← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211018.3N.6 Rolnummer: S.20.0065.N Zaak: L. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2021-11-25 Raadplegingen: 548 - laatst gezien 2026-06-16 04:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 1675/2 Gerechtelijk Wetboek en zijn wetsgeschiedenis volgt dat de termijn van vijf jaar om een nieuw verzoek in te dienen die ingeval van herroeping aan de schuldenaar wordt opgelegd, een wachttermijn is waarbinnen de schuldenaar geen ontvankelijk verzoek tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling kan indienen; deze termijn kan door de rechter dan ook niet worden verlengd of verkort. Thesaurus CAS: COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Vrije woorden: Herroeping - Nieuw verzoek - Termijn - Aard - Wachttermijn - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1675/2 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. S.20.0065.N S.L., eiser, toegelaten tot de kosteloze rechtsbijstand bij beschikking van 9 oktober 2020 (nr. G.20.0185.N), vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, van 10 juli

  1. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
  2. Het onderdeel dat niet uitlegt hoe en waarom het arrest artikel 23 Grondwet schendt, is in zoverre onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk.
  3. Krachtens artikel 1675/2, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, kan elke natuurlijke persoon, die geen koopman is in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel, indien hij niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare of nog te vervallen schulden te betalen en voor zover hij niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, bij de rechter een verzoek tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling indienen. Krachtens het derde lid van voormeld artikel, kan de persoon waarvan de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsprocedure werd herroepen bij toepassing van artikel 1675/15, § 1, gedurende een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van het vonnis van herroeping geen verzoekschrift tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling indienen.
  4. Uit deze bepaling en zijn wetsgeschiedenis volgt dat de termijn van vijf jaar om een nieuw verzoek in te dienen die ingeval van herroeping aan de schuldenaar wordt opgelegd, een wachttermijn is waarbinnen de schuldenaar geen ontvankelijk verzoek tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling kan indienen. Deze termijn kan door de rechter dan ook niet worden verlengd of verkort. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit deze vergeefs aangevoerde wetsschending en is het niet ontvankelijk (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 18 oktober 2021 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211018.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.