id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210916.1N.6 Rolnummer: F.20.0096.N Zaak: V. contra Belgische Staat Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-09-24 Raadplegingen: 1029 - laatst gezien 2026-06-19 06:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche De fiscale administratie dient de onregelmatigheid die leidde tot de nietigverklaring van de aanslag niet te herstellen; dit geldt ook voor de onregelmatigheid bestaande in de miskenning, tijdens de taxatieprocedure, van de Taalwet Bestuurszaken en voor het gebrek aan afdoende motivering van het bericht van wijziging voor wat betreft de administratieve boete die wordt opgelegd. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering Vrije woorden: Subsidiaire aanslag - Toepassingsmodaliteiten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Wet 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen - 04-08-1986 - Art. 109 - 38 Link Justel databank 19860804-38 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0096.N
- B. V. H.,
- A. G., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Bijzondere Belastinginspectie Gent, met kantoor te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6, bus 801, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 december
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 5 juli 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 58, eerste lid, Taalwet Bestuurszaken zijn alle administratieve handelingen en verordeningen die naar vorm of naar inhoud strijdig zijn met de bepalingen van deze gecoördineerde wetten, nietig. Artikel 58, derde lid van deze wet bepaalt dat wanneer wordt vastgesteld dat handelingen of reglementen nietig zijn wegens hun vorm, zij door de overheden waarvan zij uitgaan worden vervangen door bescheiden die naar de vorm regelmatig zijn: die vervanging heeft uitwerking op de datum van het vervangen bescheid.
- Artikel 356, eerste lid, WIB92, zoals hier van toepassing, bepaalt dat wanneer tegen een beslissing van de directeur van de belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, de zaak gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing ingeschreven blijft op de rol. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag. Krachtens het vierde lid van die wetsbepaling is de subsidiaire aanslag slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter uitvoering van de rechterlijke beslissing. Uit die bepalingen, die ertoe strekken het voeren van een geheel nieuwe procedure te vermijden en door een versnelde procedure een uitspraak te verkrijgen over de verschuldigdheid van de belasting, volgt dat de bevoegdheid van de administratie beperkt is tot het vestigen van de subsidiaire aanslag zonder dat zij zich mag uitspreken over de uitvoerbaarverklaring ervan en het de rechter is die oordeelt over de wettigheid en de gegrondheid van de aanslag. Daaruit volgt tevens dat de administratie de onregelmatigheid die leidde tot de nietigverklaring van de aanslag niet dient te herstellen. Dit geldt evenzeer voor de onregelmatigheid bestaande in de miskenning, tijdens de taxatieprocedure, van de Taalwet Bestuurszaken.
- Het onderdeel dat aanvoert dat wanneer de aanslag wordt vernietigd wegens miskenning, in het bericht van wijziging, van de Taalwet Bestuurszaken, de administratie bij toepassing van artikel 58, derde lid van deze wet dient over te gaan tot herstel van deze onregelmatigheid, bij gebreke waaraan de subsidiaire aanslag niet geldig en invorderbaar kan worden verklaard, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht. Tweede onderdeel
- Artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen bepaalt: “Telkens wanneer een belastingadministratie aan een belastingplichtige een bericht zendt waarbij hem een administratieve boete wordt opgelegd, vermeldt dat bericht de feiten die de overtreding opleveren en de verwijzing naar de toegepaste wets- en verordeningsteksten, en geeft de motieven op die gediend hebben om het bedrag van de boete vast te stellen.”
- Zoals uiteengezet in randnummer 2, dient de administratie, alvorens over te gaan tot het voorleggen aan de rechtbank van een subsidiaire aanslag, de onregelmatigheid die leidde tot de vernietiging van de aanvankelijke aanslag niet te herstellen. Hieruit volgt dat de rechter aan wie de subsidiaire aanslag wordt voorgelegd, niet dient vast te stellen dat werd voldaan aan de verplichting tot motivering van de administratieve boete zoals bepaald in artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen. Het volstaat dat de rechter in de gerechtelijke procedure waarin de subsidiaire aanslag wordt voorgelegd, een afdoende motivering vindt voor de belastingverhoging.
- Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 470,10 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 16 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210916.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250310.3F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div