id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 65
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Samenloop - Eenheid van opzet - Gescheiden berechting - Verzoek tot uitstel van de zaak voor het aanbrengen van gegevens over andere strafbare feiten - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048
Art. 65
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 Artikel 65, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat verschillende misdrijven maar de opeenvolgende en voortgezette uitvoering kunnen zijn van eenzelfde misdadig opzet, indien ze gelijktijdig worden voorgelegd aan eenzelfde feitenrechter; die bepaling is niet van toepassing bij een vervolging voor verschillende rechters
(1).
(1)Cass. 5 januari 2021, AR P.20.1095.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.8, AC 2021, nr. 2 met concl. van advocaat-generaal D. SCHOETERS; Cass. 12 mei 2015, AR P.14.1934.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150512.5, AC 2015, nr. 306; Cass. 21 juni 2005, AR P.05.0247.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.5, AC 2005, nr. 361. Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Eéndaadse Vrije woorden: Eenheid van opzet - Vervolging van strafbare feiten voor verschillende rechters - Grens Wettelijke bepalingen:
Art. 65, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.21.0561.N CO & CA nv, met zetel te 5564 Houyet (Wanlin), rue de la Brasserie 4, beklaagde, eiseres, met als raadsman Jacques Vandeuren, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 25 maart
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: de appelrechters wijzen ten onrechte het verzoek van de eiseres om uitstel van de behandeling van de zaak af; zij beschikten nochtans niet over de feitelijke gegevens van de vonnissen van 4 februari 2021, waarvan de neerlegging niet werd afgewacht; zij konden bijgevolg nog niet oordelen of er grond was om artikel 65, tweede lid, Strafwetboek al dan niet toe te passen.
- Noch artikel 6.1 EVRM noch artikel 149 Grondwet verplichten de rechter de behandeling van een zaak uit te stellen om de enkele reden dat er strafvorderingen hangende zijn betreffende feiten die door eenheid van opzet zouden kunnen zijn verbonden met de door de rechter te beoordelen feiten. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek: het bestreden vonnis neemt geen eenheid van opzet aan met de feiten vervat in het dossier HV98.LB.402999/2017, op grond van motieven die enerzijds louter betrekking hebben op de onderliggende snelheidsovertredingen en die anderzijds zijn ingegeven door het feit dat het herhaaldelijk karakter van de beslissingen om niet in te gaan op het verzoek tot inlichting niet door eenheid van opzet verbonden kunnen zijn; deze motieven volstaan niet om vast te stellen dat eenheid van opzet niet kan worden aangenomen.
- Het bestreden vonnis verwijst niet naar feiten vervat in een dossier HV98.LB.402999/
- In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Artikel 65, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat verschillende misdrijven maar de opeenvolgende en voortgezette uitvoering kunnen zijn van eenzelfde misdadig opzet, indien ze gelijktijdig worden voorgelegd aan eenzelfde feitenrechter. Die bepaling is niet van toepassing bij een vervolging voor verschillende rechters.
- Het misdrijf waaraan het bestreden vonnis de eiseres schuldig verklaart en de misdrijven, die reeds werden beoordeeld bij vonnissen van 4 februari 2021 van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel en die met dit misdrijf de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zouden kunnen zijn van eenzelfde misdadig opzet, werden niet gelijktijdig aan eenzelfde rechter voorgelegd. In zoverre kan het onderdeel, al was het gegrond, niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 65, eerste lid, Strafwetboek en artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek: het bestreden vonnis beantwoordt niet het verweer van de eiseres over de eenheid van opzet; voor de appelrechters heeft de eiseres aangevoerd dat de telastlegging gesitueerd op 10 oktober 2018 betrekking heeft op een identieke overtreding die nog hangende is in het dossier met rolnummer 21N000113 en die werd gepleegd op 1 december 2018; deze feiten zijn te situeren in een periode van een vijftal maanden waarin nog een gebrek bestond in de organisatie van de eiseres; sedertdien werden maatregelen genomen om nieuwe overtredingen te voorkomen; de door het bestreden vonnis aangenomen redenen berusten op een kringredenering door enkel te verwijzen naar het gegeven dat onderscheiden beslissingen en gedragingen aan de verschillende telastleggingen ten grondslag liggen.
- Artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing in strafzaken. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Met de in het bestreden vonnis vermelde redenen, beantwoordt het bestreden vonnis wel degelijk het bedoelde verweer. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
- In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek, kan het om de redenen vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel niet tot cassatie leiden en is het niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek: de appelrechters lijken ervan uit te gaan dat verschillende aflopende misdrijven, zoals het niet-beantwoorden van de vraag om inlichtingen, niet door eenheid van opzet verbonden kunnen zijn; door louter op grond van het herhaaldelijk en ogenblikkelijk karakter van de voorliggende overtredingen de toepassing van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek te verwerpen, is de beslissing geen eenheid van opzet aan te nemen niet naar recht verantwoord.
- Het bestreden vonnis oordeelt niet zoals het onderdeel aanvoert. Het onderdeel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis, mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 7 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.5 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150512.5 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.18 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.11 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div