vrije woorden: Overeenkomst - Ereloon - Afstand - Forfaitaire gebruiksvergoeding Wettelijke bepalingen: KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen - 78 - 10-11-1967 - Artt. 17, eerste lid, en 18 - 08 ELI link Pub nr 1967111040 Annotaties Publicaties: Rev.dr.santé-Revue de droit de la santé - 2022-23, n° 2, p. 162-
- - TACK, Sylvie; Note'Le prélèvement d'un pourcentage d'honoraires à titre d'indemnité d'utilisation n'est pas interdit selon la Cour de cassation' Tekst van de beslissing Nr. C.17.0649.N
- ANIMA bv, met zetel te 3570 Alken, Alkerstraat 28,
- E.B., eisers, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen DR. M.B. bv, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 juni
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 1 juni 2021 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Artikel 15, § 1, tweede lid, Artsenwet bepaalt dat de Koning, bij een in ministerraad overlegd besluit, bindende kracht kan verlenen aan de code van medische plichtenleer en aan de aanpassingen die door de nationale raad zouden worden gedaan.
- De code van geneeskundige plichtenleer, zoals hier van toepassing, is niet goedgekeurd bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit, en heeft derhalve geen verbindende kracht. Uit het voorgaande volgt dat de rechter niet gebonden is door de regels die vervat liggen in de code van geneeskundige plichtenleer, die geen kracht van wet hebben aangezien de code niet verbindend is verklaard.
- De appelrechters die oordelen dat de overeenkomst tussen partijen van 17 mei 2003 ‘ter vereffening van onkosten’ absoluut nietig is omdat hij een ongeoorloofde ereloonverdeling inhoudt in strijd met de artikelen 72, 80, 154 en 159, § 5, van de code van geneeskundige plichtenleer, zoals hier van toepassing, houdende deontologische normen die ertoe strekken de waardigheid van de geneesheer en het vertrouwen in de geneesheer te waarborgen, evenals de rechten van de patiënt veilig te stellen, zonder na te gaan of voormelde overeenkomst de waardigheid van de geneesheer en het vertrouwen in hem schenden, en of de rechten van patiënten ingevolge die overeenkomst in het gedrang konden komen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
- Artikel 17, eerste lid, Wet Gezondheidsberoepen, zoals hier van toepassing, bepaalt dat, onverminderd de bepalingen van artikel 18, § 2, wanneer een beoefenaar, bedoeld bij de artikelen 2, § 1, 3, 4 of 21noviesdecies voor de uitoefening van zijn beroep personeel, lokalen en materieel gebruikt, dat niet voor het geheel voorwerp waren of zijn van een betaling ten welke andere titel ook en dat ter beschikking is gesteld van de beoefenaar door een derde persoon, de voorwaarden voor dit gebruik worden bepaald in een statuut of een uitdrukkelijke overeenkomst tussen deze beoefenaar en een derde. Krachtens artikel 18, § 1, Wet Gezondheidsberoepen, zoals hier van toepassing, is onder beoefenaars van een zelfde tak van de geneeskunde verboden, elke verdeling van honoraria onder gelijk welke vorm, behalve zo deze verdeling geschiedt in het raam van de organisatie van de groepsgeneeskunde. Artikel 18, § 2, eerste lid, Wet Gezondheidsberoepen, zoals hier van toepassing, bepaalt dat, onverminderd de artikelen 15 en 17, elke overeenkomst van welke aard ook, gesloten hetzij tussen de beoefenaars bedoeld in de artikelen 2, § 1, 3, 4, 21bis en 21noviesdecies, hetzij tussen deze beoefenaars en derden, inzonderheid producenten van farmaceutische producten of leveranciers van geneeskundige of protheseapparaten, verboden is wanneer deze overeenkomst betrekking heeft op hun beroep en ertoe strekt aan de een of de ander rechtstreeks winst of voordeel te verschaffen. Krachtens artikel 18, § 2, tweede lid, Wet Gezondheidsberoepen, zoals hier van toepassing, is het, in het kader van hun beroep, de in het eerste lid bedoelde beoefenaars verboden om rechtstreeks of onrechtstreeks de door andere beroepsbeoefenaars of door derde personen aangeboden of toegekende premies, voordelen, uitnodigingen of gastvrijheid, te vragen of ze te aanvaarden.
- Overeenkomsten waarbij twee artsen overeenkomen dat de ene praktijkruimten, materiaal, administratief en schoonmaakpersoneel ter beschikking stelt van de andere in ruil waarvoor de andere een bepaald percentage van zijn ereloon afstaat als forfaitaire gebruiksvergoeding, zijn als dusdanig niet verboden door de artikelen 17, eerste lid, en 18 Wet Gezondheidsberoepen, zoals hier van toepassing, op voorwaarde dat het bedrag van het ereloon dat wordt afgestaan in een redelijke verhouding staat ten opzichte van de verleende tegenprestaties.
- De appelrechters stellen vast dat: - de verweerster, op grond van de overeenkomst met de eerste eiseres, 20 pct. van de binnen de groepspraktijk gegeneerde inkomsten moet afdragen aan de eerste eiseres als vergoeding voor de kosten van de groepspraktijk; - de verweerster, die gebruik heeft gemaakt van de faciliteiten van de groeps-praktijk, in principe een vergoeding verschuldigd is voor de kosten die dit gebruik heeft gegenereerd. De appelrechters die vervolgens oordelen dat de overeenkomst tussen partijen een ongeoorloofde ereloonverdeling inhoudt, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Koenraad Moens en Sven Mosselmans en in openbare rechtszitting van 6 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210906.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170531.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div