← België

D. contra BEROEPSINSTITUUT VASTGOEDMAKELAARS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210923.1N.7 Rolnummer: D.18.0009.N Zaak: D. contra BEROEPSINSTITUUT VASTGOEDMAKELAARS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2022-01-05 Raadplegingen: 650 - laatst gezien 2026-06-13 21:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche De Kamer van beroep die, buiten de termijn van 36 maanden na inschrijving van de stagiair op de kolom of kolommen van de lijst van stagiairs, de stagiair weglaat van deze of die kolommen wegens het niet afleggen of niet slagen in de praktische bekwaamheidstest binnen de termijn van 36 maanden, belet de stagiair niet om hangende de procedure zijn beroep uit te oefenen en miskent niet de schorsende kracht van het hoger beroep. Thesaurus CAS: MAKELAAR Vrije woorden: Vastgoedmakelaar - Kamer van beroep - Weglating van een stagiair van de lijst van stagiairs - Beslissing buiten de termijn van 36 maanden na inschrijving - Gevolg Wettelijke bepalingen: Stagereglement van het Beroepsinstituut voor vastgoedmakelaars - 27-06-2013 - Art. 32 - 22 Link Justel databank 20130627-22 Tekst van de beslissing Nr. D.18.0009.N E. D. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS, met kantoor te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 16, bus B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.300.821, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing nr. 1209 van de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstitiuut van vastgoedmakelaars van 25 april

  1. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 3 juni 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
  2. Krachtens artikel 1, 5°, van het Stagereglement van de vastgoedmakelaars, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 23 juli 2013 (hierna: het Stagereglement), moet voor de toepassing van dit reglement onder “de Kamer” worden verstaan de Uitvoerende Kamer van het Instituut bedoeld in artikel 7 van de Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen gecodificeerd door het koninklijk besluit van 3 augustus 2007 (hierna: de Kaderwet). Krachtens artikel 32 van het Stagereglement wordt, onder voorbehoud van artikel 10, de stagiair die de praktische bekwaamheidstest niet aflegt of niet is geslaagd binnen zesendertig maanden na de inschrijving op de kolom of, desgevallend, de kolommen van de lijst van de stagiairs, door de Kamer ambtshalve weggelaten van deze of die kolommen. Krachtens artikel 9, § 6, van de Kaderwet doen de Kamers van beroep uitspraak over de beroepen ingesteld tegen de door de Uitvoerende kamers met hun voertaal genomen beslissingen. Krachtens artikel 55, vierde lid, van het Koninklijk Besluit van 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars heeft het beroep bij de Kamer van beroep schorsende kracht. De Uitvoerende kamer kan echter unaniem en op een gemotiveerde manier beslissen dat haar beslissing uitvoerbaar is ondanks elk beroep. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat de Kamer van beroep die op basis van artikel 32 van het Stagereglement de stagiair weglaat dit dient te doen bij het verstrijken van de termijn van 36 maanden. Zodoende belet de Kamer van beroep die uitspraak doet na het verstrijken van de vermelde termijn van 36 maanden, de betrokken stagiair niet om hangende de procedure zijn beroep uit te oefenen en miskent hij dus niet de schorsende kracht van het hoger beroep.
  3. Uit de niet-bekritiseerde vaststellingen van de bestreden beslissing blijkt dat de eiser werd ingeschreven op de lijst van stagiairs-vastgoedmakelaar met ingang van 30 januari 2015 en dat hij op 29 januari 2018 niet was geslaagd voor de mondelinge proef van de praktische bekwaamheidstest. Op grond van deze vaststellingen blijft de beslissing dat de eiser wordt weggelaten met ingang van 29 januari 2018 naar recht verantwoord. Het middel, ook al ware het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk. Eerste middel
  4. Op grond van de in het tweede middel niet-bekritiseerde vaststellingen, is de bestreden beslissing naar recht verantwoord. Het eerste middel kan, al ware het gegrond, niet tot cassatie leiden. Het middel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 785,92 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 23 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210923.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.