id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 44
, derde lid - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Fiches 2 - 5 De politieambtenaar die bij het verlenen van de sterke arm aan een gerechtsdeurwaarder een misdrijf vaststelt, kan daarvan proces-verbaal opstellen of de nodige initiatieven nemen met het oog op de vaststelling van het misdrijf op heterdaad; de vaststelling van een misdrijf door een politieambtenaar ingevolge een handeling die zijn opdracht te buiten gaat is echter niet regelmatig en de rechter oordeelt aan de hand van de dossiergegevens onaantastbaar of de politieambtenaar al dan niet de handeling mocht stellen die aanleiding heeft gegeven tot de ontdekking van het misdrijf waarop de vervolging steunt, waarbij het Hof nagaat of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee onverenigbaar zijn of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen. Thesaurus CAS: GERECHTSDEURWAARDER Vrije woorden: Uitvoering van de opdracht - Bijstand van de politie - Wet Politieambt - Artikel 44, derde lid - Lenen van de sterke arm - Voorwaarden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 augustus 1992
Art. 44
, derde lid - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: POLITIE Vrije woorden: Wet Politieambt - Artikel 44, derde lid - Lenen van de sterke arm - Vaststelling door de politieambtenaar van een misdrijf - Draagwijdte - Grenzen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 augustus 1992
Art. 44
, derde lid - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Politie - Wet Politieambt - Artikel 44, derde lid - Lenen van de sterke arm - Vaststelling door de politieambtenaar van een misdrijf - Draagwijdte - Grenzen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 augustus 1992
Art. 44
, derde lid - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: GERECHTSDEURWAARDER Vrije woorden: Uitvoering van de opdracht - Bijstand van de politie - Wet Politieambt - Artikel 44, derde lid - Lenen van de sterke arm - Vaststelling door de politieambtenaar van een misdrijf - Draagwijdte - Grenzen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 augustus 1992
Art. 44
, derde lid - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Annotaties Publicaties: PR-Politie recht - 2023, nr. 3, p. 140-
- - BERKMOES, Henri; Noot'Hoe lang is de sterkte arm? De demarcatielijn tussen 'het lenen van de sterkte arm op vordering van de gerechtsdeurwaarder' en een 'onregelmatige opsporing': een zaak...' Tekst van de beslissing Nr. P.21.1242.N G. O. G., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alexander Van Heeschvelde en mr. Jesse Van Den Broeck, beiden advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 44 Wet Politieambt: het arrest besluit ten onrechte niet tot de onregelmatigheid van de vaststelling van de politieambtenaar, die heeft geleid tot de ontdekking van de feiten op grond waarvan het bevel tot aanhouding is verleend; die politieambtenaar heeft, bij het verlenen van de sterke arm aan een gerechtsdeurwaarder, in eisers woning op eigen initiatief een deur geopend en daarachter een laken of gordijn en een stuk plastiek weggetrokken en aldus gehandeld buiten de draagwijdte van zijn tussenkomst.
- Artikel 44, derde lid, Wet Politieambt bepaalt: “Wanneer de politiediensten worden gevorderd om aan de officieren van gerechtelijke politie en aan de ministeriële ambtenaren de sterke arm te lenen, staan zij hen bij om hen te beschermen tegen gewelddaden en feitelijkheden die tegen hen kunnen worden gepleegd of om hen in staat te stellen de moeilijkheden weg te nemen waardoor zij zouden worden belet hun opdracht te vervullen.”
- Deze bepaling houdt in dat de gevorderde politiedienst het nodige doet om de gerechtsdeurwaarder te beschermen tegen elke actuele of redelijk te verwachten aanslag op zijn fysieke integriteit, alsook om hem toe te laten zelf eventuele moeilijkheden en hinderpalen weg te nemen die de uitvoering van zijn opdracht belemmeren. Die bepaling laat de gevorderde politiedienst daarentegen niet toe zelf deel te nemen aan de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder of handelingen te stellen die behoren tot de uitvoering van diens opdracht. Aldus moet en mag die politiedienst bij het verlenen van de sterke arm aan de gerechtsdeurwaarder, deze enkel in staat stellen zijn opdracht en de daartoe behorende taken uit te voeren.
- De politieambtenaar die bij het verlenen van de sterke arm aan een gerechtsdeurwaarder een misdrijf vaststelt, kan daarvan proces-verbaal opstellen of de nodige initiatieven nemen met het oog op de vaststelling van het misdrijf op heterdaad. De vaststelling van een misdrijf door een politieambtenaar ingevolge een handeling die zijn opdracht te buiten gaat, is echter niet regelmatig.
- De rechter oordeelt aan de hand van de dossiergegevens onaantastbaar of de politieambtenaar al dan niet de handeling mocht stellen die aanleiding heeft gegeven tot de ontdekking van het misdrijf waarop de vervolging steunt. Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee onverenigbaar zijn of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Met eigen en van de vordering van het openbaar ministerie overgenomen redenen oordeelt het arrest als volgt: - de eiser voert aan dat de vaststellingen op heterdaad door de politie niet regelmatig zijn omdat de politie beweerdelijk in strijd met artikel 44 Wet Politieambt niet louter passief is gebleven tijdens de bijstand als sterke arm aan de gerechtsdeurwaarder, doordat de politie een deur heeft geopend en een gordijn heeft losgemaakt, een plastiek heeft losgemaakt en vervolgens heeft vastgesteld dat er een cannabisplantage was verstopt; - in het aanvankelijk proces-verbaal wordt vermeld dat de gerechtsdeurwaarder zich aan de door de eiser gehuurde woning heeft aangeboden, vergezeld van politieambtenaren en een slotenmaker; - in dat proces-verbaal wordt verder vermeld: “Wij vernemen via de deurwaarder dat wij ons aanbieden voor beslag lastens [de eiser]. De deur wordt geopend door een manspersoon dewelke de Nederlandse taal totaal niet machtig is. Wij delen de reden van onze komst mee. De manspersoon belt op naar de huurder van voorvermelde woning, [de eiser] en overhandigt het gsmtoestel aan de gerechtsdeurwaarder. Eenmaal binnen in de woning identificeren wij de manspersoon aan de hand van zijn Italiaanse identiteitskaart als zijnde [J.T.]. [Na opvraging] vernemen wij dat betrokkene niet gekend is in België en dus geen vaste verblijfplaats heeft in België. Tijdens onze aanwezigheid en rondgang in de woning samen met de gerechtsdeurwaarder, belt [J.T.] constant met [de eiser], dit in een voor ons onbekende taal. Eerste opsteller begeeft zich samen met de gerechtsdeurwaarder naar de keuken, dewelke achteraan de woning gelegen is. Achteraan de keuken zijn er twee deuren, wij openen deze deuren. De eerste deur betreft een toilet. De tweede deur gaat heel stroef open en wij bemerken een zwaar laken/gordijn dewelke rond om rond de deur bevestigd is met nietjes en een soort lijm. Wij maken het laken/gordijn deels los en bemerken achter het gordijn een wit plastiek. Wanneer wij dit plastiek opzij duwen treffen wij een drugsplantage aan. (…)”; - uit het dossier blijkt dus dat de politie samen met de gerechtsdeurwaarder werd binnengelaten door J.T. en dat zij samen met de gerechtsdeurwaarder de keuken binnengingen. Op dat ogenblik was nog steeds niet duidelijk of er zich nog andere personen, zoals de eiser, in de woning bevonden. Een normaal voorzichtig politieman moest dus wel voor zijn eigen veiligheid en die van de gerechtsdeurwaarder nagaan of er zich achter de deuren in de keuken nog andere personen bevonden die een gevaar konden uitmaken voor de gerechtsdeurwaarder. Op het ogenblik dat de politiediensten achter de deur zien dat de deuropening is dichtgemaakt met een gordijn met nietjes en lijm met daarachter plastiek, begint reeds de heterdaadsituatie aangezien die manifest wijst op illegale activiteiten zoals plantages. Dit werd dan effectief bevestigd door de aanwezigheid van een cannabisplantage; - de aanwezigheid achter de geopende deur van het laken of gordijn en het plastiek was een vreemde situatie die argwaan wekte, zodat het vervolgens opzij duwen van het plastiek om te zien wat zich daarachter bevond eveneens zou zijn gedaan door elke voorzichtige en alerte politieambtenaar handelend binnen het kader van artikel 44 Wet Politieambt met het oog op de beveiliging van de gerechtsdeurwaarder of ter facilitering van zijn opdracht.
- Op grond van die redenen konden de appelrechters wettig oordelen dat het openen van de deur en het vervolgens wegduwen van het laken of gordijn en het stuk plastiek ertoe strekten de gerechtsdeurwaarder dan wel de politieambtenaren te beschermen tegen een redelijk te verwachten aanslag op hun fysieke integriteit. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div