← België

MIVB contra ELECTRABEL

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211014.1N.3 Rolnummer: C.20.0040.N-C.20.0041.N-C.20.0169.N Zaak: MIVB contra ELECTRABEL Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-10-22 Raadplegingen: 972 - laatst gezien 2026-06-18 20:29 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211014.1N.3 Fiche 1 Ook al geniet een contractspartij een vrijstelling van een cijns, belasting of taks, zelfs voor verstrekte diensten, door de provincie Vlaams-Brabant, de stad Brussel of de Brusselse gemeenten opgelegd uit hoofde van de concessies of vergunningen welke zij zal verkregen hebben, dan kan die contractspartij aan de leveranciers die haar bevoorraden, niettemin de terugbetaling niet weigeren van een gemeentelijke belasting die opgelegd is aan de netbeheerders als vergoeding voor het wegenisrecht van die netbeheerders en die de netbeheerders aan de leveranciers hebben doorgerekend, wanneer de leveringsovereenkomsten tussen die contractspartij en de leveranciers bepalen dat aan die contractspartij alle belastingen worden doorgerekend

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Vergoeding voor wegenisrecht - Doorrekening wegenisbijdrage aan een contractspartij met fiscale immuniteit - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 juni 1953 op de inrichting van het gemeenschappelijk vervoer in de streek van Brussel - 17-06-1953 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1953061701 Fiche 2 De inwerkingtreding op 1 januari 2007 van het gewijzigde artikel 28, § 3, Gasordonnantie belet niet dat de toepassing van dat artikel onderworpen is aan nadere regels die door de regering moeten worden uitgewerkt en die moeten vaststellen hoe de maximumbegrenzing van artikel 28, § 3, eerste lid, Gasordonnantie in de diverse gemeentelijke belastingreglementen moet worden geïmplementeerd; zolang de regering die nadere regels niet heeft vastgesteld, kan het gewijzigde artikel 28, § 3, Gasordonnantie niet worden toegepast, ook al is deze ordonnantie reeds in werking getreden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Vergoeding voor wegenisrecht - Begrenzing in de Gasordonnantie - Implementatie in de gemeentelijke belastingreglementen - Uitvoeringsbesluit - Vereiste Wettelijke bepalingen: Ordonnantie 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie ... - 01-04-2004 - Art. 28 - 50 ELI link Pub nr 2004031172 Fiche 3 Het feit dat tussen partijen discussie bestond over de verschuldigdheid van de wegenisbijdrage en er daarom gewacht werd met de betaling van de facturen vormt op zich geen rechtsgrond om de toekenning van interest bij toepassing van artikel 15, § 4, AAV weigeren. Thesaurus CAS: INTERESTEN - MORATOIRE INTERESTEN Vrije woorden: Artikel 15 Algemene Aannemingsvoorwaarden - Rechtsgrond tot weigering toekenning interest Wettelijke bepalingen: Algemene aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken - 26-09-1996 - Art. 15 - 46 Link Justel databank 19960926-46 Nota: Art. 15 Algemene Aannemingsvoorwaarden bij KB 26 september
  1. Tekst van de beslissing Nr. C.20.0040.N MAATSCHAPPIJ VOOR HET INTERCOMMUNAAL VERVOER TE BRUSSEL, met zetel 1000 Brussel, Koningsstraat 76, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0247.499.953, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. ELECTRABEL nv, met zetel te 1000 Brussel, Simon Bolivarlaan 34, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.170.701, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eerste verweerster woonplaats kiest,
  3. LUMINUS nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0471.811.661, tweede verweerster, vertegenwoordigd door mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapsstraat 4, waar de tweede verweerster woonplaats kiest, mede inzake
  4. INFRABEL nv, met zetel 1060 Sint-Gillis, Marcel Broodthaersplein 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0869.763.267,
  5. ELIA GROUP nv, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 20, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0476.388.378, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de tweede in bindendverklaring opgeroepen partij woonplaats kiest,
  6. SIBELGA cv, met zetel te 1000 Brussel, Werkhuizenkaai 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0222.869.673,
  7. GEMEENTE SINT-JANS-MOLENBEEK, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Graaf van Vlaanderenstraat 20, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.366.501,
  8. GEMEENTE SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe, Paul Hymanslaan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.389.859,
  9. GEMEENTE WATERMAAL-BOSVOORDE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Antoine Gilsonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.372.637,
  10. GEMEENTE VORST, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1190 Vorst, Pastoorstraat 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.367.489,
  11. GEMEENTE JETTE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en Schepenen, met kantoor te 1090 Jette, Wemmelse Steenweg 100, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.366.895,
  12. GEMEENTE ETTERBEEK, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1040 Etterbeek, Oudergemlaan 113-115, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.365.610,
  13. STAD BRUSSEL, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1000 Brussel, Grote Markt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.373.429, in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen. II. Nr. C.20.0041.N INFRABEL nv, met zetel 1060 Sint-Gillis, Marcel Broodthaersplein 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0869.763.267, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  14. ELECTRABEL nv, met zetel te 1000 Brussel, Simon Bolivarlaan 34, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.170.701, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eerste verweerster woonplaats kiest,
  15. LUMINUS nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 7, ingeschreven bij het KBO onder het nummer 0471.811.661, tweede verweerster, vertegenwoordigd door mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapsstraat 4, waar de tweede verweerster woonplaats kiest,
  16. ELIA GROUP nv, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 20, ingeschreven bij het KBO onder de nummer 0476.388.378, derde verweerster, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de derde verweerster woonplaats kiest, mede inzake
  17. MAATSCHAPPIJ VOOR HET INTERCOMMUNAAL VERVOER TE BRUSSEL, met zetel 1000 Brussel, Koningsstraat 76, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0247.499.953,
  18. SIBELGA cv, met zetel te 1000 Brussel, Werkhuizenkaai 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0222.869.673,
  19. GEMEENTE SINT-JANS-MOLENBEEK, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Graaf van Vlaanderenstraat 20, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.366.501,
  20. GEMEENTE SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe, Paul Hymanslaan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.389.859,
  21. GEMEENTE WATERMAAL-BOSVOORDE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Antoine Gilsonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.372.637,
  22. GEMEENTE VORST, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1190 Vorst, Pastoorstraat 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.367.489,
  23. GEMEENTE JETTE, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en Schepenen, met kantoor te 1090 Jette, Wemmelse Steenweg 100, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.366.895,
  24. GEMEENTE ETTERBEEK, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1040 Etterbeek, Oudergemlaan 113-115, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.365.610,
  25. STAD BRUSSEL, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1000 Brussel, Grote Markt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.373.429, in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen. III. Nr. C.20.0169.N ELECTRABEL nv, met zetel te 1000 Brussel, Simon Bolivarlaan 34, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.170.701, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen MAATSCHAPPIJ VOOR HET INTERCOMMUNAAL VERVOER TE BRUSSEL, met zetel 1000 Brussel, Koningsstraat 76, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0247.499.953, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 26 juni
  26. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 4 augustus 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres I voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiseres II voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. De eiseres III voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging
  27. De cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest, zodat zij dienen te worden gevoegd. B. Zaak C.20.0040.N Eerste middel
  28. Krachtens artikel 170, § 1, Grondwet kan geen belasting ten behoeve van de Staat worden ingevoerd dan door een wet. Krachtens § 2 van die bepaling kan geen belasting ten behoeve van de gemeenschap of het gewest worden ingevoerd dan door een decreet of een in artikel 134 bedoelde regel. De wet bepaalt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde belastingen, de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt. Krachtens § 3 van die bepaling kan geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad. De wet bepaalt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde belastingen, de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt. Krachtens artikel 172 Grondwet kunnen inzake belastingen geen voorrechten worden ingevoerd. Geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet.
  29. Krachtens artikel 2 Oud Burgerlijk Wetboek kan door bijzondere overeenkomsten geen afbreuk worden gedaan aan de wetten die de openbare orde en de goede zeden raken.
  30. Krachtens artikel 11 van de wet van 17 juni 1953 op de inrichting van het gemeenschappelijk vervoer in de streek van Brussel mag aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel door de provincie Brabant, de stad Brussel en de bediende gemeenten geen cijns, belasting of taks, zelfs voor verstrekte diensten, opgelegd worden uit hoofde van de concessies of vergunningen welke zij zal verkregen hebben. Deze bepaling is van openbare orde. Zij verbiedt de provincie Vlaams-Brabant, de stad Brussel en de bediende gemeenten aan de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel een belasting of enige andere vergoeding aan te rekenen voor de haar verleende concessies, vergunningen of bouwtoelatingen. Aldus heeft de federale wetgever gebruik gemaakt van de bij artikel 170, § 4, tweede lid, Grondwet verleende bevoegdheid. Krachtens artikel 16, lid 3 en 4, van de Ordonnantie van 22 november 1990 betreffende de organisatie van het openbaar vervoer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de Maatschappij, na de toelating van de Executieve, gegeven na advies van de betrokken gemeenten, gemachtigd om op de gewestelijke, provinciale en gemeentewegen over te gaan of te laten overgaan tot het aanbrengen van de uitrustingen die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van het net en de toebehoren ervan, zoals opgegeven in het lastenboek, op de plaatsen die zij bepaalt, en eventueel volgens de modaliteiten van het bedoelde lastenboek. De Maatschappij beschikt hiertoe over het recht om de wegen gratis te gebruiken.
  31. Krachtens artikel 28, § 1, van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (hierna: de Gasordonnantie) kunnen de gemeenten een jaarlijkse retributie bepalen als vergoeding voor het wegenisrecht van de beheerders van de vervoernetten, van het gewestelijk vervoernet en van de distributienetten van gas en elektriciteit en van de eigenaars van rechtstreekse lijnen of leidingen. Deze retributie is ten laste van de hiervoor vermelde netbeheerders. De vierde tot tiende in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen hebben van de mogelijkheid, geboden door artikel 28 Gasordonnatie, gebruik gemaakt om in een gemeentelijk reglement een gemeentelijke wegenisbijdrage ten laste van de netbeheerders op te leggen.
  32. Ook al geniet een contractspartij een vrijstelling van een cijns, belasting of taks, zelfs voor verstrekte diensten, door de provincie Vlaams-Brabant, de stad Brussel of de Brusselse gemeenten opgelegd uit hoofde van de concessies of vergunningen welke zij zal verkregen hebben, dan kan die contractspartij aan de leveranciers die haar bevoorraden, niettemin de terugbetaling niet weigeren van een gemeentelijke belasting die opgelegd is aan de netbeheerders als vergoeding voor het wegenisrecht van die netbeheerders en die de netbeheerders aan de leveranciers hebben doorgerekend, wanneer de leveringsovereenkomsten tussen die contractspartij en de leveranciers bepalen dat aan die contractspartij alle belastingen worden doorgerekend.
  33. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - in de bestekken van de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, evenals in de offertes van de eerste en de tweede verweerster is bepaald dat taksen en heffingen en meer in het algemeen alle toeslagen worden doorgerekend; - de wegenisbijdrage derhalve aan de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij kon worden doorgerekend; - de bepalingen in de bestekken en de offertes op grond waarvan overeenkomsten werden gesloten tussen de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij enerzijds en de verweersters anderzijds, duidelijk zijn en enkel in die zin kunnen worden begrepen dat de wegenis-bijdrage kan worden doorgerekend aan de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij en dat het standpunt van de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij dat de contractuele wil van de partijen erin bestond in een doorrekening te voorzien van verschuldigde heffingen, doch niet van heffingen die niet verschuldigd zouden zijn, geen steun vindt in de bestekken en de offertes; - de wegenisbijdrage als een belasting moet worden gekwalificeerd; - artikel 204 Wet economische overheidsbedrijven, artikel 11 van de wet van 17 juni 1953 op de inrichting van het gemeenschappelijk vervoer in de streek van Brussel en artikel 16 MIVB-ordonnantie uitdrukkelijk bepalen dat door de provincies of de gemeenten geen belasting mag worden opgelegd aan de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij; - de wegenisbijdrage door de vierde tot tiende in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partijen aan de netbeheerders, doch niet aan de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij wordt opgelegd; - de tweede en derde in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij deze wegenisbijdrage als kost aan de verweersters doorrekenen, die deze op hun beurt doorrekenen aan hun klanten, onder wie de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, en dat deze doorrekening contractueel tussen de partijen is overeengekomen; - dergelijke overeenkomst niet in strijd is met de fiscale immuniteit van de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij, aangezien hen geen belasting wordt opgelegd, maar enkel de prijs van de geleverde goederen en deze prijs onder meer omvat de wegenisbijdrage die in hoofde van de leverancier een kost vormt en de eiseres en de eerste in gemeen- en bindendverklaring opgeroepen partij in die zin de wegenisbijdrage dienen te betalen.
  34. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  35. Krachtens artikel 28, § 3, eerste lid, 1°, Gasordonnantie, zoals gewijzigd door artikel 102 van de ordonnantie van 14 december 2006 tot wijziging van de ordonnanties van 19 juli 2001 en van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot opheffing van de ordonnantie van 11 juli 1991 met betrekking tot het recht op een minimumlevering van elektriciteit en de ordonnantie van 11 maart 1999 tot vaststelling van de maatregelen ter voorkoming van de schorsingen van de gaslevering voor huishoudelijk gebruik, wordt de retributie vastgelegd op een maximaal bedrag van: 0,25 centiemen per vervoerde of verdeelde kWu die aan een in aanmerking komende hoogspanningsafnemer, gevestigd op het grondgebied van de gemeente die de vergoeding int, wordt geleverd. De bijdrage wordt begrensd op een jaarlijks elektriciteitsverbruik van 25 Gwu voor de verbruikslocaties van een klant gelegen in een enkele gemeente. Voor wat betreft de hoogspanningselektriciteit vervoerd naar of verdeeld aan afnemers voor het spoorwegnet of tram- en metronet, wordt de bijdrage begrensd tot een jaarlijks totaalverbruik van 25 GWu op het volledige gewestelijke grondgebied. Ze wordt betaald aan de gemeenten, pro rata van de door de klant verbruikte elektriciteit op het grondgebied van de gemeente. Krachtens artikel 28, § 3, tweede lid, Gasordonnantie stelt de regering de nadere regels met betrekking tot de toepassing van deze paragraaf vast.
  36. Krachtens artikel 108 Gasordonnantie treedt deze ordonnantie in werking op 1 januari
  37. Artikel 28, § 3, tweede lid, Gasordonnantie verleent de regering de opdracht de nadere regels met betrekking tot de toepassing van deze paragraaf vast te stellen, opdat de begrenzing van de wegenisbijdrage bepaald in artikel 28, § 1, 1°, Gasordonnantie toepassing zou kunnen vinden. De inwerkingtreding op 1 januari 2007 van het gewijzigde artikel 28, § 3, Gasordonnantie belet niet dat de toepassing van dat artikel onderworpen is aan nadere regels die door de regering moeten worden uitgewerkt en die moeten vaststellen hoe de maximumbegrenzing van artikel 28, § 3, eerste lid, Gasordonnantie in de diverse gemeentelijke belastingreglementen moet worden geïmplementeerd. Zolang de regering die nadere regels niet heeft vastgesteld, kan het gewijzigde artikel 28, § 3, Gasordonnantie niet worden toegepast, ook al is deze ordonnantie reeds in werking getreden.
  38. Het middel dat geheel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. (…) D. Zaak C.20.0169.N
  39. Krachtens artikel 15, § 4, eerste lid, eerste zin, van de algemene aannemingsvoorwaarden voor overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken, als bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken heeft de aannemer, wanneer de in § 1 tot § 3 vastgestelde betalingstermijnen worden overschreden, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, per maand of per gedeelte van een maand vertraging, recht op de betaling van een interest.
  40. De appelrechters oordelen dat het ongerechtvaardigd voorkomt om de verweerster te veroordelen tot het betalen van interest, om reden dat zij, gelet op het feit dat er reeds sinds 2007 tussen de partijen discussie bestond over de verschuldigdheid van de wegenisbijdrage, zou hebben gewacht met de betaling van de facturen van de eiseres.
  41. Aldus laten zij na te verduidelijken op welke rechtsgrond zij de toekenning van interest bij toepassing van voornoemd artikel 15, § 4, AAV weigeren en stellen zij het Hof in de onmogelijkheid om zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. Het middel is gegrond. Overige grieven
  42. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.20.0040.N, C.20.0041.N en C.20.0169.N. Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het: - de hoofdvordering van Infrabel nv tot het horen veroordelen van Elia Group nv tot terugbetaling van een bedrag provisioneel geraamd op 1.644.800,78 euro, te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke interesten, afwijst als ongegrond; - het incidenteel beroep van Electrabel nv tegen de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel teneinde de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel te horen veroordelen tot de betaling van de interest op het laattijdig betaalde bedrag van 2.518.647,90 euro, bestaande uit de wettelijke interest op grond van artikel 15, § 4, AAV en de gerechtelijke interest vanaf de vervaldag van de respectieve facturen tot aan de dag van volledig terugbetaling op 12 juni 2014, inclusief de kapitalisatie van deze interest, afwijst als ongegrond. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 14 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211014.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211014.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.