id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.5 Rolnummer: P.21.0791.N Zaak: B. contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-10-08 Raadplegingen: 479 - laatst gezien 2026-06-14 09:55 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 9 Kinderrechtenverdrag noch een andere bepaling van dat verdrag legt uit wat voor het recht van het kind om niet te worden gescheiden van zijn ouders, behoudens rechterlijke beslissing, en voor het recht op deelname van partijen aan de procedure van jeugdbescherming onder het begrip “ouder” moet worden begrepen; daaruit volgt dat de verdere invulling daarvan is overgelaten aan de verdragsluitende Staten; artikel 46 Jeugdbeschermingswet bepaalt dat de dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie om te verschijnen voor de jeugdrechtbank, op straffe van nietigheid moet worden gericht aan de ouders, de opvangouders, de voogden of degenen die de minderjarige onder bewaring hebben, alsook in beginsel aan de minderjarige zelf; bij gebrek aan een specifieke bepaling is het begrip “ouder” hierbij te begrijpen in de gemeenrechtelijke betekenis, zoals langs vaderszijde bepaald in de artikelen 315 tot en met 325 oud Burgerlijk Wetboek
(1); daaruit volgt dat hij van wie wordt aangevoerd dat hij de verwekker is van het kind zonder dat de afstamming van vaderszijde overeenkomstig de voormelde wetsbepalingen is vastgesteld, zich niet als ouder in een procedure voor de jeugdrechtbank kan manifesteren.
(1)Over deze regels zie F. SWENNEN, Het personen en familierecht. Een benadering in context, Intersentia, 2021, 479-
- Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Vrije woorden: Verontrustende situatie - Oproeping van de partijen voor de jeugdrechtbank - Oproeping van ouders, voogden, opvangouders of bewaarders van het kind - Vermoedelijke vader van de minderjarige - Begrip ouder Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen te New York op 20 november 1989 - 20-11-1989 - Art. 9 - 35 Link Justel databank 19891120-35 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 46 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 315 tot 326 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: AFSTAMMING Vrije woorden: Afstamming langs vaderszijde - Vermoedelijke verwekker van het kind - Deelname van ouders aan procedures voor de jeugdrechtbank - Begrip ouder Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen te New York op 20 november 1989 - 20-11-1989 - Art. 9 - 35 Link Justel databank 19891120-35 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 46 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 315 tot 326 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden: Kinderrechtenverdrag - Deelname van ouders aan procedures van jeugdbescherming - Begrip ouder Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen te New York op 20 november 1989 - 20-11-1989 - Art. 9 - 35 Link Justel databank 19891120-35 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 46 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 315 tot 326 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0791.N M B, moeder van de minderjarige, eiseres, met als raadsman mr. Christophe Coen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 210A bus 10, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, van 6 mei
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM, artikel 9.2 Kinderrechtenverdrag en de artikelen 10 en 22 Grondwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de natuurlijke vader van de minderjarige nog niet bij de procedure kan worden betrokken omdat hij zijn kind nog niet heeft erkend; de natuurlijke vader is een betrokken partij voor wie de opgelegde maatregel een scheiding van zijn kind inhoudt en er is geen enkele reden om in zoverre te discrimineren met vaders die wettelijk ouder zijn of hun kind hebben erkend.
- Artikel 9.1 Kinderrechtenverdrag bepaalt het recht van een kind op gezinsleven en waarborgt onder meer dat een kind niet van zijn of haar ouders tegen hun wil mag worden gescheiden, tenzij de bevoegde autoriteiten, onder voorbehoud van de mogelijkheid van rechterlijke toetsing, in overeenstemming met het toepasselijke recht en de toepasselijke procedures, beslissen dat deze scheiding noodzakelijk is in het belang van het kind. Artikel 9.2 Kinderrechtenverdrag verplicht dat alle betrokken partijen de gelegenheid moeten krijgen aan de procedures deel te nemen en hun standpunten naar voor te brengen.
- Artikel 9 Kinderrechtenverdrag noch een andere bepaling van dat verdrag legt uit wat op dit punt onder het begrip “ouder” moet worden begrepen. Daaruit volgt dat de verdere invulling daarvan is overgelaten aan de verdragsluitende Staten.
- Artikel 46 Jeugdbeschermingswet, hier toepasselijk, bepaalt dat de dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie om te verschijnen voor de jeugdrechtbank, op straffe van nietigheid moet worden gericht aan de ouders, de opvangouders, de voogden of degenen die de minderjarige onder bewaring hebben, alsook in beginsel aan de minderjarige zelf. Bij gebrek aan een specifieke bepaling is het begrip “ouder” hierbij te begrijpen in de gemeenrechtelijke betekenis, zoals langs vaderszijde bepaald in de artikelen 315 tot en met 325 oud Burgerlijk Wetboek. Daaruit volgt dat hij van wie wordt aangevoerd dat hij de verwekker is van het kind zonder dat de afstamming van vaderszijde overeenkomstig de voormelde wetsbepalingen is vastgesteld, zich niet als ouder in een procedure voor de jeugdrechtbank kan manifesteren.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt zoals het onderdeel vermeldt. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
- De overige wetsschendingen zijn afgeleid uit de voormelde onjuiste rechtsopvattingen. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM, artikel 9.1 Kinderrechtenverdrag en de artikelen 22 en 22bis Grondwet, alsook miskenning van het zorgvuldigheidsbeginsel: door de minderjarige voor een duurtijd van drie jaren in een pleeggezin te doen verblijven, wordt hij ook van de natuurlijk vader gescheiden; die werd echter niet opgeroepen en de appelrechter onderzoekt niet of ook die scheiding in het belang is van het kind.
- In zoverre het onderdeel is afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde onwettigheden, is het niet ontvankelijk.
- Voor het overige komt het onderdeel, dat formeel wetsschendingen aanvoert, in werkelijkheid op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest of verplicht het het Hof tot een onderzoek van die feiten, waartoe het Hof telkenmale niet bevoegd is, en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 47, 2°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp (hierna Decreet Integrale Jeugdhulp): de appelrechter maakt toepassing van artikel 47, 2°, Decreet Integrale Jeugdhulp om gerechtelijke maatregelen op te leggen, maar doet dit zonder na te gaan of alle voorwaarden daartoe zijn vervuld; in haar appelconclusie heeft de eiseres nochtans aangevoerd dat dit niet het geval is; bijgevolg is het arrest evenmin met redenen omkleed.
- In zoverre het aanvoert dat de appelrechter gevat is met een vordering op basis van artikel 47, 2°, Decreet Integrale Jeugdhulp, berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- Het arrest (p. 6) oordeelt: “Na het arrest van 10 december 2020 is de bezorgdheid omtrent het functioneren van [de eiseres] en de veiligheid van [de minderjarige] alleen maar toegenomen. Via een tante van [de eiseres] die als tussenpersoon wou bemiddelen, werd gevraagd naar een heropstart van bezoeken. Dit bezoek, dat op 15 januari 2021 was gepland, werd daags voordien geannuleerd wegens ziekte van [de eiseres]. Een overleg op de nieuw vooropgestelde datum, met name 29 januari 2021, kon niet doorgaan omdat [de eiseres] naar het buitenland bleek te zijn vertrokken waar zij haar verblijfadres niet kenbaar wil maken. [De eiseres] contacteert de hulpverleners enkel om hen uit te schelden of te bedreigen. (…) De dreigende taal die wordt gehanteerd is niet van aard om het hof (van beroep) gerust te stellen inzake de veiligheid van [de minderjarige]. Er loopt ook een onderzoek wegens dreiging tot ontvoering van het kind. [De minderjarige] is nog maar een baby en zijn veiligheid moet in deze primeren. (…) Reeds bij beschikking van 20 oktober 2020 werd geoordeeld dat een terugkeer naar huis nog niet mogelijk was en dat een pleegplaatsing op lange termijn aangewezen is. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat er geen redenen zijn om daarover nu anders te oordelen. De wettelijke voorwaarden om de maatregel te nemen zijn vervuld.” Met het geheel van die redenen geeft het arrest te kennen dat alles in het werk is gesteld om vrijwillige jeugdhulpverlening mogelijk te maken, maar dat dit niet kon worden gerealiseerd, zodat aan de voorwaarden is voldaan om aan de minderjarige een gerechtelijke maatregel op te leggen. Aldus beantwoordt het arrest het desbetreffende verweer van de eiseres en verantwoordt het de beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 48, § 1, 9°, Decreet Integrale Jeugdhulp: het arrest legt aan de minderjarige een pleegplaatsing op voor een periode van drie jaren; het bepalen van dergelijke lange duurtijd is slechts mogelijk en gepast indien het vaststaat dat het pleeggezin beantwoordt aan de voorwaarden van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg; het arrest beantwoordt bovendien niet het verweer dat de eiseres daarover in haar appelconclusie heeft aangevoerd.
- In zoverre het onderdeel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.
- Het arrest (p. 6) oordeelt onder meer dat: - de wettelijke voorwaarden zijn vervuld om de maatregel van pleegplaatsing te nemen; - die maatregel genomen is in het belang van het kind wiens veiligheid moet primeren; - er geen redenen zijn om te twijfelen aan de goede wil van de dienst voor pleeg¬zorg of het pleeggezin; - tijdens de behandeling op de rechtszitting is gebleken dat zij ook respect hebben voor de godsdienstbeleving van de eiseres. Met die redenen verwerpt en beantwoordt het arrest het verweer van de eiseres en motiveert het waarom een langdurige pleegplaatsing wordt opgelegd. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div