← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.16 Rolnummer: P.21.0872.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-22 Raadplegingen: 823 - laatst gezien 2026-06-18 23:15 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 3, vierde lid, en 8, vierde lid, Probatiewet, alsook artikel 195 Wetboek van Strafvordering, volgt dat de rechter die een verzoek om opschorting van de uitspraak van veroordeling of om uitstel van tenuitvoerlegging, al dan niet gekoppeld aan probatievoorwaarden, weigert, indien een dergelijke maatregel wettelijk mogelijk is, die beslissing nauwkeurig moet motiveren, maar dat die motivering beknopt mag zijn; hoewel de rechter aan deze bijzondere motiveringsverplichting kan voldoen door nauwkeurig het opleggen van een effectieve straf te motiveren, dient uit zijn motieven niettemin te blijken dat hij het verzoek om opschorting van de uitspraak van veroordeling en om uitstel van tenuitvoerlegging en de redenen die de beklaagde daartoe heeft aangevoerd in aanmerking heeft genomen

(1).
(1)Zie ook Cass. 13 april 2021, AR P.20.1301.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.4; Cass. 17 november 2020, AR P.20.0861.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.8, AC 2020, nr. 702; Cass. 4 februari 2020, AR P.19.1162.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200204.2N.17, AC 2020, nr.
  1. R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 6de editie, 2014, p. 752-768; M.-A. BEERNAERT, H. D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 9de editie, 2021, II, p. 1547-
  2. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Verzoek om opschorting of uitstel van de tenuitvoerlegging - Motivering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 3, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 195 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: Verzoek om opschorting of uitstel van de tenuitvoerlegging - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 3, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 195 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0872.N P D G D C, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Shanna Schuerewegen, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 31 mei
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  4. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis beantwoordt niet het in het grievenformulier van de eiser gevoerde verweer betreffende de niet-toerekenbaarheid van de feiten en de aanvoering dat hij de feiten niet wetens en willens heeft gepleegd; het beantwoordt evenmin eisers in ondergeschikte orde geformuleerd verzoek om opschorting van de uitspraak van veroordeling en om uitstel van tenuitvoerlegging, desgevallend gekoppeld aan voorwaarden.
  5. Met de redenen die het bevat onder randnummer 3.3, beantwoordt het bestreden vonnis eisers verweer betreffende de schuldbeoordeling. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
  6. Uit de artikelen 3, vierde lid, en 8, vierde lid, Probatiewet, alsook artikel 195 Wetboek van Strafvordering, volgt dat de rechter die een verzoek om opschorting van de uitspraak van veroordeling of om uitstel van tenuitvoerlegging, al dan niet gekoppeld aan probatievoorwaarden, weigert, indien een dergelijke maatregel wettelijk mogelijk is, die beslissing nauwkeurig moet motiveren, maar dat die motivering beknopt mag zijn.
  7. Hoewel de rechter aan deze bijzondere motiveringsverplichting kan voldoen door nauwkeurig het opleggen van een effectieve straf te motiveren, dient uit zijn motieven niettemin te blijken dat hij het verzoek om opschorting van de uitspraak van veroordeling en om uitstel van tenuitvoerlegging en de redenen die de beklaagde daartoe heeft aangevoerd in aanmerking heeft genomen.
  8. Uit het bestreden vonnis blijkt niet dat de appelrechters eisers verzoek om opschorting en om uitstel en de daartoe aangevoerde redenen in aanmerking hebben genomen. Met de redenen die het bestreden vonnis bevat, wordt het verzoek niet beantwoord. In zoverre is het onderdeel gegrond. Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing betreffende het verzoek om opschorting of om uitstel, leidt tot de vernietiging van de gehele beslissing over de straf en het opleggen van een bijdrage aan het Slachtofferfonds, gelet op het nauwe verband tussen die beslissingen. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser veroordeelt tot straf en tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 125,46 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 14 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211026.2N.11 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211221.2N.3 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241105.2N.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200204.2N.17 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.8 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211221.2N.2 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.13 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240917.2N.11 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.22 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250506.2N.4 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.5 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260121.2F.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.