id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211004.3N.1 Rolnummer: S.20.0036.N Zaak: B. contra OCMW ANTWERPEN Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2021-11-08 Raadplegingen: 920 - laatst gezien 2026-06-18 09:22 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211004.3N.1 Fiche 1 Het OCMW dient dringende medische hulp te verstrekken aan de vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft, indien blijkt dat deze zonder die tussenkomst geen leven kan leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid; bij de beoordeling van de mogelijkheid een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid kunnen de bestaansmiddelen van bepaalde gezins- en familieleden met wie hij samenwoont in aanmerking worden genomen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (OPENBARE CENTRA VOOR) Vrije woorden: Vreemdeling - Dringende medische hulp - Menselijke waardigheid - Globalisering van het inkomen - Begrip Wettelijke bepalingen: Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - 08-07-1976 - Artt. 1, eerste lid, en 57, § 1, eerste lid, en § 2, 1° - 01 ELI link Pub nr 1976070810 KB 1 december 2013 betreffende de minimumvoorwaarden voor het sociaal onderzoek verricht overeenkomstig artikel 9bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - 01-12-2013 - Art. 5 - 14 ELI link Pub nr 2014011138 Fiche 2 Onder samenwoning wordt verstaan het onder hetzelfde dak wonen van personen die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen; het begrip "samenwonen" houdt een zekere duurzaamheid in
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (OPENBARE CENTRA VOOR) Vrije woorden: Menselijke waardigheid - Globalisering van het inkomen - Samenwoning - Begrip Wettelijke bepalingen: Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - 08-07-1976 - Artt. 1, eerste lid, en 57, § 1, eerste lid, en § 2, 1° - 01 ELI link Pub nr 1976070810 KB 1 december 2013 betreffende de minimumvoorwaarden voor het sociaal onderzoek verricht overeenkomstig artikel 9bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - 01-12-2013 - Art. 5 - 14 ELI link Pub nr 2014011138 Tekst van de beslissing Nr. S.20.0036.N S.B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN ANTWERPEN, met kantoor te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0212.235.604, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 4 maart
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 24 augustus 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel
- De verweerder werpt twee gronden van niet-ontvankelijkheid van het middel op: in zoverre het middel aanvoert dat de eiser de bestaansmiddelen van het gezin waar hij verblijft niet ter beschikking had, vereist het een onderzoek van feiten en is het bovendien nieuw.
- Het onderzoek van de eerste grond van niet-ontvankelijkheid valt niet te onderscheiden van het onderzoek van het middel zelf. De eerste grond van niet ontvankelijkheid moet worden verworpen.
- Het arrest oordeelt dat de eiser inwoont bij zijn dochter en gelet op de samenwoning op het ogenblik van de verleende medische zorgen, met alle inkomsten van het gezin rekening moet worden gehouden. Het middel dat opkomt tegen dit oordeel is niet nieuw. Ook de tweede grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 1, eerste lid, OCMW-wet heeft elke persoon recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Krachtens artikel 57, § 1, eerste lid, OCMW-wet heeft onverminderd het bepaalde in artikel 57ter, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn tot taak aan personen en gezinnen de dienstverlening te verzekeren waartoe de gemeenschap gehouden is. Krachtens artikel 57, § 2, 1°, OCMW-wet is, in afwijking van de andere bepalingen van deze wet, de taak van het OCMW beperkt tot het verlenen van dringende medische hulp, wanneer het gaat om een vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft. Krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit van 1 december 2013 betreffende de minimumvoorwaarden voor het sociaal onderzoek verricht overeenkomstig artikel 9bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn moet de behoeftigheid van de hulpaanvrager minstens aan de hand van volgende elementen worden aangetoond: een overzicht van zijn bestaansmiddelen, of hij al dan niet samenwoont met een partner of echtgenoot of een ascendent of een descendent tot in de eerste graad, en een overzicht van hun bestaansmiddelen en een beknopte beschrijving van zijn levensomstandigheden die een invloed hebben op zijn behoeftigheid.
- Uit deze bepalingen volgt dat: - het OCMW dringende medische hulp dient te verstrekken aan de vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft, indien blijkt dat deze zonder die tussenkomst geen leven kan leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid; - bij de beoordeling van de mogelijkheid een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid de bestaansmiddelen van bepaalde gezins- en familieleden met wie hij samenwoont in aanmerking kunnen worden genomen. Onder samenwoning wordt, voor de toepassing van deze bepalingen, verstaan het onder hetzelfde dak wonen van personen die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen. Het begrip "samenwonen" houdt een zekere duurzaamheid in.
- In zijn appelconclusie voerde de eiser aan dat hij behoeftig was, op basis van zijn bestaansmiddelen en deze van zijn echtgenote en zonder rekening te houden met de inkomsten van zijn dochter en haar partner waar hij "kost en inwoon" had. In zijn appelconclusie voerde de verweerder aan dat hij rekening moest houden met de financiële mogelijkheden van de gezinsleden van de eiser, hetzij het maandinkomen van 3.900 euro van het gezin van de dochter.
- Het arrest stelt vast dat: - de eiser Grieks ingezetene was, met verblijfsrecht in Griekenland; - hij samen met zijn echtgenote bij hun dochter en haar partner inwoonde, en dit, volgens eigen verklaring, sinds december 2017 en omwille van een familiaal bezoek; - hij op 13 april 2018 opgenomen werd op de spoedafdeling van een ziekenhuis. Het arrest dat, om het geschilpunt tussen de partijen te beslechten door de bestaansmiddelen van de dochter en haar partner mede in aanmerking te nemen bij de beoordeling van de behoeftigheid van de eiser, de samenwoning van de eiser met zijn dochter en haar partner afleidt uit de enkele omstandigheid dat hij bij hen inwoonde, zonder na te gaan of hij met hen, met een zekere duurzaamheid, onder hetzelfde dak woonde en de huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelde, schendt de artikelen 1 en 57, § 1 en § 2, 1°, OCMW-wet. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent. Bepaalt de kosten voor de eiser op 828,27 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir en in openbare rechtszitting van 4 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211004.3N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211004.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div