id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 41
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Opsporingsonderzoek - Opsporingshandelingen - Huiszoeking - Heterdaad Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 41- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN.
BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Algemeen - Op heterdaad ontdekt misdrijf - Begrip - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 41
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 6, p. 325-
- - DE COSTER, Tim; Noot'De huiszoeking bij heterdaad en in toepassing van artikel 6bis, lid 3 van de wet van 24 februari 1921: een bron van blijvende cassatierechtspraak' PR-Politie recht - 2022, nr. 4, p. 187-
- - BERKMOES, Henri; Noot'Voor wie de strafvordering (soms?) geweld aandoet: huiszoeking op basis van nazicht van seksadvertenties op het internet en demarcatielijn met de (stelselmatige) observatie' Tekst van de beslissing Nr. P.21.1189.N M. A. J. B. S., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Yen Buytaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 41, 46 en 49 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de verbalisanten na de aankomst van de officier van gerechtelijke politie op grond van het loutere feit van het zich prostitueren konden overgaan tot een huiszoeking op heterdaad; uit geen enkel element in het strafdossier blijkt dat er voldoende aanwijzingen waren dat een misdrijf werd gepleegd of terstond was gepleegd.
- Overeenkomstig de artikelen 36 en 41 Wetboek van Strafvordering kunnen de procureur des Konings en officieren van gerechtelijke politie een huiszoeking verrichten in geval van een op heterdaad ontdekt wanbedrijf.
- Het op heterdaad ontdekte misdrijf is datgene dat wordt ontdekt terwijl het wordt gepleegd of terstond nadat het is gepleegd. De vaststelling van de toestand van heterdaad moet aan de huiszoeking voorafgaan en kan niet worden gerechtvaardigd door de vaststelling a posteriori van het op heterdaad ontdekte misdrijf. Loutere vermoedens of aanwijzingen dat er een misdrijf kon zijn gepleegd, zijn daartoe niet voldoende. De rechter oordeelt onaantastbaar of er heterdaad is in de zin van artikel 41 Wetboek van Strafvordering. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
- Het arrest (p. 9-10) oordeelt dat de aanwijzingen van het bestaan van een misdrijf vooraf, in eerste instantie voortvloeien uit de vaststellingen van de verbalisanten met betrekking tot een website met prostitutieadvertenties en het gegeven dat zij bij het betreden van de woning T.K. herkenden van die website. Op grond van die enkele vaststellingen kan het onderzoeksgerecht geen toestand van heterdaad afleiden ten aanzien van feiten van het faciliteren (verhuur van panden) en exploiteren (online adverteren) van prostitutie van meerderjarigen. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Eerste onderdeel
- Het onderdeel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 151,36 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 21 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210921.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250506.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131203.5 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180207.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250312.2F.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div