← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Art. 37

/1, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 2 - 3 Uit artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet volgt dat de rechter principieel ertoe gehouden is een alcoholslot op te leggen aan de overtreder die zich bevindt in de in dat artikel bepaalde voorwaarde van alcoholintoxicatie

(1); de rechter die vaststelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van deze maatregel is voldaan, dient die beslissing niet nader te motiveren; indien de veroordeelde evenwel met een daartoe strekkende conclusie de rechter heeft verzocht de maatregel niet toe te passen, dient de rechter bij toepassing van artikel 149 Grondwet deze conclusie te beantwoorden, zonder dat hij moet antwoorden op stukken die zijn ingediend ter staving van de conclusie.
(1)Cass. 7 januari 2020, AR P.19.0963.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200107.2N.9, AC 2020, nr.
  1. Zie ook C. DE ROY, “De Wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid: opnieuw een strengere aanpak van verkeersovertreders”, RW 2018-19, 125; Ph. TRAEST, Topics verkeers(straf)recht, Intersentia, 2021,
  2. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Vrije woorden: Artikel 37/1 - Alcoholslot - Alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed - Verzoek bij conclusie om het alcoholslot niet op te leggen - Motivering Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 37

/1, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Alcoholslot - Alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed - Verzoek bij conclusie om het alcoholslot niet op te leggen Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 37

/1, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 4 De in artikel 37/1, § 1, Wegverkeerswet bedoelde maatregel van het alcoholslot beoogt niet de beklaagde te bestraffen, maar de maatschappij te beschermen tegen onverantwoord verkeersgedrag door mee te waarborgen dat een bestuurder zich veilig in het verkeer begeeft

(1); het is bijgevolg geen straf maar wel een beveiligingsmaatregel; de rechter kan geen uitstel van tenuitvoerlegging verlenen voor een beveiligingsmaatregel.
(1)Cass. 8 juni 2021, AR P.21.0368.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210608.2N.11, AC 2021, nr.
  1. Zie ook C. DE ROY, “De Wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid: opnieuw een strengere aanpak van verkeersovertreders”, RW 2018-19, 125; Ph. TRAEST, Topics verkeers(straf)recht, Intersentia, 2021, 31-
  2. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Vrije woorden: Artikel 37/1 - Alcoholslot - Beveiligingsmaatregel - Verzoek tot uitstel van de maatregel - Grens Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 37/1, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.

P.21.0262.N E B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Wiet Goris, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, van 13 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 37/1, § 1, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis is niet voldoende met redenen omkleed en volledig verkeerd gemotiveerd; het houdt geen rekening met de door de eiser neergelegde stukken en conclusie waaruit blijkt dat de eiser niet lijdt aan alcoholverslaving en dat er geen sprake is van een alcoholproblematiek.
  3. Artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt: “In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te leggen, motiveert hij dit uitdrukkelijk.”
  4. Het opleggen van een alcoholslot in geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft, is niet afhankelijk van de vaststelling dat de overtreder aan een alcoholverslaving lijdt of een alcoholproblematiek heeft.
  5. Uit artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet volgt dat de rechter principieel ertoe gehouden is een alcoholslot op te leggen aan de overtreder die zich bevindt in de in dat artikel bepaalde voorwaarde van alcoholintoxicatie. De rechter die vaststelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van deze maatregel is voldaan, dient die beslissing niet nader te motiveren. Indien de veroordeelde evenwel met een daartoe strekkende conclusie de rechter heeft verzocht de maatregel niet toe te passen, dient de rechter bij toepassing van artikel 149 Grondwet deze conclusie te beantwoorden, zonder dat hij moet antwoorden op stukken die zijn ingediend ter staving van de conclusie.
  6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  7. De eiser heeft in zijn appelconclusie met verwijzing naar ingediende stukken gevraagd het alcoholslot niet op te leggen omdat hij niet alcoholverslaafd is of geen alcoholproblematiek heeft en omdat het installeren van een alcoholslot in een bedrijfsvoertuig zeer moeilijk, zo niet onmogelijk is.
  8. Het bestreden vonnis stelt vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van het alcoholslot is voldaan en dat de door de eiser aangevoerde argumenten geen afdoende concrete elementen zijn die de rechtbank zouden toelaten om af te wijken van de verplichting een alcoholslot op te leggen. Het voegt daaraan toe dat het feit over een bedrijfswagen te beschikken de eiser niet ervan heeft weerhouden om dronken dit voertuig te besturen, zodat niet in te zien valt hoe het feit over een bedrijfswagen te beschikken een argument zou kunnen zijn om geen alcoholslot op te leggen. Met die redenen beantwoordt het bestreden vonnis het bedoelde verweer en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis laat na de redenen te vermelden waarom het verkiest om geen alcoholslot op te leggen; het houdt geen rekening met de neergelegde stukken noch met het onderzoek op de rechtszitting; het antwoordt evenmin op de vraag om de tenuitvoerlegging van de straf uit te stellen indien een alcoholslot zou worden opgelegd.
  10. In zoverre het middel eenzelfde strekking heeft als het eerste middel, is het om in de in het antwoord op dat middel vermelde redenen te verwerpen.
  11. De in artikel 37/1, § 1, Wegverkeerswet bedoelde maatregel beoogt niet de beklaagde te bestraffen, maar de maatschappij te beschermen tegen onverantwoord verkeersgedrag door mee te waarborgen dat een bestuurder zich veilig in het verkeer begeeft. Het is bijgevolg geen straf maar wel een beveiligingsmaatregel. De rechter kan geen uitstel van tenuitvoerlegging verlenen voor een beveiligingsmaatregel. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  12. Het bestreden vonnis diende aldus niet te antwoorden op het doelloos verzoek om uitstel van tenuitvoerlegging te verlenen voor het opleggen van een alcoholslot. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
  13. Het middel voert schending aan van artikel 29, § 4, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers in conclusie gestelde vraag om de geldboete te verminderen met de door hem te betalen kosten van de herstelonderzoeken en -examens en de erelonen van de geneesheer en psycholoog.
  14. Het bestreden vonnis maakt het herstel in het recht tot sturen niet afhankelijk van het slagen in een medisch en psychologisch onderzoek. Het diende bijgevolg niet te antwoorden op het doelloos verweer om de geldboete te verminderen met de daarmee verband houdende kosten. Het middel kan niet worden aangenomen. Vierde middel
  15. Het middel voert schending aan van artikel 8, § 1, eerste en derde lid, Probatiewet: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers verzoek om indien een alcoholslot wordt opgelegd uitstel van uitvoerlegging te verlenen.
  16. Het middel dat dezelfde draagwijdte heeft als het tweede middel, moet om de in het antwoord op dat middel vermelde redenen worden verworpen. Ambtshalve onderzoek
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 september 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240409.2N.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200107.2N.9 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210608.2N.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.