id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 21
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Vrije woorden: Gebruik van valse stukken - Tijdstip waarop de verjaring aanvangt - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 21
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 3 - 4 Wanneer de telastlegging van gebruik van valse stukken enkel de verkrijging van een voordeel vermeldt maar niet het gebruik of behoud van dat voordeel, is in de regel het beoogde doel bereikt en het gebruik beëindigd op het moment waarop het voordeel werd verkregen; de rechter oordeelt aan de hand van onder meer de bewoordingen van de telastleggingen onaantastbaar wanneer het door de vervalser beoogde doel is bereikt en de verjaring van de strafvordering bijgevolg is beginnen te lopen en het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Gebruik van valse stukken - Beoogde doel - Verkrijging van een voordeel - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 21
- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Valsheid en gebruik van valse stukken - Gebruik van valse stukken - Beoogde doel - Verkrijging van een voordeel - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek
Art. 21- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.
P.21.0521.N D. M. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Philip Traest, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen FORMA bv, met zetel te 8500 Kortrijk, Evolis 78, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 22 maart 2021. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het arrest verklaart de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster niet gegrond. In zoverre het cassatieberoep ook gericht is tegen die beslissing, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel 2. Het middel voert schending aan van artikel 21 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 127, 1°, en 127, 2°, Wetboek van vennootschappen, zoals van toepassing ten tijde van de feiten, thans artikel 3:43 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen: het arrest oordeelt ten onrechte dat de verjaring van de strafvordering niet is ingetreden met betrekking tot de telastleggingen A (valsheid in de jaarrekeningen van Albo Alu-Werken
- bv)en B (gebruik van die valse stukken) omdat het gebruik van de valse stukken is geëindigd op 20 april 2018, dit is de datum waarop het openbaar ministerie een aanvullend onderzoek heeft gevorderd; uit de vaststellingen van het arrest blijkt echter dat het in de telastleggingen aangegeven doel van de valsheden en het gebruik van de valse stukken bestond in het afsluiten en bekomen van een overeenkomst van overdracht van de aandelen van Albo Alu-Werken bv tegen een bedrieglijk te hoog bepaalde prijs en dat dit doel was bereikt op 6 april 2011, dit is de datum van de overeenkomst met de verweerster, terwijl de klacht met burgerlijkepartijstelling pas meer dan vijf jaar later werd ingediend, namelijk op 19 oktober 2016; bovendien kan het arrest uit de vordering tot aanvullend onderzoek van het openbaar ministerie niet afleiden dat het gebruik van de valse stukken en het nuttige gevolg ervan hebben geduurd tot de datum van die vordering. 3. Wanneer de dader van de valsheid ook gebruik heeft gemaakt van het valse geschrift met hetzelfde bedrieglijk opzet, gaat de verjaring van de strafvordering ten aanzien van zowel de valsheid als het gebruik van het valse stuk eerst in vanaf het laatste feit van gebruik en duurt het gebruik van het valse stuk voort, zelfs zonder nieuw feit van gebruik van de dader van de valsheid en zonder herhaalde tussenkomst van zijnentwege, zolang het door hem beoogde doel nog niet volkomen is bereikt en zolang de hem verweten beginhandeling verder, zonder verzet van zijn kant, het nuttige voordeel heeft dat hij ervan verwachtte. 4. Wanneer de telastlegging van gebruik van valse stukken enkel de verkrijging van een voordeel vermeldt maar niet het gebruik of behoud van dat voordeel, is in de regel het beoogde doel bereikt en het gebruik beëindigd op het moment waarop het voordeel werd verkregen. 5. De rechter oordeelt aan de hand van onder meer de bewoordingen van de telastleggingen onaantastbaar wanneer het door de vervalser beoogde doel is bereikt en de verjaring van de strafvordering bijgevolg is beginnen te lopen. Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. 6. Onder de telastlegging A is de eiser vervolgd voor het vervalsen van de jaarrekeningen van Albo Alu-Werken bv betreffende de boekjaren 2007, 2008, 2009 en 2010 met de bedrieglijke bedoeling het eigen vermogen van de vennootschap te vermeerderen met een bedrag van 1.024.912,33 euro teneinde een overeenkomst te realiseren met de verweerster betreffende de overname van de aandelen van Albo Alu-Werken bv, ten nadele van de verweerster, te Kuurne, op niet nader te bepalen tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot 15 januari 2012. Onder de telastlegging B is de eiser vervolgd om gebruik te hebben gemaakt van de valse stukken zoals vermeld onder de telastlegging A, te Kuurne, in de periode van 28 juli 2008 tot 20 april 2018. Zodoende maken deze telastleggingen, zonder dat de eiser daarover betwisting heeft gevoerd, niet alleen melding van de overnameovereenkomst van de aandelen die volgens het arrest dateert van 6 april 2011, maar ook van einddata die zich na 6 april 2011 situeren. Bovendien kan het “realiseren” van de overnameovereenkomst ook slaan op gedragingen waardoor de overeenkomst verdere uitwerking krijgt en is dat woord dus geen synoniem van het louter “bekomen” of “afsluiten” van de overeenkomst. Aldus dwingen de bewoordingen van de telastleggingen niet zonder meer tot de conclusie dat het doel van de valsheden en het gebruik van de valse stukken moet zijn bereikt op de datum van het afsluiten van de overnameovereenkomst. In zoverre het middel berust op een onjuiste lezing van de telastleggingen, mist het feitelijke grondslag. 7. Het arrest oordeelt onder meer dat: - de partijen op 1 februari 2011 een intentieverklaring hebben opgesteld voor de overname van de aandelen van Albo Alu-Werken bv, waarin onder meer is bepaald dat de koper gelet op de beperkt beschikbare informatie nog niet in staat was een finale waardering van de vennootschap en de aandelen op te maken en er een “due diligence” (een onderzoek naar de juistheid van de voorgelegde informatie) diende te gebeuren; - op 5 april 2011 de door de verweerster aangestelde accountant een voorlopig rapport heeft opgesteld waarin hij onder meer vermeldde dat het due diligence onderzoek slechts summier kon worden gevoerd bij gebrek aan voldoende gedetailleerd materiaal; - op 6 april 2011 de definitieve overnameovereenkomst werd afgesloten tegen de basisprijs van 3.000.000,00 euro, gedeeltelijk te betalen op het ogenblik van de overdracht van de aandelen en gedeeltelijk nadien, waarbij de laatste betaling opeisbaar was op 6 april 2016. De basisprijs kon nog worden aangepast na de uitvoering van de due diligence, waarvan de bevindingen uiterlijk op 1 september 2011 dienden te worden meegedeeld aan de verkoper; - op 18 januari 2012 de accountant het definitieve due diligence verslag heeft opgesteld waaruit boekhoudkundige onregelmatigheden bleken, waarna de verweerster de eiser heeft gedagvaard om de nietigverklaring van de overnameovereenkomst te horen uitspreken; - in het kader van die procedure een gerechtsdeskundige is aangesteld, die in zijn eindverslag van 19 augustus 2016 eveneens het bestaan van onregelmatigheden in de boekhouding heeft vastgesteld, meer in het bijzonder een overschatting van het eigen vermogen per 31 december 2010 voor een bedrag van 1.024.912,33 euro, wat een invloed heeft gehad op de overnameovereenkomst; - de verweerster op 19 oktober 2016 is overgegaan tot klacht met burgerlijkepartijstelling lastens de eiser; - in de eindvordering van het openbaar ministerie werd verwezen naar het definitieve verslag van de gerechtsdeskundige bij de omschrijving van de valsheden; - ingevolge het feit dat reeds in de intentieverklaring van 1 februari 2011 uitdrukkelijk werd vermeld dat de garanties van de verkoper onder andere betrekking zouden hebben op de volledigheid en juistheid van de financiële informatie van de vennootschap en de correcte activa en passiva en er ook twee voorlopige balansen per 31 december 2010 werden gevoegd bij die verklaring, duidelijk vaststaat dat de financiële toestand van Albo Alu-Werken bv een belangrijk element was in het kader van de overname van het bedrijf; - de omstandigheid dat de definitieve overnameovereenkomst uiteindelijk op 6 april 2011 werd afgesloten, vóór het due diligence onderzoek kon worden beëindigd, mogelijks als onvoorzichtig te aanzien is bij de verweerster, maar geen element kan zijn om tot de onschuld van de eiser te moeten besluiten; - integendeel in die overeenkomst nogmaals uitdrukkelijk een bepaling werd opgenomen waarbij de verkoper aan de koper het recht toekende een due diligence uit te voeren om “de juistheid te bevestigen van het eigen vermogen dat blijkt uit de ontwerpjaarrekening per 31 december 2010 en de voorlopige balans per 31 december 2010 en te bevestigen dat de door de Verkoper meegedeelde waardering van de activa kan worden gevolgd en dat er geen belangrijke inbreuken op wettelijke en andere bepalingen en risico's en latenties worden vastgesteld.”; - er finaal op grond van een niet-volledig dossier pas op 18 januari 2012 een definitief verslag over de due diligence werd opgesteld; - er duidelijk sprake was van een bedrieglijke bedoeling om ten aanzien van derden een verkeerd beeld op te hangen van de werkelijke financiële toestand van de vennootschap, die veel minder goed was dan uit de jaarrekeningen bleek, zodat de overname tegen een goede prijs zou kunnen plaatsvinden. Er werd aldus duidelijk met bedrieglijk inzicht gehandeld om op die wijze een voordeel te verkrijgen dat zonder de vervalsingen niet had kunnen worden verkregen; - het niet van belang is dat er voor 1 januari 2011 met de verweerster nog geen contacten waren in het kader van een overname. Van belang is dat de valse jaarrekeningen werden opgesteld met het oog op het voorspiegelen van een betere financiële toestand van de vennootschap Albo Alu-Werken bv en ook daadwerkelijk werden gebruikt om derden te misleiden, onder meer in het kader van de concrete overname door de verweerster; - de omschrijving van de feiten in de telastlegging A geenszins onjuist is, maar te aanzien is als een omschrijving die de concrete gevolgen van de gepleegde valsheden weergeeft. Vermits de eerste vervalste jaarrekening deze is van 2007 en de vervalste jaarrekeningen zeker werden gebruikt tot de datum van 20 april 2018, aangezien de eiser zeker tot en met die datum het met de vervalsing beoogde doel trachtte te bereiken, zijnde de datum waarop het openbaar ministerie bijkomend onderzoek vroeg aan de onderzoeksrechter, zijn de in de telastleggingen A en B weerhouden periodes correct. 8. Uit die redenen volgt niet dat op 6 april 2011 het doel van de valsheden was bereikt, maar integendeel dat dit niet het geval was omdat de door de valsheden bedrieglijk te hoog bepaalde prijs van de aandelen alsdan nog niet definitief was vastgelegd. Bijgevolg kan het arrest op grond van de feiten die het vaststelt, wettig oordelen dat de verjaring van de strafvordering voor de telastleggingen A en B niet is beginnen te lopen vanaf 6 april 2011 omdat het gebruik van de valse stukken toen nog niet was geëindigd. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. 9. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt verder dat de laatste schijf van de prijs voor de overname van de aandelen opeisbaar was op 6 april 2016 en het gebruik van de valse stukken alleszins tot die datum heeft voortgeduurd. Sinds die datum waren er nog geen vijf jaren verstreken tot aan het arrest. Bijgevolg kan de beslissing dat de verjaring van de strafvordering pas is beginnen te lopen op de einddatum van de telastlegging B, dit is 20 april 2018, de eiser niet grieven. In zoverre is het middel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 130,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 21 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210921.2N.10 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090113.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div