← België

V. contra SCANIA BELGIUM nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211004.3N.4 Rolnummer: S.20.0051.N Zaak: V. contra SCANIA BELGIUM nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2021-11-08 Raadplegingen: 686 - laatst gezien 2026-06-16 17:46 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211004.3N.4 Fiche Onder sluiting wordt verstaan, de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Vrije woorden: Ontslag om technische of economische redenen - Sluiting van afdeling - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 1, § 2, 6° - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Annotaties Publicaties: JTT-JTT: Arbeidsrecht,sociale zekerheid, sociaal procesrecht, sociaal strafrecht - 2022, nr. 1431, p. 285-
  1. - BOUCIQUE, Ward; Noot'Wet 19 maart 1991: stopzetting activiteit bij sluiting afdeling-maar op welk niveau?' Tekst van de beslissing Nr. S.20.0051.N K.V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen SCANIA BELGIUM nv, met zetel te 1120 Brussel, Antoon Van Osslaan 1/28, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.607.507, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 14 januari
  2. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 8 september 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel
  3. De verweerster werpt twee gronden van niet-ontvankelijkheid van het middel op: - het middel heeft geen belang aangezien het niet opkomt tegen de vaststellingen van het arrest dat de eiseres een sluitingspremie heeft ontvangen omwille van het opheffen van de Academy-afdeling en dat zij die premie heeft aanvaard, die een zelfstandige reden vormen die de beslissing dat de hoofdactiviteit van de Academy-afdeling werd stopgezet naar recht verantwoordt; - in zoverre het middel aanvoert dat de omstandigheid dat de vroegere activiteit van de Academy-afdeling werd geabsorbeerd en geïntegreerd in de gewone werking mogelijks op een reorganisatie wijst maar geen stopzetting van de hoofdactiviteit van die afdeling uitmaakt, vereist het een onderzoek van feiten.
  4. In het kader van hun beoordeling dat de Academy-afdeling een afzonderlijke afdeling van de onderneming van de verweerster vormt, stellen de appelrechters vast dat de eiseres “bovendien” een sluitingspremie heeft ontvangen en aanvaard. Zij leiden uit die vaststelling niet af dat de hoofdactiviteit van de Academy-afdeling werd stopgezet. De eerste grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.
  5. Het onderzoek van de tweede grond van niet-ontvankelijkheid valt niet te onderscheiden van het onderzoek van het middel zelf. Ook de tweede grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  6. Krachtens artikel 3, § 1, derde en vierde lid, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden mag de werkgever, bij ontstentenis van beslissing van het bevoegd paritair orgaan binnen de vastgestelde termijn over het bestaan van de economische of technische redenen waarvoor hij tot ontslag wil overgaan en alvorens de arbeidsgerechten het bestaan van de economische of technische redenen erkend hebben, een personeelsafgevaardigde of een kandidaatpersoneelsafgevaardigde enkel ontslaan in geval van sluiting van de onderneming of van een afdeling van de onderneming. Krachtens artikel 1, § 2, 6°, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden wordt voor de toepassing van deze wet onder sluiting verstaan, de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan.
  7. De appelrechters stellen vast dat de Academy-afdeling waartoe de eiseres behoorde niet meer bestaat, dat alle in die afdeling tewerkgestelde werknemers ontslagen werden en dat “de vroegere activiteit werd geabsorbeerd en geïntegreerd in de gewone werking” van de verweerster.
  8. De appelrechters die aldus vaststellen dat de hoofdactiviteit van de Academy-afdeling niet werd stopgezet maar door andere werknemers van de onderneming wordt voortgezet, oordelen niet wettig dat de opheffing van de Academy-afdeling een sluiting van een afdeling van de onderneming vormt in de zin van de artikelen 1, § 2, 6°, en 3, § 1, derde en vierde lid, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep van de verweerster ontvankelijk verklaart en het incidenteel beroep van de eiseres afwijst. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 4 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211004.3N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211004.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.