← België

STAD GENT’contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211004.3N.2 Rolnummer: S.20.0049.N Zaak: STAD GENT'contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2021-11-08 Raadplegingen: 673 - laatst gezien 2026-06-18 20:53 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211004.3N.2 Fiche 1 Het volstaat dat het statutaire personeelslid zijn ziektekredietdagen heeft opgebruikt opdat het, bij verdere afwezigheid wegens ziekte of invaliditeit, in disponibiliteit kan worden gesteld; daartoe is geenszins vereist dat dit statutaire personeelslid definitief arbeidsongeschikt is voor de functie waarin het is aangesteld

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 239, eerste lid, 242, § 1, 256, § 1, en 257, § 1, Vlaams Rechtspositiebesluit Gemeentepersoneel, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 16 december 2008. Thesaurus CAS: ARBEID - ARBEIDSBESCHERMING Vrije woorden: Wet Welzijn Werknemers - Statutair ambtenaar - Ziekte - Disponibiliteit - Begrip Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende ... - 07-12-2007 - Artt. 239, eerste lid, 242, § 1, 256, § 1, en 257, § 1 - 42 ELI link Pub nr 2007037220 Fiche 2 Voor de in disponibiliteitstelling is niet vereist dat de aanstellende overheid een reïntegratietraject “van een werknemer die het overeengekomen werk tijdelijk of definitief niet kan uitoefenen” heeft gevolgd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEID - ARBEIDSBESCHERMING Vrije woorden: Wet Welzijn Werknemers - Statutair ambtenaar - Ziekte - Disponibiliteit - Reïntegratietraject - Toepassingsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: KB 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers - 28-05-2003 - Afdeling 6/1 - 35 ELI link Pub nr 2003012303 Codex 28 april 2017 over het welzijn op het werk - 28-04-2017 - Boek I, titel 4, hoofdstuk VI - 27 ELI link Pub nr 2017A10461 Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2022, nr. 455, p. 81-
  1. - JANVIER, Ria; Noot'Re-integratie van ambtenaren: net dat tikkeltje anders' Chr.D.S.-Chroniques de droit social - 2023, n° 2, p.
  2. - JACQMAIN, Jean; Note'Le trajet s'est égaré' Tekst van de beslissing Nr. S.20.0049.N STAD GENT, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 9000 Gent, Botermarkt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.451.227, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen A.V.C., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 13 maart
  3. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 1 september 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel
  4. De verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel op: het Hof kan de door het middel bekritiseerde reden vervangen door een rechtsgrond waardoor de beslissing dat de eiseres de verweerster niet rechtsgeldig in disponibiliteit kon stellen naar recht wordt verantwoord, met name de vaststelling dat de eiseres de bij artikel I.4-68 van de Codex Welzijn Werk voorgeschreven procedure niet heeft gevolgd en de definitieve arbeidsongeschiktheid van de verweerster overeenkomstig voormeld artikel I.4-68 bijgevolg niet bewezen is, zodat het middel geen belang heeft.
  5. Zoals volgt uit het navolgende antwoord op het middel, is het niet vereist dat het statutaire personeelslid dat zijn ziektekredietdagen heeft opgebruikt, definitief arbeidsongeschikt is voor de functie waarin het is aangesteld opdat het in disponibiliteit kan worden gesteld. De grond van niet-ontvankelijkheid die ervan uitgaat dat een statutair personeelslid slechts rechtsgeldig in disponibiliteit kan worden gesteld wanneer zijn definitieve arbeidsongeschiktheid is bewezen, moet worden verworpen. Gegrondheid
  6. Artikel 184 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hierna Vlaams Rechtspositiebesluit Gemeentepersoneel, bepaalt dat het statutaire personeelslid dat afwezig is wegens ziekte of ongeval van gemeen recht, ziekteverlof krijgt. Artikel 239, eerste lid, van het gemeentelijk reglement betreffende de rechtspositieregeling voor het personeel van de stad Gent, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 16 december 2008, hierna Rechtspositieregeling Stadspersoneel Gent, voorziet in een gelijkluidende bepaling. Krachtens artikel 187, § 1, Vlaams Rechtspositiebesluit Gemeentepersoneel: - heeft het statutaire personeelslid dat geen recht heeft op uitkeringen in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering recht op ziekteverlof volgens een stelsel van ziektekredietdagen; - wordt voor opgenomen ziektekredietdagen het gewone salaris betaald; - worden de ziektekredietdagen toegekend in de vorm van een krediet van eenentwintig werkdagen per jaar volledige dienstactiviteit; - wordt bij aanvang, en na de eventuele periode van recht op ziekte-uitkering in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, aan een statutair personeelslid onmiddellijk een krediet van drieënzestig dagen toegestaan en worden nadien aanvullende kredietdagen toegestaan voor het vierde jaar en de daar-opvolgende jaren die recht geven op ziektekrediet. Artikel 242, § 1, Rechtspositieregeling Stadspersoneel Gent voorziet in gelijkluidende bepalingen. Artikel 196, § 1, Vlaams Rechtspositiebesluit bepaalt dat een statutair personeelslid dat geen recht heeft op uitkeringen in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, bij afwezigheid wegens ziekte of invaliditeit in disponibiliteit kan worden gesteld op het ogenblik dat het personeelslid het totale aantal beschikbare ziektekredietdagen, toegekend volgens de bepalingen van zijn rechtspositieregeling, heeft opgebruikt. Artikel 256, § 1, Rechtspositieregeling Stadspersoneel Gent voorziet in een gelijkluidende bepaling. Krachtens artikel 197, § 1, Vlaams Rechtspositiebesluit Gemeentepersoneel ontvangt het statutaire personeelslid dat in disponibiliteit is gesteld wegens ziekte, een wachtgeld gelijk aan 60 pct. van het laatste activiteitssalaris. Artikel 257, § 1, Rechtspositieregeling Stadspersoneel Gent voorziet in een gelijkluidende bepaling.
  7. Uit de voormelde bepalingen volgt dat het volstaat dat het statutaire personeelslid zijn ziektekredietdagen heeft opgebruikt opdat het, bij verdere afwezigheid wegens ziekte of invaliditeit, in disponibiliteit kan worden gesteld. Daartoe is geenszins vereist dat dit statutaire personeelslid definitief arbeidsongeschikt is voor de functie waarin het is aangesteld. Daartoe is evenmin vereist dat de aanstellende overheid een reïntegratietraject “van een werknemer die het overeengekomen werk tijdelijk of definitief niet kan uitoefenen” heeft gevolgd zoals achtereenvolgens geregeld door afdeling 6/1 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht van de werknemers en boek I, titel 4, hoofdstuk VI, van de Codex van 28 april 2017 over het welzijn op het werk. Zulk een vereiste volgt ook niet uit de bepalingen van het voormelde koninklijk besluit van 28 mei 2003 of de voormelde Codex van 28 april
  8. Het arrest dat oordeelt dat de eiseres de verweerster niet op rechtsgeldige wijze in disponibiliteit kon stellen op grond dat geen geldig reïntegratietraject in de zin van de voormelde Codex werd gevolgd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare terechtzitting van 4 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211004.3N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211004.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.