id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.8 Rolnummer: P.21.0718.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-10-15 Raadplegingen: 848 - laatst gezien 2026-06-19 02:07 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het in de artikelen 322, 323, tweede lid en 324 Strafwetboek bedoelde misdrijf is een voortdurend misdrijf, dat bestaat zolang de dader bewust deel van de vereniging blijft uitmaken, zodat die dader strafbaar is op elke plaats waar en op elk moment waarop hij door enige handeling bijdraagt aan het doel van de vereniging en bijgevolg aan het maatschappelijk gevaar dat ervan uitgaat; daaruit volgt dat het feit van de vereniging niet enkel te lokaliseren is op de plaats van het inrichten ervan of het toetreden ertoe, maar zich uitstrekt tot elke plaats waar een dader activiteiten, zowel legale als illegale, ontplooit die kaderen in de geplande misdrijven van de vereniging, zodat wanneer een dader dergelijke activiteiten ontplooit in België, hij onder de Belgische strafwet valt en de Belgische strafrechter bevoegd is
(1).
(1)J. DE HERDT, "Bendevorming", Comm. Straf., pp. 1-13; A. DE NAUW en F. DERUYCK, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Wolters Kluwer, Mechelen, 2020, pp. 47-51. Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS Vrije woorden: Artikelen 322, 323, tweede lid, en 324 Strafwetboek - Voortdurend misdrijf - Lokalisering van het misdrijf - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 322, 323, tweede lid, en 324 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: Voortdurend misdrijf - Vereniging van misdadigers - Artikelen 322, 323, tweede lid, en 324 Strafwetboek - Lokalisering van het misdrijf - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 322, 323, tweede lid, en 324 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Vrije woorden: Territoriale bevoegdheid - Vereniging van misdadigers - Artikelen 322, 323, tweede lid, en 324 Strafwetboek - Lokalisering van het misdrijf - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 322, 323, tweede lid, en 324 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 4 Uit de artikelen 322 tot en met 324 Strafwetboek blijkt dat het toepassingsgebied van die bepalingen niet beperkt is tot enkel misdaden en wanbedrijven omschreven in het Strafwetboek, maar zich ook uitstrekt tot dergelijke misdrijven omschreven in bijzondere strafwetten
(1).
(1)J. DE HERDT, “Bendevorming”, Comm. Straf., p. 7; A. DE NAUW en F. DERUYCK, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Wolters Kluwer , Mechelen, 2020, p. 151, nr.
- Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS Vrije woorden: Artikelen 322 tot en met 324 Strafwetboek - Constitutieve bestanddelen - Plegen van misdaden en wanbedrijven - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 322, 323 en 324 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0718.N S. A. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. John Maes, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Strafwetboek en de artikelen 6 tot en met 14 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters verklaren zich ten onrechte territoriaal bevoegd om kennis te nemen van de telastlegging bendevorming; die telastlegging kan immers enkel onder de Belgische strafwet vallen indien het feit van de vereniging in België kan worden gelokaliseerd; dit is hier niet het geval aangezien de bende waarvan de eiser deel zou hebben uitgemaakt, werd ingericht in het buitenland.
- De artikelen 323, tweede lid, en 324 Strafwetboek bestraffen personen die deel uitmaken van een vereniging die is opgericht met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen, indien het geplande misdrijf van aard is een wanbedrijf uit te maken. De vereniging moet georganiseerd zijn, wat wil zeggen dat er een samenwerkingsverband moet bestaan tussen minstens twee personen, dat ertoe strekt om op het geëigende moment als een eenheid naar buiten te treden teneinde de geplande wanbedrijven te plegen.
- De artikelen 322 en 323, tweede lid, Strafwetboek bepalen dat een dergelijke vereniging een wanbedrijf is, bestaande door het enkele feit van het inrichten van de bende. Bijgevolg volstaat het voor de strafbaarheid van de d ader dat hij wetens en willens deel uitmaakt van een vereniging die voldoet aan de bovenvermelde kenmerken. Niet vereist is dat er reeds enig misdrijf is gepleegd of dat de dader het opzet heeft om zelf een misdrijf te plegen. De ratio legis voor de strafbaarheid van de vereniging bestaat immers in het maatschappelijk gevaar dat uitgaat van het enkele bestaan ervan.
- Het hier bedoelde misdrijf is een voortdurend misdrijf, dat bestaat zolang de dader bewust deel van de vereniging blijft uitmaken. Die dader is zodoende strafbaar op elke plaats waar en op elk moment waarop hij door enige handeling bijdraagt aan het doel van de vereniging en bijgevolg aan het maatschappelijk gevaar dat ervan uitgaat.
- Hieruit volgt dat het feit van de vereniging niet enkel te lokaliseren is op de plaats van het inrichten ervan of het toetreden ertoe, maar zich uitstrekt tot elke plaats waar een dader activiteiten, zowel legale als illegale, ontplooit die kaderen in de geplande misdrijven van de vereniging. Wanneer een dader aldus dergelijke activiteiten ontplooit in België, valt hij onder de Belgische strafwet en is de Belgische strafrechter bevoegd. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 322 en volgende Strafwetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat die artikelen niet enkel van toepassing zijn op de bepalingen van het Strafwetboek, maar ook op bijzondere wetten.
- Uit de artikelen 322 tot en met 324 Strafwetboek blijkt dat het toepassingsgebied van die bepalingen niet beperkt is tot enkel misdaden en wanbedrijven omschreven in het Strafwetboek, maar zich ook uitstrekt tot dergelijke misdrijven omschreven in bijzondere strafwetten. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet, minstens niet duidelijk of dienstig, het verweer van de eiser met betrekking tot het aantal leden waaruit een hier bedoelde vereniging dient te bestaan, het feit dat de eiser enkel occasioneel overleg heeft gepleegd zonder verdere wil om deel uit te maken van de vereniging, het vereiste aantal aanslagen en het al dan niet voltooid zijn van het misdrijf; het arrest is ook tegenstrijdig gemotiveerd daar het enerzijds oordeelt dat het misdrijf van artikel 322 en volgende Strafwetboek bestaat in de loutere inrichting van de vereniging en anderzijds besluit tot de bevoegdheid van de appelrechters op grond van de door de eiser gepleegde legale feiten die geen constitutief bestanddeel van het misdrijf uitmaken.
- In zoverre het middel het arrest tegenstrijdigheid in de motivering verwijt, werpt het een louter juridische tegenstrijdigheid op die het afleidt uit de in het eerste middel, eerste onderdeel, vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
- Het arrest oordeelt niet enkel zoals het middel vermeldt. Uit de redenen die het overneemt van het beroepen vonnis en de eigen redenen die het bevat, blijkt dat de vereniging hier minstens bestond uit drie leden, dat zij gericht was op de illegale productie en vervolgens verhandeling van anabolen, dat eisers handelwijze niet de uiting was van louter occasioneel overleg maar van zijn bewuste lidmaatschap van de vereniging en dat die handelwijze niet een poging maar een voltrokken misdrijf uitmaakte. Aldus beantwoordt het arrest eisers verweer en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 104,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 12 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220524.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div