id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211014.1N.7 Rolnummer: F.20.0081.N Zaak: Notaris G.C. contra VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-10-22 Raadplegingen: 1706 - laatst gezien 2026-06-18 20:41 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211014.1N.7 Fiches 1 - 2 Artikel 1174 Oud Burgerlijk Wetboek betreft de zuiver potestatieve opschortende voorwaarde, namelijk de opschortende voorwaarde waarvan de vervulling uitsluitend afhangt van de wil van de partij die zich verbindt; zij verhindert niet de gewoon potestatieve opschortende voorwaarde, dit is de opschortende voorwaarde waarvan de vervulling weliswaar in de macht van de schuldenaar ligt, maar ook afhangt van externe factoren, en verhindert evenmin de zuiver potestatieve ontbindende voorwaarde en de gewoon potestatieve ontbindende voorwaarde; hieruit volgt dat een toekomstige en voor de partijen onzekere gebeurtenis als ontbindende voorwaarde kan worden bedongen, ook al is haar werking afhankelijk van de wilsuiting van de partij die zich verbindt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALGEMENE BEGRIPPEN Vrije woorden: Ontbindende voorwaarde - Intreding - Keuzerecht van de schuldenaar Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1168, 1174 en 1183 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Ontbindende voorwaarde - Intreding - Keuzerecht van de schuldenaar Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1168, 1174 en 1183 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2022, nr. 459, p. 277-
- - AERTS, Michelle; Noot'Terugname van een ingebracht goed uit het gemeenschappelijk vermogen: verdelingsverrichting of ontbindende voorwaarde?' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 2-3, p. 257-
- - MELIS, Sara; Noot'De beslissingsbevoegdheid van één van de partijen verhindert niet de kwalificatie van een beding van terugname van ingebrachte goederen als ontbindende voorwaarde' RGDC-Revue générale de droit civil belge - 2023, n° 1, p. 17-
- - HIGNY, Mathieu; Note'Le point (à nouveau) sur la condition résolutoire: présent et futur' Fiscologue-Fiscologue - 2023, n° 1817, p. 11-
- - AYDOGAN, Ayfer; Note'Reprise d'un bien apporté: importance du contrat de mariage' Tekst van de beslissing Nr. F.20.0081.N G. C., notaris, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Begroting, Financiën, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 7, alsook de Vlaamse belastingdienst, met kabinet te 9300 Aalst, Vaartstraat 16, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 28 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 4 augustus 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1168 Oud Burgerlijk Wetboek is een verbintenis voorwaardelijk, wanneer men deze doet afhangen van een toekomstige en onzekere gebeurtenis, hetzij door de verbintenis op te schorten totdat de gebeurtenis zal plaatshebben, hetzij door ze teniet te doen, naargelang de gebeurtenis plaatsheeft of niet plaatsheeft.
- Krachtens artikel 1174 Oud Burgerlijk Wetboek is iedere verbintenis nietig, wanneer zij is aangegaan onder een potestatieve voorwaarde aan de zijde van degene die zich verbindt. Deze bepaling betreft de zuiver potestatieve opschortende voorwaarde, namelijk de opschortende voorwaarde waarvan de vervulling uitsluitend afhangt van de wil van de partij die zich verbindt. Zij verhindert niet de gewoon potestatieve opschortende voorwaarde, dit is de opschortende voorwaarde waarvan de vervulling weliswaar in de macht van de schuldenaar ligt, maar ook afhangt van externe factoren. Evenmin verhindert deze bepaling de zuiver potestatieve ontbindende voorwaarde en de gewoon potestatieve ontbindende voorwaarde. Hieruit volgt dat een toekomstige en voor de partijen onzekere gebeurtenis als ontbindende voorwaarde kan worden bedongen, ook al is haar werking afhankelijk van de wilsuiting van de partij die zich verbindt.
- Krachtens artikel 1183 Oud Burgerlijk Wetboek is een ontbindende voorwaarde die welke, bij haar vervulling, de verbintenis teniet doet en de zaken herstelt in dezelfde toestand alsof er geen verbintenis had bestaan. Zij schort de uitvoering van de verbintenis niet op, maar verplicht de schuldeiser alleen om, in geval de door de voorwaarde bedoelde gebeurtenis plaats heeft, terug te geven hetgeen hij ontvangen heeft.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - in het huwelijkscontract het volgende beding werd opgenomen: “ingeval het huwelijk ontbonden wordt door echtscheiding, mevrouw S. D. C. het recht heeft de grond terug te nemen zonder enige vergoeding verschuldigd te zijn dienaangaande, doch wel mits vergoeding van de opgerichte gebouwen aan het gemeenschappelijke huwelijksvermogen”; - de vraag rijst of de terugname van de ingebrachte grond kwalificeert als de uitwerking van een ontbindende voorwaarde als gevolg waarvan de grond door de vervulling van de voorwaarde van rechtswege overgaat naar S. D. C. waardoor enkel het vast recht van toepassing is, dan wel of dit niet het geval is en de terugname door S. D. C. het gevolg is van een door haar gemaakte keuze om zich de ingebrachte grond te laten toebedelen, in welk geval ze handelde als een deelgenoot waardoor het evenredig verdeelrecht van toepassing is; - de fiscale behandeling van voormelde terugname aldus afhangt van de burgerrechtelijke analyse van de in het huwelijkscontract opgenomen bepaling; - bij een ontbindende voorwaarde de uitwerking van de voorwaardelijke verbintenis bij de verwezenlijking van de toekomstige en onzekere gebeurtenis automatisch of van rechtswege en retroactief ten einde komt; - de keuze die in het beding aan S. D. C. wordt gegeven om op het ogenblik van echtscheiding haar recht op terugname al dan niet uit te oefenen, aan het beding zijn automatische uitwerking ontneemt; - het beding niet als een ontbindende voorwaarde kan worden geïnterpreteerd, die een van rechtswege overgang veronderstelt.
- De appelrechter die oordeelt dat de voormelde clausule geen ontbindende voorwaarde kan uitmaken omdat de keuze die in de clausule aan S. D. C. wordt gegeven om in geval van echtscheiding haar recht op terugname al dan niet uit te oefenen aan het beding zijn automatische uitwerking ontneemt, en die op die grond oordeelt dat het evenredig verdeelrecht van toepassing is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 14 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211014.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211014.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div