← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.15 Rolnummer: P.21.0685.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-22 Raadplegingen: 442 - laatst gezien 2026-06-15 05:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 38 Wegverkeerswet laat, behoudens ingeval van toepassing van paragraaf 1, 4°, en van paragraaf 6, niet toe om voor een overtreding strafbaar gesteld door artikel 30, § 2, Wegverkeerswet een verval van het recht tot sturen als bijkomende straf uit te spreken. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 30 Vrije woorden: Artikel 30, § 2 - Verval van het recht tot sturen als bijkomende straf - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0685.N G D K, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gust Detienne, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 22 april

  1. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis oordeelt dat in deze zaak artikel 38, § 6, Wegverkeerswet niet kan worden toegepast. In zoverre ook gericht tegen deze beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 30, § 2, 1°, en 38 Wegverkeerswet
  3. Artikel 30, § 2, 1°, Wegverkeerswet bestraft met een geldboete van 50,00 tot 500,00 euro hij die een overtreding begaat op de bepalingen door de Koning vastgesteld krachtens artikel 23, § 1, 2° en 4°, hetzij als bestuurder hetzij als persoon die een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing.
  4. Artikel 38 Wegverkeerswet laat, behoudens ingeval van toepassing van paragraaf 1, 4°, en van paragraaf 6, niet toe om voor een overtreding strafbaar gesteld door artikel 30, § 2, Wegverkeerswet een verval van het recht tot sturen als bijkomende straf uit te spreken.
  5. De eiser werd met de telastleggingen A en B schuldig verklaard aan een inbreuk op artikel 6.2°, a), respectievelijk artikel 6.2°, d), van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, strafbaar gesteld door artikel 30, § 2, 1°, en § 4, Wegverkeerswet.
  6. Het bestreden vonnis stelt vast dat in deze zaak artikel 38, § 6, Wegverkeerswet niet kan worden toegepast. Het stelt niet vast dat toepassing kan worden gemaakt van artikel 38, § 1, 4°, Wegverkeerswet. Het veroordeelt de eiser door gedeeltelijke bevestiging van wat door de eerste rechter werd beslist voor de feiten onder de telastleggingen A (inbreuk op artikel 6.2°, a), van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs; artikel 30, § 2, 1°, en § 4, Wegverkeerswet) en B (artikel 6.2°, d), van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs; artikel 30, § 2, 1°, en § 4, Wegverkeerswet) niet alleen tot een werkstraf en een vervangende geldboete, maar ook tot de bijkomende straf van een verval van het recht tot sturen van motorvoertuigen gedurende een termijn van drie maanden, waarbij het herstel in dit recht afhankelijk wordt gemaakt van het slagen in de vier onderzoeken en examens. De veroordeling tot die bijkomende straf van het verval, gekoppeld aan de onderzoeken en examens, schendt de vermelde bepalingen. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser veroordeelt tot een verval van het recht tot sturen van motorvoertuigen gedurende een termijn van drie maanden, waarbij het herstel in dit recht afhankelijk wordt gemaakt van het slagen in de vier onderzoeken en examens. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 14 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.