← België

G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 187

, § 5, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter Vrije woorden: Strafzaken - Verzet - Termijn van verzet - Buitengewone termijn - Verlenging van de termijn wegens overmacht - Controle op de beslissing van laattijdig verzet door het Hof Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187

, § 5, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Bij het beoordelen van de overmacht ter rechtvaardiging van een na het verstrijken van de termijn aangetekend verzet, kan de rechter rekening houden met de omstandigheid dat de verzetdoende partij niet aannemelijk maakt dat hij aan zijn advocaat de opdracht heeft gegeven om verzet aan te tekenen. Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Strafzaken - Termijn van verzet - Buitengewone termijn - Verlenging van de termijn wegens overmacht - Opdracht aan de raadsman om verzet aan te tekenen - Aannemelijk maken van die opdracht Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Strafzaken - Termijn van verzet - Buitengewone termijn - Verlenging van de termijn wegens overmacht - Opdracht aan de raadsman om verzet aan te tekenen - Aannemelijk maken van die opdracht Fiche 5 Uit de loutere omstandigheid dat een verzetdoende partij voorhoudt nooit afstand te hebben gedaan van haar recht om voor de rechter te verschijnen noch de bedoeling had zich aan het gerecht te onttrekken, kan niet worden afgeleid dat er sprake zou zijn van overmacht zoals bedoeld in artikel 187, § 5, 1°, Wetboek van Strafvordering. Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Strafzaken - Termijn van verzet - Buitengewone termijn - Verlenging van de termijn wegens overmacht - Begrip overmacht - Bewering van de eiser op verzet dat hij geen afstand deed van zijn recht om voor de rechter te verschijnen en dat hij zich niet aan het gerecht wou onttrekken - Beoordeling door de rechter op verzet Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187, § 5, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.21.0881.N D G, alias D F, alias G D, alias A G, alias J-B R, zonder gekende woon- of verblijfplaats, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Thomas De Nys, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. De eiser heeft een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot ingediend. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, de artikelen 187, § 5, 1°, en 208 Wetboek van Strafvordering en artikel 440 Gerechtelijk Wetboek: met het oordeel dat het laattijdig aantekenen van het verzet te wijten is aan de eigen nalatigheid van de eiser, oordeelt het arrest niet naar recht dat het verzet niet ontvankelijk is; er blijkt niet dat de eiser, die de laattijdigheid van het verzet had uitgelegd door een toestand van overmacht, namelijk de nalatigheid van zijn raadsman, afstand zou hebben gedaan van zijn recht om verzet aan te tekenen; de appelrechters miskennen aldus het begrip overmacht en gaan er ten onrechte van uit dat de eiser aannemelijk moet maken dat hij aan zijn advocaat de opdracht heeft gegeven om verzet aan te tekenen.
  3. Het middel verduidelijkt niet hoe het arrest artikel 440 Gerechtelijk Wetboek schendt of een miskenning inhoudt van het in die bepaling omschreven vermoeden dat de advocaat verschijnt als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving eist. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  4. Volgens artikel 187, § 1, Wetboek van Strafvordering kan de bij verstek veroordeelde aan wie de betekening van de verstekbeslissing niet in persoon is gedaan en die hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld.
  5. Bij toepassing van artikel 187, § 5, 1°, Wetboek van Strafvordering is het verzet van een beklaagde, behoudens overmacht, niet ontvankelijk wanneer het niet binnen de wettelijke termijn werd ingesteld.
  6. Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van het verzet dat na het verstrijken van de wettelijke termijn is ingesteld, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de verzetdoende partij, die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden. De rechter beoordeelt in feite of de aangevoerde omstandigheden een geval van overmacht uitmaken. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de omstandigheden die hij in aanmerking neemt, al dan niet wettig overmacht heeft kunnen afleiden.
  7. Bij het beoordelen van de overmacht ter rechtvaardiging van een na het verstrijken van de termijn aangetekend verzet, kan de rechter rekening houden met de omstandigheid dat de verzetdoende partij niet aannemelijk maakt dat hij aan zijn advocaat de opdracht heeft gegeven om verzet aan te tekenen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Uit de loutere omstandigheid dat een verzetdoende partij voorhoudt nooit afstand te hebben gedaan van haar recht om voor de rechter te verschijnen noch de bedoeling had zich aan het gerecht te onttrekken, kan niet worden afgeleid dat er sprake zou zijn van overmacht zoals bedoeld in artikel 187, § 5, 1°, Wetboek van Strafvordering. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht.
  9. Het arrest stelt vast dat: - de eiser bij arrest van het hof van beroep Gent van 3 november 2008, dat ten aanzien van de eiser bij verstek werd gewezen, werd veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van vier jaar; - dit verstekarrest bij gerechtsdeurwaardersexploot van 27 november 2008 aan de eiser werd betekend door overhandiging van dit exploot aan de procureur des Konings; - de eiser op 30 mei 2011 in Madrid door de Spaanse autoriteiten werd gearresteerd, waarna het openbaar ministerie een Europees aanhoudingsbevel heeft overgemaakt aan de bevoegde Spaanse rechtbank met het oog op de overleve¬ring van de eiser aan België ter uitvoering van het verstekarrest van 3 november 2008; - dit Europees aanhoudingsbevel, waarin tevens werd meegedeeld hoe en binnen welke termijn er verzet kan worden aangetekend, aan de eiser, bijgestaan door een tolk, werd betekend, samen met een Spaanse vertaling ervan; - de bevoegde Spaanse rechtbank bij beschikking van 17 juni 2011 de overleve-ring heeft bevolen van de eiser, waarbij die overlevering werd opgeschort tot de uitdoving van de strafrechtelijke veroordelingen van de eiser in Spanje; - de eiser, die sindsdien in Spanje een gevangenisstraf heeft ondergaan ingevolge een veroordeling door een Spaanse rechtbank, op 16 november 2020 aan België werd overgeleverd; - de eiser, die zelf stelt Perzisch, Spaans en Engels te spreken, in België op 26 november 2020 in de gevangenis een eerste maal bezoek kreeg van een advocaat, en vervolgens op 9 februari 2021 het bezoek kreeg van een andere advocaat; - de eiser niet aanvoert en in elk geval niet aantoont noch aannemelijk maakt dat hij aan de eerste advocaat de opdracht heeft gegeven om verzet aan te tekenen, en dit terwijl hij geenszins aannemelijk maakt dat hij bij zijn overlevering niet op de hoogte was op grond waarvan die overlevering gebeurde, zodat hij zijn eerste advocaat hierover kon inlichten; - de eiser op 27 januari 2021 verzet heeft aangetekend tegen het verstekarrest van 3 november 2008 door een verklaring in de gevangenis. Op grond van die vaststellingen kan het arrest wettig oordelen dat de eiser niet het slachtoffer was van een van zijn wil onafhankelijke gebeurtenis die hij niet kon voorzien of voorkomen en dat de eiser duidelijk zelf niet de nodige voorzorgen heeft genomen om de toestand die hij als overmacht aanvoert, te voorkomen, zodat hij zich bezwaarlijk kan beroepen op overmacht en zijn verzet derhalve laattijdig en niet ontvankelijk moet worden verklaard. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 5 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211005.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061108.9 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.3 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111109.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160322.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.