id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.3 Rolnummer: P.21.0541.N Zaak: S. contra P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-09-20 Raadplegingen: 933 - laatst gezien 2026-06-18 22:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche Krachtens de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde recht op het volledig herstel van zijn schade; de noodzakelijke kosten van verdediging die niet de bijstand van een advocaat betreffen, maar de bijstand van een technisch raadsman komen op grond van deze bepalingen voor vergoeding in aanmerking in geval van buitencontractuele aansprakelijkheid
(1)Cass. 1 maart 2012, AR C.10.0425.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120301.10, AC 2012, nr. 142; Cass. 16 november 2006, AR C.05.0124.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061116.4, AC 2006, nr. 568; Cass. 2 september 2004, AR C.01.0186.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040902.8, AC 2004, nr. 375 met concl. van advocaat-generaal A. HENKES, op datum in Pas. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Materiële schade. Elementen en grootte Vrije woorden: Noodzakelijke kosten voor de verdediging van de burgerlijke partij - Kosten voor de bijstand van een technisch raadsman Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0541.N J. J. G. M. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie Limburg, tegen
- M. PH.,
- A. M.,
- E. M.,
- P&V VERZEKERINGEN cv, met zetel te 1210 Brussel, Koningsstraat 151, burgerlijke partijen, verweerders, verweerster 2 en 3 met als raadsman mr. Jo Muylle, advocaat bij de balie Dendermonde, met kantoor te 9340 Lede, Kasteeldreef 48, waar deze verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 18 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsplicht van de rechter: in zijn appelconclusie heeft de eiser, met verwijzing naar voormeld artikel 21ter, de appelrechters verzocht om bij de bestraffing rekening te houden met het overschrijden van de redelijke termijn; het arrest laat dit verweer onbeantwoord.
- De appelrechters, die bij de straftoemeting enkel rekening houden met de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waarin de bewezen feiten zijn gepleegd, de maatschappelijke impact ervan, de persoonlijkheid en ingesteldheid van de eiser en het algemeen maatschappelijk belang, antwoorden niet op het in het middel vermelde verweer. Het middel is gegrond. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiser de kosten van de privé-expert, aangesteld door de rechtsvoorganger van de verweersters 2 en 3, dient te vergoeden; deze kosten worden deels door de brandverzekeraar vergoed en zijn bovendien verdedigingskosten die de verweersters zelf ten laste dienen te nemen; door te oordelen dat de eiser hiervoor een bedrag van 10.026,00 euro is verschuldigd, miskent het arrest tevens de bewijskracht van zowel eisers appelconclusie als de stukken van de verweersters, waaruit blijkt dat de brandverzekeraar conform de polisvoorwaarden een bedrag van 5.638,18 euro ten laste heeft genomen.
- Krachtens de artikelen 1382 en 1383 oud Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde recht op het volledig herstel van zijn schade. De noodzakelijke kosten van verdediging die niet de bijstand van een advocaat betreffen, maar de bijstand van een technisch raadsman komen op grond van deze bepalingen voor vergoeding in aanmerking ingeval van buitencontractuele aansprakelijkheid. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel opkomt tegen een beoordeling van de feiten of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten, is het niet ontvankelijk.
- Het middel verduidelijkt niet welke uitlegging het arrest van eisers appelconclusie geeft die met de bewoordingen ervan niet verenigbaar is. In zoverre is het middel onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk.
- Het arrest dat oordeelt dat uit stuk 2 van de verweersters 2 en 3 blijkt dat de brandverzekeraar een bedrag van 10.026,00 euro, zijnde de rechtstreekse betaling van de privé-expert, heeft afgetrokken van de aan de rechtsvoorganger van deze partij toegekende som, geeft van dit stuk 2 een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Omvang van de cassatie
- De onwettigheid van het oordeel betreffende de redelijke termijn leidt tot de vernietiging van de beslissing over de straf, de bijdrage aan het Slachtofferfonds, de vergoeding en de kosten, maar laat de overige beslissingen van het arrest onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot straf, de bijdrage aan het Slachtofferfonds, de vergoeding en de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten op 776,69 euro, waarvan 247,89 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 7 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040902.8 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061116.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120301.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div