id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.8 Rolnummer: P.21.0837.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS TE LEUVEN contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-22 Raadplegingen: 505 - laatst gezien 2026-06-16 00:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de bepaling van artikel 1, § 3, eerste lid, Probatiewet volgt dat een opleiding als bijzondere voorwaarde bij uitstel van tenuitvoerlegging enkel kan worden gelast voor de hoofdstraf, dit is een gevangenisstraf of een geldboete, eventueel samen met een bijkomende straf zoals een verval van het recht tot sturen, voor zover de hoofdstraf volledig met uitstel wordt verleend; deze bepaling laat niet toe om enkel voor een verval van het recht tot sturen een probatie-uitstel gekoppeld aan een bijzondere voorwaarde uit te spreken
(1).
(1)Cass. 22 mei 2018, AR P.18.0198.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180522.8, AC 2018, nr.
- Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Opleggen van een opleiding als bijzondere voorwaarde - Voorwaarden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 1, § 3, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 1, p. 49-
- - HOET, Peter; Noot'Een opleiding als bijzondere voorwaarde bij een probatie-uitstel' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 6, p. 439-
- - ROZIE, Michel; Noot'Opleiding als probatievoorwaarde: niet te koppelen aan een veroordeling met uitstel van een kijkomende straf!' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0837.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN, eiser, tegen T B, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Leuven van 22 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1, § 3, eerste lid en 1bis, Probatiewet en artikel 7 van het koninklijk besluit van 6 oktober 1994 houdende de uitvoeringsmaatregelen inzake de dienstverlening en opleiding: het bestreden vonnis veroordeelt de verweerder tot een geldboete van 100,00 euro en een verval van het recht tot sturen van drie maanden, waarvan de tenuitvoerlegging voor 45 dagen wordt uitgesteld voor een proeftermijn van drie jaar; ten onrechte koppelt het bestreden vonnis aan dit uitstel een opleiding als bijzondere voorwaarde, namelijk de cursus “Sta even stil bij snelheid” bij het VIAS; het betreft bovendien een betalende cursus die het openbaar ministerie aan een verdachte kan voorstellen die een zware snelheidsovertreding heeft begaan; in het kader van probatie kan niet worden gevraagd voor een cursus te betalen; de cursus “Sta even stil bij snelheid” is dan ook niet bedoeld noch geschikt als opleiding in de zin van de Probatiewet; bovendien bedraagt deze cursus maar 16 uren, terwijl een opleiding die als probatievoorwaarde wordt opgelegd 20 uren moet bevatten.
- Artikel 1, § 3, eerste lid, Probatiewet bepaalt: “Indien opschorting of uitstel van de tenuitvoerlegging van de gehele gevangenisstraf of geldboete wordt gelast, kunnen de bijzondere voorwaarden onder meer bestaan in de verplichting om binnen twaalf maanden na de dag waarop het vonnis of het arrest in kracht van gewijsde is gegaan, een bepaalde opleiding te volgen.”
- Daaruit volgt dat een opleiding als bijzondere voorwaarde bij uitstel van tenuitvoerlegging enkel kan worden gelast voor de hoofdstraf, dit is een gevangenisstraf of een geldboete, eventueel samen met een bijkomende straf zoals een verval van het recht tot sturen, voor zover de hoofdstraf volledig met uitstel wordt verleend. Deze bepaling laat niet toe om enkel voor een verval van het recht tot sturen een probatie-uitstel gekoppeld aan een bijzondere voorwaarde uit te spreken.
- Het bestreden vonnis dat de eiser veroordeelt tot een geldboete van 100,00 euro, alsook tot een verval van het recht tot sturen voor een termijn van drie maanden, waarvan de tenuitvoerlegging voor 45 dagen wordt uitgesteld voor een proeftermijn van drie jaar en aan dit uitstel een opleiding als bijzondere voorwaarde koppelt, schendt deze bepaling. Het middel is in zoverre gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de beslissing van het gedeeltelijke uitstel van het verval van het recht tot sturen gedurende een termijn van drie maanden waaraan een opleiding is gekoppeld, leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen betreffende de straf en de bijdrage aan het Slachtofferfonds, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen. Het laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser veroordeelt tot straf en tot een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Laat een tiende van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 116,77 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 14 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210914.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180522.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div