← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.18 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.2N.1 Rolnummer: P.21.1162.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-20 Raadplegingen: 588 - laatst gezien 2026-06-15 09:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit artikel 5.4 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM, nr. 27703/16, Venet c. Belgique, 22 oktober 2019) volgt dat een verdachte die cassatieberoep heeft aangetekend tegen een beslissing betreffende de handhaving van de voorlopige hechtenis, het recht heeft om kennis te nemen van de mondelinge conclusie van de advocaat-generaal bij dit Hof over het gevolg dat aan zijn cassatieberoep moet worden gegeven; een verdachte die te kennen heeft gegeven aanwezig te willen zijn op de rechtszitting waarop de advocaat-generaal zijn conclusie meedeelt, moet dan ook worden overgebracht naar de rechtszitting, behoudens overmacht; die regel geldt ook indien de verdachte geen memorie heeft ingediend en dit ongeacht wat is bepaald in artikel 1107, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, dat volgens artikel 432 Wetboek van Strafvordering van toepassing is op de cassatierechtspleging in strafzaken; het gebrek aan capaciteit van de politie of penitentiaire diensten om de aangehouden verdachte over te brengen maakt evenwel geen overmacht uit

(1).
(1)Het openbaar ministerie was van mening dat de verschijning van eiser niet strikt noodzakelijk was, bij gebrek aan een ontvankelijke memorie, en heeft op de zitting van 7 september 2021 geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen. Na het horen van eiser met bijstand van een tolk op de zitting van 9 september 2021, binnen de vereiste termijn van 15 dagen voor uitspraak na het cassatieberoep (art. 31 Wet Voorlopige Hechtenis), heeft het Hof de nietigheid vastgesteld van het door eiser ingediende stuk in een andere taal dan de procestaal, en het cassatieberoep verworpen (Cass. 9 september 2021, AR P.21.1162.N, arrest niet gepubliceerd). Over het arrest Venet t/België zie een bespreking van M. MERRIGAN in RW 2020-21, 398-
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Cassatieberoep - Recht van de eiser op persoonlijke aanwezigheid op de rechtszitting Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1107, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 432 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP Vrije woorden: Recht van de eiser op persoonlijke aanwezigheid op de rechtszitting Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1107, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 432 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1162.N A. B., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 24 augustus
  2. De eiser heeft een stuk ingediend dat niet in het Nederlands is opgesteld. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Aanwezigheid van de eiser op de rechtszitting
  3. Uit artikel 5.4 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM, nr. 27703/16, Venet t. België, 22 oktober 2019) volgt dat een verdachte die cassatieberoep heeft aangetekend tegen een beslissing betreffende de handhaving van de voorlopige hechtenis, het recht heeft om kennis te nemen van de mondelinge conclusie van de advocaat-generaal bij dit Hof over het gevolg dat aan zijn cassatieberoep moet worden gegeven.
  4. Een verdachte die te kennen heeft gegeven aanwezig te willen zijn op de rechtszitting waarop de advocaat-generaal zijn conclusie neemt, moet dan ook worden overgebracht naar de rechtszitting, behoudens overmacht. Die regel geldt ook indien de verdachte geen memorie heeft ingediend en dit ongeacht wat is bepaald in artikel 1107, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, dat volgens artikel 432 Wetboek van Strafvordering van toepassing is op de cassatierechtspleging in strafzaken.
  5. De eiser heeft op 30 augustus 2021 meegedeeld dat hij aanwezig wenste te zijn op de rechtszitting.
  6. De bevoegde autoriteiten waren bijgevolg tijdig ingelicht over dit verzoek en hadden zijn overbrenging naar het Hof moeten verzekeren.
  7. De advocaat-generaal heeft op de rechtszitting van 7 september 2021 meegedeeld dat de eiser niet werd overgebracht omdat de politie of de penitentiaire diensten onvoldoende capaciteit hebben.
  8. Die omstandigheid maakt evenwel geen overmacht uit.
  9. Het Hof stelt bijgevolg de zaak uit naar de rechtszitting van 9 september 2021 om 11.00 uur teneinde toe te laten dat de eiser alsnog wordt overgebracht naar het Hof opdat hij kennis zou kunnen nemen van de mondelinge conclusie van de advocaat-generaal en daarop kan reageren met bijstand van een tolk Roemeens. Dictum Het Hof, Stelt de zaak uit voor behandeling op de rechtszitting van 9 september 2021 om 11.00 uur teneinde toe te laten dat de eiser wordt overgebracht naar het Hof opdat hij kennis kan nemen van de mondelinge conclusie van de advocaat-generaal en daarop kan reageren met bijstand van een tolk Roemeens. Houdt de beslissing over de kosten aan. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 7 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.