← België

N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.4 Rolnummer: P.21.0109.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-09-22 Raadplegingen: 761 - laatst gezien 2026-06-18 18:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is geen straf, maar een beveiligingsmaatregel. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Beveiligingsmaatregel - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 2 - 3 Volgens artikel 42, tweede lid, Wegverkeerswet is het opleggen van dit verval mogelijk in elke aanleg en dit ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld; het kan dus ook voor het eerst in hoger beroep worden opgelegd. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Hoger beroep - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Devolutieve werking Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 4 - 5 De rechter beoordeelt onaantastbaar of er een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is tot het besturen van een motorvoertuig en het opleggen van deze beveiligingsmaatregel vereist niet noodzakelijk het bevelen van een deskundigenonderzoek; de rechter kan bij die beoordeling het gegeven betrekken dat de beklaagde verdovende middelen gebruikt of heeft gebruikt maar uit de omstandigheid dat een beklaagde analyses overlegt die negatief zijn voor het gebruik van verdovende middelen of dat hij voorhoudt niet langer meer te gebruiken volgt niet dat de rechter moet aannemen dat er geen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Beoordeling - Geen vereiste van een deskundig onderzoek - Gebruik van verdovende middelen - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wegverkeerswet - Artikel 42 - Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Geen vereiste van een deskundig onderzoek - Gebruik van verdovende middelen - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0109.N K N, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Hamid El Abouti, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, van 3 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 1319 tot 1322 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het bestreden vonnis beslist ten onrechte dat de eiser aan een lichamelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig lijdt zonder deze vaststelling te onderbouwen met concrete elementen; de verklaringen van de eiser kunnen dat oordeel niet verantwoorden; de ongeschiktheid blijkt uit geen enkel deskundigenonderzoek; de eiser heeft bovendien zijn wil laten blijken niet langer verdovende middelen te gebruiken; de eiser heeft door middel van tests die werden ingediend aangetoond dat hij niet langer gebruikt; de appelrechters mochten bovendien geen verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid uitspreken omdat de eerste rechter dergelijk verval niet heeft uitgesproken.
  3. Het middel verduidelijkt niet van welke akte het bestreden vonnis een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan. In zoverre het middel miskenning van de bewijskracht van akten aanvoert is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  4. Het door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is geen straf, maar een beveiligingsmaatregel.
  5. Volgens artikel 42, tweede lid, Wegverkeerswet is het opleggen van dit verval mogelijk in elke aanleg en dit ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld. Het kan dus ook voor het eerst in hoger beroep worden opgelegd.
  6. De rechter beoordeelt onaantastbaar of er een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is tot het besturen van een motorvoertuig. Het opleggen van deze beveiligingsmaatregel vereist niet noodzakelijk het bevelen van een deskundigenonderzoek. De rechter kan bij die beoordeling het gegeven betrekken dat de beklaagde verdovende middelen gebruikt of heeft gebruikt. Uit de omstandigheid dat een beklaagde analyses overlegt die negatief zijn voor het gebruik van verdovende middelen of dat hij voorhoudt niet langer meer te gebruiken volgt niet dat de rechter moet aannemen dat er geen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. Het bestreden vonnis verklaart de eiser schuldig aan een inbreuk op artikel 37bis, § 1, 1°, Wegverkeerswet. Het oordeelt dat het opleggen van een beveiligingsmaatregel met toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet absoluut noodzakelijk is, dat uit de door de eiser neergelegde stukken blijkt dat hij bij twee van de drie urinetesten positief heeft getest op het gebruik van cannabis en dat hij ter rechtszitting heeft verklaard dat hij effectief nog steeds één joint om de drie dagen rookt. Op grond van die redenen, die zijn gesteund op concrete elementen, kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de eiser lichamelijk en geestelijk niet geschikt is tot het besturen van een motorvoertuig. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 14 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240130.2N.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.