id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.1N.10 Rolnummer: C.20.0371.N Zaak: VEKEMAN KOEN ARCHITECTENBUREAU bv contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-12-16 Raadplegingen: 732 - laatst gezien 2026-06-19 23:37 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Gelet op het doel van het vormvoorschrift van artikel 1326 Oud Burgerlijk Wetboek, wordt het bewijs van de door de schuldenaar opgenomen verbintenis eveneens geleverd wanneer zij is opgenomen in een wederkerige overeenkomst die voldoet aan artikel 1325 Oud Burgerlijk Wetboek. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Onderhandse akte - Bewijs van de opgenomen verbintenis - Vormvoorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1325 en 1326 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Of partijen eenzelfde of een onderscheiden belang hebben, in de zin van artikel 1325, eerste en tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek, moet worden beoordeeld op het ogenblik waarop de overeenkomst wordt gesloten. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Onderscheiden belangen - Tijdstip beoordeling - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1325, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0371.N VEKEMAN KOEN ARCHITECTENBUREAU bv, met zetel te 9000 Gent, Brusselsepoortstraat 37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0863.300.790, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen P. V. A., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 februari
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerder werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het onderdeel is zonder belang aangezien de bestreden beslissing wordt gedragen door de zelfstandige en niet-bekritiseerde reden dat de eigenhandig geschreven vermelding ‘goed voor’ of ‘goedgekeurd voor’, zoals voorgeschreven door artikel 1326 Oud Burgerlijk Wetboek, ontbreekt.
- Gelet op het doel van het vormvoorschrift van artikel 1326 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, wordt het bewijs van de door de schuldenaar opgenomen verbintenis eveneens geleverd wanneer zij is opgenomen in een wederkerige overeenkomst die voldoet aan artikel 1325 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing.
- Het onderzoek van de grond van niet-ontvankelijkheid valt niet te onderscheiden van het onderzoek van het onderdeel zelf. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 1325, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, zijn onderhandse akten die wederkerige overeenkomsten bevatten, slechts geldig voor zover zij opgemaakt zijn in zoveel originelen als er partijen zijn die een onderscheiden belang hebben. Krachtens het tweede lid is één origineel voldoende voor allen die hetzelfde belang hebben. Of partijen eenzelfde of een onderscheiden belang hebben, moet worden beoordeeld op het ogenblik dat de overeenkomst wordt gesloten.
- De appelrechter die de aanvoering van de eiseres dat in voorliggend geval twee exemplaren van de architectenovereenkomst van 31 maart 2010 volstonden omdat, zoals ook de eerste rechter oordeelde, er geen onderscheiden belangen waren tussen enerzijds de hoofdschuldenaar en anderzijds de verweerder als borgsteller in hun verhouding tot de schuldeiser, verwerpt met de reden dat niet is voldaan aan artikel 1325, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek omdat “de overeenkomst van 31 maart 2010 slechts [werd] opgesteld in twee exemplaren, hoewel [de verweerder] als beweerde borgsteller een van [de hoofdschuldenaar] onderscheiden belang had”, laat het Hof niet toe de wettigheid van zijn beslissing te beoordelen. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre de appelrechter het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div