← België

NATHAN-BAUME MAROQUINIER bv contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.1N.2 Rolnummer: C.21.0043.N Zaak: NATHAN-BAUME MAROQUINIER bv contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Insolventierecht Invoerdatum: 2021-12-16 Raadplegingen: 1549 - laatst gezien 2026-06-19 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De bepalingen van boek XX WER, wijken niet af van de regel dat de termijn om zich in cassatie te voorzien begint te lopen vanaf de betekening van een in laatste aanleg gewezen vonnis of arrest. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Duur, begin en einde Vrije woorden: Faillietverklaring - Termijn voor het instellen van cassatieberoep - Aanvang Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 57, eerste lid, en 1073, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Artikel XX.108, §2, WER betreft een afwijking van het gemene procesrecht doordat het derdenverzet tegen een faillissementsvonnis openstelt voor elke belanghebbende in de zin van de artikelen 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek, zo ook voor elke belanghebbende schuldeiser buiten de beperkende voorwaarden van artikel 1122, tweede lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING Vrije woorden: Derdenverzet tegen faillissementsvonnis - Belanghebbende - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XX.108, § 2 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 17, 18 en 122, tweede lid, 3° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 41, p. 1631-

  1. - MALEKZADEM, Jasmine; Noot'Het gemeen procesrecht of het faillissementsrecht: welk heeft de bovenhand?' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 5, p. 409-
  2. - VAN RILLAER, Paul; Noot'De aanvang van de cassatietermijn tegen een beslissing gewezen in laatste aanleg over een faillietverklaring' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0043.N NATHAN-BAUME MAROQUINIER bv, met zetel te 1050 Brussel, Louizalaan 100, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0860.098.109, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 250, bus 10, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  3. D. D., eerste verweerder,
  4. Stefaan DE ROUCK, advocaat, met kantoor te 8900 Ieper, Nijverheidsstraat 2, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van D. D., tweede verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de tweede verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 oktober
  5. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. De tweede verweerder voert aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het buiten de in artikel 1073, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde termijn is ingesteld. De tweede verweerder preciseert dat het bestreden arrest op 6 oktober 2020 is geplaatst in het centraal register solvabiliteit, met elektronische melding aan de eiseres op het door haar bij de aangifte van schuldvordering gekozen e-mailadres, zodat het op 5 februari 2021 aan de verweerders betekende en vervolgens op 10 februari 2021 ter griffie van het Hof neergelegde verzoekschrift tot cassatie laattijdig is.
  7. Krachtens de artikelen 57, eerste lid, en 1073, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, begint, behoudens andersluidende wettelijke bepaling, de termijn om zich in cassatie te voorzien te lopen vanaf de betekening van een in laatste aanleg gewezen vonnis of arrest of van de dag van de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid.
  8. Artikel XX.106 WER bepaalt dat het vonnis van faillietverklaring op verzoek van de curator wordt betekend aan de gefailleerde middels een exploot met nader bepaalde gegevens.
  9. Krachtens artikel XX.3, eerste lid, WER beginnen, onverminderd de gevolgen die het Gerechtelijk Wetboek hecht aan betekeningen, de termijnen te lopen, telkens boek XX WER bepaalt dat gegevens of stukken worden geplaatst in het register, vanaf de dag volgend op deze van de plaatsing. Het tweede lid vervolgt dat de artikelen 50, tweede lid, 55 en 56 Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing zijn op de in boek XX WER bedoelde vorderingen en betekeningen. Krachtens artikel XX.9, tweede lid, WER geldt, wanneer boek XX WER een mededeling of kennisgeving voorschrijft of oplegt, de plaatsing van het bericht in het register als mededeling of kennisgeving, mits hiervan een elektronische melding gebeurt aan de betrokkene. Krachtens artikel XX.131, § 1, 1°, WER bevat het register, voor elk faillissement, een dossier met onder meer een voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis van faillietverklaring, het vonnis dat het tijdstip van de staking van betaling bepaalt en de beslissingen gewezen na uitoefening van de rechtsmiddelen tegen deze vonnissen. Krachtens artikel XX.131, § 2, WER hebben de schuldenaar en de schuldeisers die een schuldvordering hebben aangegeven, toegang op afstand tot het faillissementsdossier overeenkomstig artikel XX.18 WER.
  10. Anders dan waarvan het middel van niet-ontvankelijkheid uitgaat, strekt voormeld artikel XX.3 WER enkel tot berekening van de termijnen ingevolge de plaatsing in het register van gegevens, stukken of een bericht, wanneer boek XX WER de plaatsing in het register als mededeling of kennisgeving voorschrijft of oplegt. Artikel XX.3, eerste lid, WER bepaalt zelf uitdrukkelijk dat het geen afbreuk doet aan de gevolgen die het Gerechtelijk Wetboek hecht aan betekeningen, terwijl de toepassing van artikel 57, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek niet wordt uitgesloten en artikel XX.106 WER de betekening van een vonnis van faillietverklaring door de curator voorschrijft. Noch voormelde artikelen noch andere artikelen van boek XX WER wijken af van de regel dat de termijn om zich in cassatie te voorzien begint te lopen vanaf de betekening van een in laatste aanleg gewezen vonnis of arrest. Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Eerste middel
  11. Krachtens artikel 2 Gerechtelijk Wetboek zijn de in dit wetboek gestelde regels van toepassing op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze worden geregeld door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen, waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van dit wetboek.
  12. Krachtens artikel 1122, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan ieder die niet behoorlijk is opgeroepen of niet in dezelfde hoedanigheid in de zaak is tussengekomen, derdenverzet instellen tegen een, zij het voorlopige, beslissing die zijn rechten benadeelt en die is gewezen door een burgerlijke rechter, of door een strafrechter in zoverre die over burgerlijke belangen uitspraak heeft gedaan. Krachtens artikel 1122, tweede lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek, kan dit rechtsmiddel echter niet worden ingesteld door schuldeisers, behalve wanneer hun schuldenaar tijdens het geding bedrog heeft gepleegd of wanneer zij zich kunnen beroepen op een hypotheek, een voorrecht of enig ander recht dat buiten hun schuldvordering ligt.
  13. Krachtens artikel XX.108, § 2, WER kan tegen het vonnis van faillietverklaring verzet worden ingesteld door de verstekdoende partijen en derdenverzet door de belanghebbenden die daarbij geen partij zijn geweest. Met deze wetsbepaling wijkt de wetgever af van het gemene procesrecht door derdenverzet tegen een faillissementsvonnis open te stellen voor elke belanghebbende in de zin van de artikelen 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek, zo ook voor elke belanghebbende schuldeiser buiten de beperkende voorwaarden van artikel 1122, tweede lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek.
  14. De appelrechter die oordeelt dat een schuldeiser die met toepassing van artikel XX.108, § 2, WER derdenverzet instelt, moet voldoen aan de beperkende voorwaarden van artikel 1122, tweede lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek en op die grond het derdenverzet van de eiseres als schuldeiser tegen het vonnis van faillietverklaring van de eerste verweerder onontvankelijk verklaart, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Kosten
  15. Gelet op de verwerping van het middel van niet-ontvankelijkheid, blijven de kosten van de betekening van de memorie van antwoord ten laste van de tweede verweerder. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Veroordeelt de tweede verweerder tot de kosten van betekening van zijn memorie van antwoord. Bepaalt de kosten voor de tweede verweerder op 293,08 euro. Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210909.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.