id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210930.1N.10 Rolnummer: C.21.0002.N Zaak: R. contra M. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2021-10-15 Raadplegingen: 2167 - laatst gezien 2026-06-19 04:45 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210930.1N.10 Fiches 1 - 3 Een overeenkomst is slechts nietig wegens strijdigheid met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen wanneer zij een ongeoorloofd voorwerp of een ongeoorloofde oorzaak heeft. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Toestemming Vrije woorden: Bedrog Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 2, 1108 en 1131 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Oorzaak Vrije woorden: Nietigheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 2, 1108 en 1131 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Voorwerp Vrije woorden: Nietigheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 2, 1108 en 1131 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 4 Het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit sluit uit dat een contractpartij die bedrog heeft gepleegd bij de totstandkoming van een overeenkomst, met het oogmerk de wederpartij te schaden of uit winstbejag, of aan wie dit bedrog toerekenbaar is, na vernietiging van de overeenkomst aanspraak kan maken op restitutie door de wederpartij van de in uitvoering van de overeenkomst reeds geleverde prestaties, indien hij hierdoor voordeel zou kunnen halen uit zijn bedrog
(1)
(2).
(1)Zie andersluidende concl. OM.
(2)Zie Cass. 3 oktober 2019, AR C.18.0438.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191003.4, AC 2019, nr. 499; Cass. 3 maart 2011, AR C.07.0312.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110303.2, AC 2011, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: "Fraus omnia corrumpit" - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1116 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 38, p. 1156-
- - KEIKELEIRE, Arthur; Noot'Fraus versus restitutie' TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2022, nr. 3, p. 382-
- - TANGHE, Thijs; Noot'Is een overeenkomst wegens schending van de openbare orde of dwingende westbepalingen slechts nietig als zij een ongeoorloofde oorzaak heeft? En weigering van restitutie...' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0002.N
- H. R.,
- M. V., eisers, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beschikking van 29 oktober 2020 (G.20.0012.N), vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- S. M.,
- L. P., verweerders, in aanwezigheid van
- Gerry VERSCHUREN, advocaat, met kantoor te 2800 Mechelen, Bleekstraat 11/003, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van N. R.,
- S. S., in gemeen- en bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 november
- Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 2 september 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. FEITEN
- Uit het arrest blijken de volgende feiten: - de eisers vorderen de terugbetaling van door hen aan de verweerders toegestane leningen; - tussen de partijen, evenals met de zoon van de eisers, N. R., voor wie de eerste tot bindendverklaring opgeroepen partij optreedt, vriendschapsbanden bestonden; - de leningen werden door de eisers aan de verweerders kosteloos verstrekt “uit hulpvaardigheid” ter overbrugging van een kredietaanvraag bij AXA-bank die door N. R., een zelfstandig kredietmakelaar, zou worden bemiddeld; - AXA-bank de kredieten niet verleende; - N. R. zich schuldig maakte aan bedrog ter zake de herfinanciering van de leningen door AXA-bank en de verweerders zonder dit bedrog de leningen niet zouden hebben aangegaan; - N. R. hiervoor strafrechtelijk werd veroordeeld. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 1108 Oud Burgerlijk Wetboek zijn voor de geldigheid van een overeenkomst vier voorwaarden vereist: de toestemming van de partij die zich verbindt, de bekwaamheid tot contracteren en een voorwerp en een oorzaak. Een overeenkomst met een ongeoorloofd voorwerp is krachtens de artikelen 2 en 1108 Oud Burgerlijk Wetboek nietig. Dit is het geval wanneer de overeenkomst strekt tot het doen ontstaan of in stand te houden van een toestand die in strijd is met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen. Een overeenkomst met een ongeoorloofde oorzaak kan krachtens artikel 1131 Oud Burgerlijk Wetboek geen gevolg hebben. Dit is het geval wanneer de determinerende beweegredenen strijdig zijn met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen.
- Een overeenkomst is dus slechts nietig wegens strijdigheid met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen wanneer zij een ongeoorloofd voorwerp of een ongeoorloofde oorzaak heeft.
- De appelrechters die oordelen dat de leningen toegestaan door de eisers aan de verweerders nietig zijn wegens het door N. R. gepleegde bedrog, om de enkele reden dat diens bedrog gepaard ging met misdrijven, zonder vast te stellen dat deze overeenkomsten een ongeoorloofd voorwerp hadden of behept waren met een ongeoorloofde oorzaak, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Vierde onderdeel
- Het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit staat eraan in de weg dat het bedrog de dader voordeel verschaft. Het strekt tot het tenietdoen van de rechtsgevolgen die uit een bedrieglijke gedraging voortvloeien. Deze werking reikt niet verder dan nodig is om te verhinderen dat het door bedrog beoogde doel wordt bereikt. Dit beginsel sluit uit dat een contractpartij die bedrog heeft gepleegd bij de totstandkoming van een overeenkomst, met het oogmerk de wederpartij te schaden of uit winstbejag, of aan wie dit bedrog toerekenbaar is, na vernietiging van de overeenkomst aanspraak kan maken op restitutie door de wederpartij van de in uitvoering van de overeenkomst reeds geleverde prestaties, indien hij hierdoor voordeel zou kunnen halen uit zijn bedrog.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eisers, N. R. en de tweede tot bindendverklaring opgeroepen partij kosteloos verschillende leningen aan de verweerders hebben toegestaan; - N. R. als zelfstandig makelaar, onder meer middels valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken, de verweerders heeft doen geloven dat zij een bancaire lening aangingen met de nodige waarborgen, terwijl hij hen in werkelijkheid leningen toestond met fondsen die afkomstig waren uit zijn privévermogen en dat van de eisers en de tweede tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij, voor wie hij bij de totstandkoming van deze lening als vertegenwoordiger optrad; - de verweerders deze leningen nooit zouden zijn aangegaan zonder dit bedrog; - de leningen één geheel vormen, zodat het bedrog hen in hun geheel aantast, en omwille van dit wilsgebrek nietig zijn krachtens artikel 1116 Oud Burgerlijk Wetboek; - teneinde te verhinderen dat het door het bedrog van N. R. beoogde doel wordt bereikt, met name onrechtmatig winstbejag ten nadele van de verweerders middels het plegen van misdrijven waarvan de verweerders de slachtoffers zijn geweest, het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit in de gegeven omstandigheden vereist dat de verweerders van hun terugbetalingsverplichting ten aanzien van de eisers en de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen worden bevrijd.
- Door evenwel na te laten aan te geven waaruit dit winstbejag bestond en welk voordeel aan de eisers moest worden ontnomen door na vernietiging van de leningsovereenkomst restitutie te weigeren van de gelden die zij in uitvoering van de overeenkomst aan de verweerders ter beschikking hadden gesteld, laten de appelrechters het Hof niet toe om zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. De beslissing is derhalve niet regelmatig met redenen omkleed. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit oordeelt dat de verweerders niet gehouden zijn tot terugbetaling aan de eisers van de aan hen ter beschikking gestelde gelden en dat zij toegelaten zijn de reeds aan de eisers terugbetaalde bedragen terug te vorderen. Verklaart dit arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210930.1N.10 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210930.1N.10 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.5 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250620.1N.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110303.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191003.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230310.1N.1 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260129.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div