id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.4 Rolnummer: P.21.0654.N Zaak: D. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Strafrecht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-10-08 Raadplegingen: 889 - laatst gezien 2026-06-19 09:58 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210928.2N.4 Fiches 1 - 5 Een burgerlijke partij heeft geen belang om te eisen dat haar burgerlijke rechtsvordering wordt beoordeeld door het gewone vonnisgerecht na een gebeurlijke uithandengeving van de minderjarige en niet door de jeugdrechtbank; de beslissing over de uithandengeving heeft immers geen nadelig effect voor de beoordeling van die burgerlijke rechtsvordering; voor beide gerechten kan een burgerlijke partij alle argumenten aanvoeren tot staving van haar rechtsvordering die enkel strekt tot het herstel van de door haar geleden schade; de onmogelijkheid voor een burgerlijke partij om een rechtsmiddel aan te wenden tegen de weigering om een minderjarige uit handen te geven zodat over de burgerlijke rechtsvordering wordt beslist door de jeugdrechtbank, tast het recht van de burgerlijke partij van toegang tot de rechter of haar recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel, zoals gewaarborgd door de artikelen 6.1 en 13 EVRM, niet aan
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Vrije woorden: Beslissing van de jeugdrechtbank om een minderjarige niet uit handen te geven - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6 en 13 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 57bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 202, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Jeugdrechtbank - Beslissing van de jeugdrechtbank om een minderjarige niet uit handen te geven - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6 en 13 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 57bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 202, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Beslissing van de jeugdrechtbank om een minderjarige niet uit handen te geven - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Arrest van de jeugdkamer dat het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaart - Toelaatbaarheid van het cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6 en 13 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 57bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 202, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op toegang tot de rechter - Beslissing van de jeugdrechtbank om een minderjarige niet uit handen te geven - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6 en 13 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 57bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 202, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 13 Vrije woorden: Recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel - Beslissing van de jeugdrechtbank om een minderjarige niet uit handen te geven - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6 en 13 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 57bis - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 202, 2° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 3, p. 149-
- - VASSEUR, Roeland; Noot'Burgerlijke partij kan geen hoger beroep aantekenen tegen een beslissing tot niet-uithandengeving van een minderjarige delictpleger' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0654.N
- H D L, in eigen naam en als vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen S D L en G D L, burgerlijke partij,
- B R, in eigen naam en als vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen S D L en G D L, burgerlijke partij,
- R D L, burgerlijke partij,
- L V H, burgerlijke partij,
- D R, burgerlijke partij, eisers, allen met als raadsman mr. Louis Carlier, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9030 Gent (Mariakerke), Durmstraat 29, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- J D, minderjarige,
- P D, burgerrechtelijk aansprakelijke partij,
- G F, burgerrechtelijk aansprakelijke partij,
- AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, vrijwillig tussengekomen partij, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, jeugdkamer, van 12 april
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerders 1, 2 en 3 sedert 23 februari 2021 wonende te … , … ; - de memorie per aangetekende post van 23 juni 2021 aan deze verweerders werd ter kennis gebracht op het adres … , … , terwijl de cassatieberoepen op 6 mei 2021 werden betekend op het adres … , … . De memorie die niet op het juiste adres van de verweerders 1, 2 en 3 werd ter kennis gebracht, is ten aanzien van deze verweerders niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Uit het beroepen vonnis blijkt dat de eerste rechter: - de rechtsvordering van de eisers in hoofdorde tot het niet in staat van wijzen verklaren van de zaak heeft verworpen en voor recht heeft gezegd dat de zaak met betrekking tot het protectionele luik in staat van wijzen is; - de rechtsvordering van de eisers in ondergeschikte orde strekkende tot de uithandengeving van de verweerder 1 heeft afgewezen als niet ontvankelijk; - de rechtsvordering van de eisers in verder ondergeschikte orde tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof over deze uithandenge¬ving heeft afgewezen; - met akkoord van alle partijen voor recht heeft gezegd dat de rechtsvordering van de eisers in uiterst ondergeschikte orde tot het horen veroordelen van de verweerders 1, 2 en 3 tot de betaling van een schadevergoeding aan de eisers 1 tot en met 4 niet in staat is, waarna conclusietermijnen werden vastgelegd en een rechtsdag werd bepaald.
- Uit de verklaring van hoger beroep en uit het grievenschrift van 9 december 2020 blijkt dat de eisers met aanduiding van de grieven “procedure” en “straf en/of maatregel” hoger beroep hebben ingesteld tegen de voormelde beslissingen waarbij hun rechtsvordering in hoofd-, ondergeschikte en verder ondergeschikte orde werd afgewezen en bijgevolg in wezen tegen het niet ontvankelijk verklaren van hun vordering tot de uithandengeving van de verweerder 1, alsook tegen de beslissing waarbij op strafrechtelijk gebied aan de verweerder 1 een maatregel werd opgelegd.
- Het arrest verklaart het enkel hoger beroep van de eisers niet ontvankelijk.
- Uit het voorgaande volgt dat het arrest een eindbeslissing is op de strafvordering.
- De eisers hebben als burgerlijke partijen geen hoedanigheid om op te komen tegen de beslissing op de strafvordering, behoudens in het geval zij tot de kosten van die vordering zouden zijn veroordeeld.
- Een burgerlijke partij heeft geen belang om te eisen dat haar burgerlijke rechtsvordering wordt beoordeeld door het gewone vonnisgerecht na een gebeurlijke uithandengeving van de minderjarige en niet door de jeugdrechtbank. De beslissing over de uithandengeving heeft immers geen nadelig effect voor de beoordeling van die burgerlijke rechtsvordering. Voor beide gerechten kan een burgerlijke partij alle argumenten aanvoeren tot staving van haar rechtsvordering die enkel strekt tot het herstel van de door haar geleden schade. De onmogelijkheid voor een burgerlijke partij om een rechtsmiddel aan te wenden tegen de weigering om een minderjarige uit handen te geven zodat over de burgerlijke rechtsvordering wordt beslist door de jeugdrechtbank, tast het recht van de burgerlijke partij van toegang tot de rechter of haar recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel, zoals gewaarborgd door de artikelen 6.1 en 13 EVRM, niet aan. De cassatieberoepen van de eisers zijn niet ontvankelijk. Middelen
- De middelen in zoverre gericht tegen de verweerster 4 die geen verband houden met de ontvankelijkheid van de cassatieberoepen, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 84,01 euro, waarvan 49,01 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210928.2N.4 geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.215 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div