id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.15 Rolnummer: P.21.1121.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2021-10-15 Raadplegingen: 774 - laatst gezien 2026-06-19 03:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat het hoger beroep van een beklaagde tegen de beschikking van de raadkamer die hem heeft verwezen naar de correctionele rechtbank niet ontvankelijk verklaart omdat het niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering, is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin een beslissing vallend onder een van de uitzonderingsgevallen van artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en is dus niet vatbaar voor onmiddellijk cassatieberoep
(1).
(1)Cass. 11 maart 2008, AR P.07.1717.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2, AC 2008, nr. 168. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Kamer van inbeschuldigingstelling - Hoger beroep tegen de verwijzingsbeslissing van de raadkamer wegens het bestaan van voldoende bezwaren - Ontvankelijkheid - Aard van de beslissing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135, § 2, en 420, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Kamer van inbeschuldigingstelling - Hoger beroep tegen de verwijzingsbeslissing van de raadkamer wegens het bestaan van voldoende bezwaren - Ontvankelijkheid - Aard van de beslissing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135, § 2, en 420, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 5 Het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat hoger beroep van een beklaagde tegen de beslissing van de raadkamer om hem niet de opschorting van de uitspraak van veroordeling te verlenen onontvankelijk verklaart omdat noch artikel 135 Wetboek van Strafvordering noch artikel 4, § 2, Probatiewet daartoe in een rechtsmiddel voorzien, is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin beslissingen vallend onder een van de uitzonderingsgevallen van artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en is dus niet vatbaar voor onmiddellijk cassatieberoep
(1).
(1)Cass. 11 maart 2008, AR P.07.1717.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2, AC 2008, nr. 168; P. HOET, Opschorting, uitstel, probatie, werkstraf en elektronisch toezicht, Brussel, Larcier, 2014, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Kamer van inbeschuldigingstelling - Hoger beroep tegen de verwijzingsbeslissing van de raadkamer wegens het bestaan van voldoende bezwaren - Ontvankelijkheid - Aard van de beslissing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135 en 420, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 4, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Kamer van inbeschuldigingstelling - Hoger beroep tegen de verwijzingsbeslissing van de raadkamer wegens het bestaan van voldoende bezwaren - Ontvankelijkheid - Aard van de beslissing - Gevolg - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135 en 420, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 4, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWONE OPSCHORTING Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Kamer van inbeschuldigingstelling - Hoger beroep tegen de beslissing van de raadkamer tot weigering van de opschorting van de uitspraak - Ontvankelijkheid - Aard van de beslissing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135 en 420, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 4, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1121.N J. S., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Geert Ampe, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8400 Oostende, Kerkstraat 38, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest verklaart eisers hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer die de eiser voor de telastleggingen A, B, C, D, E en G heeft verwezen naar de correctionele rechtbank niet ontvankelijk omdat het niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering. Het oordeelt ook dat eisers hoger beroep in de mate dat het is gericht tegen de beslissing van de raadkamer om aan de eiser niet de opschorting van de uitspraak van veroordeling te verlenen onontvankelijk is aangezien noch artikel 135 Wetboek van Strafvordering noch artikel 4, § 2, Probatiewet daartoe in een rechtsmiddel voorzien. Dat zijn geen eindbeslissingen in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin beslissingen vallend onder een van de uitzonderingsgevallen van artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Middel
- Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div