← België

ALLIANZ BENELUX nv contra AXA BELGIUM nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210930.1N.2 Rolnummer: C.20.0360.N Zaak: ALLIANZ BENELUX nv contra AXA BELGIUM nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2021-10-15 Raadplegingen: 826 - laatst gezien 2026-06-19 05:49 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210930.1N.2 Fiche De subrogatoire vordering uit artikel 47 Arbeidsongevallenwet heeft betrekking op vergoedingen die de arbeidsongevallenverzekeraar aan het slachtoffer en zijn rechthebbenden uitbetaalt krachtens de Arbeidsongevallenwet en niet op vergoedingen die hij hen boven voormelde vergoedingen uitbetaalt in het kader van een aanvullende verzekeringspolis

(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERZEKERING Vrije woorden: Indeplaatsstelling - Omvang Wettelijke bepalingen: Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Art. 47 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0360.N ALLIANZ BENELUX nv, met zetel te 1000 Brussel, Koning Albert II laan 32, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.258.197, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 24 februari
  1. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 2 juli 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 47, eerste lid, Arbeidsongevallenwet kan de verzekeringsonderneming een rechtsvordering instellen tegen de voor het arbeidsongeval aansprakelijke tot beloop van de krachtens artikel 46, § 2, eerste lid, gedane uitkeringen, de ermee overeenstemmende kapitalen, alsmede de bedragen en kapitalen bedoeld bij de artikelen 51bis, 51ter en 59quinquies. Krachtens het tweede lid van voormeld artikel kan de verzekeringsonderneming die burgerlijke vordering instellen op dezelfde wijze als het slachtoffer of zijn rechthebbenden en wordt zij gesubrogeerd in de rechten die de getroffene of zijn rechthebbenden bij niet-vergoeding overeenkomstig artikel 46, § 2, eerste lid, krachtens het gemene recht, hadden kunnen vorderen. Krachtens artikel 46, § 2, eerste lid, Arbeidsongevallenwet is de verzekeringsonderneming, onverminderd de bepalingen van § 1, verplicht de vergoedingen, die voortvloeien uit deze wet te betalen binnen de bij de artikelen 41 en 42 gestelde termijn. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat de subrogatoire vordering uit artikel 47 Arbeidsongevallenwet betrekking heeft op vergoedingen die de arbeidsongevallenverzekeraar aan het slachtoffer en zijn rechthebbenden uitbetaalt krachtens de arbeidsongevallenwet en dus niet op vergoedingen die hij hen boven voormelde vergoedingen uitbetaalt in het kader van een aanvullende verzekeringspolis.
  3. De appelrechters die op de vordering van de eiseres betreffende het excedent artikel 47 Arbeidsongevallenwet toepassen, verantwoorden hun beslissing bijgevolg niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige grieven
  4. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre de appelrechters de vordering van de eiseres tegen de verweerster ongegrond verklaren en ze oordelen over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 september 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210930.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210930.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.