id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210921.2N.4 Rolnummer: P.21.0512.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-28 Raadplegingen: 603 - laatst gezien 2026-06-19 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 3, derde lid, Wet Verzachtende Omstandigheden bepaalt dat de correctionele rechtbank zich bevoegd kan verklaren door verzachtende omstandigheden of een verschoningsgrond aan te nemen wanneer zij vaststelt dat de bij haar aanhangig gemaakte misdaad niet is gecorrectionaliseerd; die bepaling is niet enkel van toepassing op de correctionele rechtbank maar zij laat ook het hof van beroep toe om, met betrekking tot een door het onderzoeksgerecht niet gecorrectionaliseerde misdaad, zelf over te gaan tot correctionalisering door verzachtende omstandigheden aan te nemen voor de beklaagde en zich dienvolgens bevoegd te verklaren om kennis te nemen van diens vervolging voor de aldus gecorrectionaliseerde misdaad en dit is eveneens het geval wanneer de correctionele rechtbank zich ten onrechte bevoegd heeft verklaard omdat zij niet tot correctionalisering is overgegaan
(1)R. DECLERCQ, “Verzachtende omstandigheden en correctionalisatie”, T. Straf. 2009/5, (247-251), 250; G.F. RANERI, "Du nouveau en matière de circonstances atténuantes et de règlement de juges", JT 13/12/2008, 733-740, nr. 21 ; Cass. 3 september 2008, AR P.08.0940.F, arrest niet gepubliceerd (impliciete oplossing). Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Vrije woorden: Niet gecorrectionaliseerde misdaad - Correctionalisering door de correctionele rechtbank - Correctionalisering door het hof van beroep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden - 04-10-1867 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1867100450 Thesaurus CAS: VERZACHTENDE EN VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN Vrije woorden: Wet Verzachtende Omstandigheden - Artikel 3 - Bevoegdheid - Niet gecorrectionaliseerde misdaad - Correctionalisering door de correctionele rechtbank - Correctionalisering door het hof van beroep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden - 04-10-1867 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1867100450 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0512.N H. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Siffert, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 18 maart 2021, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 19 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 133 en 216novies Wetboek van Strafvordering en artikel 3, derde lid, Wet Verzachtende Omstandigheden: de appelrechters verklaren zich bevoegd om kennis te nemen van de aan de eiser onder de telastlegging C.3 ten laste gelegde misdaad nadat zij voor hem verzachtende omstandigheden hebben aangenomen; de raadkamer heeft die misdaad niet gecorrectionaliseerd en de correctionele rechtbank evenmin; artikel 3, derde lid, Wet Verzachtende Omstandigheden verleent enkel aan de correctionele rechtbank en niet aan het hof van beroep de bevoegdheid om verzachtende omstandigheden aan te nemen; aldus hadden de appelrechters moeten vaststellen dat de eerste rechter niet bevoegd was om kennis te nemen van de telastlegging ten aanzien van de eiser en zijzelf bijgevolg evenmin.
- Artikel 3, derde lid, Wet Verzachtende Omstandigheden bepaalt dat de correctionele rechtbank zich bevoegd kan verklaren door verzachtende omstandigheden of een verschoningsgrond aan te nemen wanneer zij vaststelt dat de bij haar aanhangig gemaakte misdaad niet is gecorrectionaliseerd. Die bepaling is niet enkel van toepassing op de correctionele rechtbank. Zij laat ook het hof van beroep toe om, met betrekking tot een door het onderzoeksgerecht niet gecorrectionaliseerde misdaad, zelf over te gaan tot correctionalisering door verzachtende omstandigheden aan te nemen voor de beklaagde en zich dienvolgens bevoegd te verklaren om kennis te nemen van diens vervolging voor de aldus gecorrectionaliseerde misdaad. Dit is eveneens het geval wanneer de correctionele rechtbank zich ten onrechte bevoegd heeft verklaard omdat zij niet tot correctionalisering is overgegaan. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 21 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210921.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div