← België

F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.22 Rolnummer: P.21.1204.N Zaak: F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2021-10-08 Raadplegingen: 968 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Bij arrest nr. 148/2017 van 21 december 2017 (B.38.1) heeft het Grondwettelijk Hof artikel 132, 1° Potpourri II-wet van 5 februari 2016 vernietigd in zoverre het de raadkamer, uitspraak doende in het stadium van de regeling der rechtspleging, niet toelaat aan de inverdenkinggestelde die tijdens de voorlopige hechtenis in een strafinrichting verblijft, het voordeel van de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht toe te kennen; het staat aan de rechter elke leemte in de wet waarvan het Grondwettelijk Hof de ongrondwettigheid heeft vastgesteld in te vullen, alsook elke leemte die hieruit voortvloeit, wanneer de rechter aan die leemten in het kader van de bestaande wetsbepalingen kan verhelpen om de wet in overeenstemming te brengen met de artikelen 10 en 11 Grondwet; hieruit volgt dat indien het onderzoeksgerecht bij de verwijzing van een inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht bij toepassing van artikel 26, § 3, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet heeft beslist dat hij aangehouden blijft, de inverdenkinggestelde op grond van artikel 27, § 1, 1° en 2°, Voorlopige Hechteniswet niet enkel om zijn voorlopige invrijheidstelling kan verzoeken maar ook om een omzetting van de in gevangenis uit te voeren voorlopige hechtenis naar de modaliteit van de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht

(1).
(1)Cass. 25 augustus 2021, AR P.21.1144.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210825.VAK.8, AC 2021, nr. 506; Cass. 28 januari 2020, AR P.20.0071.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200128.2N.12, AC 2020, nr. 81; Cass. 17 oktober 2018, AR P.18.1011.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181017.4, AC 2018, nr. 565; M.-A. BEERNAERT, H. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 9° ed., I, p.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Vrije woorden: Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling van een aangehouden beklaagde - Modaliteit van elektronisch toezicht - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 26, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: GRONDWET - ALGEMEEN Vrije woorden: Gelijkheidsbeginsel - Leemte in de wet waarvan het Grondwettelijk Hof de ongrondwettigheid heeft vastgesteld - Taak van de rechter om leemten in de wet te verhelpen om ze in overeenstemming te brengen met de artikelen 10 en 11 Grondwet - Voorlopige hechtenis - Regeling van de rechtspleging - Handhaving van de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van uitvoering in de gevangenis - Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling - Modaliteit van elektronisch toezicht - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 26, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1204.N B F, beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 september
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 27 Voorlopige Hechteniswet: het arrest verklaart ten onrechte eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling onder de modaliteit van het elektronisch toezicht niet ontvankelijk omdat dit verzoek geen steun kan vinden in artikel 27 Voorlopige Hechteniswet.
  4. Artikel 132, 1°, van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie (Potpourri II-wet) heeft artikel 26, § 3, Voorlopige Hechteniswet aangevuld met de volgende bepaling: “Indien de verdachte in hechtenis onder elektronisch toezicht staat, kan de raadkamer bij een met redenen omklede beslissing de hechtenis onder elektronisch toezicht handhaven.” Aldus heeft de wetgever bepaald dat de raadkamer ter gelegenheid van de regeling van de rechtspleging de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht kon handhaven, maar voorzag hij niet erin dat de raadkamer bij de regeling van de rechtspleging kon beslissen om de voorlopige hechtenis welke werd uitgevoerd in een gevangenis te handhaven als een voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht.
  5. Bij arrest nr. 148/2017 van 21 december 2017 (B.83.1) heeft het Grondwettelijk Hof artikel 132, 1°, Potpourri II-wet vernietigd in zoverre het de raadkamer, uitspraak doende in het stadium van de regeling van de rechtspleging, niet toelaat aan de inverdenkinggestelde die tijdens de voorlopige hechtenis in een strafinrichting verblijft, het voordeel van de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht toe te kennen. Volgens het Grondwettelijk Hof: - valt het niet te verantwoorden dat de onderzoeksgerechten in het stadium van de regeling van de rechtspleging niet kunnen beslissen een inverdenkingge¬stelde die tijdens de voorlopige hechtenis in een strafinrichting verblijft onder elektronisch toezicht te plaatsen, terwijl zij in hetzelfde stadium kunnen beslissen die modaliteit voor de uitvoering van de voorlopige hechtenis te handhaven ten aanzien van een inverdenkinggestelde die reeds onder elektronisch toezicht staat en zij eveneens kunnen beslissen de inverdenkinggestelde die tot dan in voorlopige hechtenis was, in voorkomend geval onder voorwaarden, in vrijheid te stellen; - zijn de onderzoeksgerechten bij de regeling van de rechtspleging immers bevoegd om uitspraak te doen over het al dan niet handhaven van de voorlopige hechtenis in een strafinrichting of onder elektronisch toezicht en te onderzoeken of het op dat ogenblik verantwoord is de betrokkene in voorlopige hechtenis te houden en onder welke modaliteiten; - is het niet verantwoord dat de onderzoeksgerechten, wanneer zij bij die gelegenheid vaststellen dat de inverdenkinggestelde voldoet aan de voorwaarden om het elektronisch toezicht te genieten, niet kunnen beslissen hem die modaliteit toe te kennen.
  6. Het staat aan de rechter elke leemte in de wet waarvan het Grondwettelijk Hof de ongrondwettigheid heeft vastgesteld in te vullen, alsook elke leemte die hieruit voortvloeit, wanneer de rechter aan die leemten in het kader van de bestaande wetsbepalingen kan verhelpen om de wet in overeenstemming te brengen met de artikelen 10 en 11 Grondwet.
  7. Uit het voorgaande volgt dat indien het onderzoeksgerecht bij de verwijzing van een inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht bij toepassing van artikel 26, § 3, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet heeft beslist dat hij aangehouden blijft, de inverdenkinggestelde op grond van artikel 27, § 1, 1° en 2°, Voorlopige Hechteniswet niet enkel om zijn voorlopige invrijheidstelling kan verzoeken maar ook om een omzetting van de in gevangenis uit te voeren voorlopige hechtenis naar de modaliteit van de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht.
  8. Het arrest dat oordeelt dat ondanks de omschrijving in de hoofding van het verzoek van de eiser "Verzoekschrift tot invrijheidstelling - art. 27 W. Voorlopige Hechtenis", de eiser geen verzoekschrift tot invrijheidstelling heeft ingediend, maar enkel heeft verzocht om de modaliteit van het elektronisch toezicht, terwijl dat verzoek niet kan worden gesteund op artikel 27 Voorlopige Hechteniswet en een dergelijk verzoek zelfs niet in de wet is voorzien, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat deze over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230822.VAC.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181017.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200128.2N.12 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210825.VAK.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.