id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 127 en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regeling van de rechtspleging Vrije woorden: Miskenning van het recht van verdediging - Verwijzing naar het vonnisgerecht - Aanhangigmaking van de zaak - Substantieel verzuim - Herstel - Rechten van verdediging in de fase ten gronde - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 127 en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Regeling van de rechtspleging - Miskenning van het recht van verdediging - Verwijzing naar het vonnisgerecht - Aanhangigmaking van de zaak - Substantieel verzuim - Herstel - Rechten van verdediging in de fase ten gronde - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 127 en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Niet regelmatige oproeping inverdenkinggestelde - Verwijzing naar het vonnisgerecht - Aanhangigmaking van de zaak - Substantieel verzuim - Herstel - Rechten van verdediging in de fase ten gronde - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 127 en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Miskenning recht van verdediging - Verwijzing naar het vonnisgerecht - Aanhangigmaking van de zaak - Substantieel verzuim - Herstel - Rechten van verdediging in de fase ten gronde - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 127 en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 2, p. 90-
- - VANDEUREN, Jacques; Noot'Aantasting van de regelmatigheid van een verwijzingsbeschikking' RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 42, p. 1667-
- - MELIS, Sara; Noot'De regelmatigheid van de verwijzingsbeschikking bij verzuim de inverdenkinggstelde regelmatig op te roepen en de beoordeling hiervan door het vonnisgerecht' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0652.N D G V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. John Maes, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen C H, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 23 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 127, § 2, en 130 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het recht van verdediging: het arrest oordeelt ten onrechte dat er een regelmatige adiëring is; de onregelmatigheid van de verwijzingsbeschikking kon door de appelrechters niet worden beoordeeld in het licht van de mogelijkheid om ten gronde verweer te voeren; het verzuim waardoor de verwijzingsbeschikking is aangetast, namelijk de niet-oproeping is dermate ernstig dat de verwijzingsakte als niet-bestaande moet worden beschouwd; een dergelijk verzuim kan enkel worden geremedieerd door een vernietiging door het Hof; het is niet relevant dat het hoger beroep van de eiser niets zou opleveren en onontvankelijk is verklaard, want de eiser had andere verweermiddelen kunnen aanvoeren.
- Geen enkele bepaling verleent aan het vonnisgerecht de bevoegdheid om uitspraak te doen over de wettigheid van een verwijzingsbeslissing van het onderzoeksgerecht.
- Het komt het vonnisgerecht evenwel toe vast te stellen dat de zaak niet aanhangig is gemaakt omdat de verwijzingsbeslissing door een zodanige onregelmatigheid is aangetast dat ze voor onbestaande moet worden gehouden.
- De enkele omstandigheid dat een inverdenkinggestelde niet regelmatig werd opgeroepen voor de rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling die kennis heeft genomen van zijn hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer waarbij hij werd verwezen naar het vonnisgerecht en de daaruit voortvloeiende miskenning van het recht van verdediging van die inverdenkinggestelde houdt niet altijd en automatisch in dat dit verzuim dermate substantieel is dat de verwijzingsbeschikking daardoor voor onbestaande moet worden gehouden.
- Het staat in dat geval aan het vonnisgerecht te onderzoeken of dit verzuim ertoe heeft geleid dat het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde daadwerkelijk en onherstelbaar werd miskend zodat de verwijzingsbeschikking voor onbestaande moet worden gehouden. Bij die beoordeling dient het vonnisgerecht meer bepaald na te gaan of het verzuim niet kon worden en werd geremedieerd door de rechten die de inverdenkinggestelde voor het vonnisgerecht kan laten gelden.
- Het arrest (p. 7, derde laatste alinea) oordeelt dat de eiser hoe dan ook zijn verweer heeft kunnen voeren voor de eerste rechter, zoals blijkt uit de ingediende conclusie en dat hij aldus tegenspraak heeft kunnen voeren over wat hem werd ten laste gelegd, zodat zijn recht van verdediging niet is miskend. Aldus verantwoordt het arrest de beslissing dat het vonnisgerecht geldig is geadieerd naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1319 en 1320 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het arrest miskent de bewijskracht van het schrijven van 26 februari 2019 aan de raadsman van de eiser met als onderwerp “2019/11/154 HB IVG t. HANDHAVING VOORWAARDEN NAAR AANLEIDING VAN DE VERWIJZING” waarbij hij wordt ingelicht dat het hoger beroep zou worden behandeld op de rechtszitting van 5 maart 2019, alsook van het e-mailbericht van het parket-generaal van 1 maart 2019 aan deze raadsman bevattende de tekst “Geachte, Als bijlage de door u gevraagde vordering. De vordering inzake het hoger beroep tegen de correctionele verwijzing wordt verstuurd na kennisname van de zittingsdatum”; uit beide akten blijkt overduidelijk dat de rechtszitting van 5 maart 2019 enkel en alleen betrekking had op het hoger beroep tegen de handhaving van de voorwaarden en het arrest kon dan ook niet anders oordelen; er waren op 5 maart 2019 twee rechtszittingen wat ook wordt bevestigd door het feit dat er twee onderscheiden arresten werden geveld met een afzonderlijk nummer.
- Uit het antwoord op het eerste middel volgt dat het tweede middel dat de beslissing aanvecht dat de oproeping van de eiser voor de kamer van inbeschuldigingstelling met het oog op de behandeling van zijn hoger beroep niet onregelmatig is, niet tot cassatie kan leiden en bijgevolg niet ontvankelijk is. Ambtshalve onderzoek
- Het substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 94,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230117.2N.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250603.2N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060405.5 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120320.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150930.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160302.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200407.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.12 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div