← België

M. contra IVERLEK’

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 9 december 2004 betreffende de internationale politiële verstrekking van gegevens van persoonlijke aard en informatie met gerechtelijke finaliteit, de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90ter van het ... - 09-12-2004 - Art. 13 - 40 ELI link Pub nr 2004009876 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Allerlei Vrije woorden: Internationale rechtshulp - Uitvoering van een rogatoire commissie - Overmaken van stukken aan de Belgische overheid - Ontbreken van machtigingen van de rechter in de aangezochte staat - Toelaatbaarheid van het bewijs bekomen in het buitenland - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 9 december 2004 betreffende de internationale politiële verstrekking van gegevens van persoonlijke aard en informatie met gerechtelijke finaliteit, de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90ter van het ... - 09-12-2004 - Art. 13 - 40 ELI link Pub nr 2004009876 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op tegenspraak - Internationale rechtshulp - Uitvoering van een rogatoire commissie - Overmaken van stukken aan de Belgische overheid - Ontbreken van machtigingen van de rechter in de aangezochte staat - Toelaatbaarheid van het bewijs bekomen in het buitenland - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 9 december 2004 betreffende de internationale politiële verstrekking van gegevens van persoonlijke aard en informatie met gerechtelijke finaliteit, de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90ter van het ... - 09-12-2004 - Art. 13 - 40 ELI link Pub nr 2004009876 Annotaties Publicaties: PR-Politie recht - 2023, nr. 1, p. 40-

  1. - VAN DAELE, Dirk; MERGAERTS, Lore; Noot'Het recht van verdediging ten aanzien van in het buitenland verkregen bewijs' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0965.N I N. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Mounir Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 122, waar de eiser woonplaats kiest. II J. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen IVERLEK, met zetel te 3012 Leuven (Wilsele), Aarschotsesteenweg 58, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 juni
  2. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser II voert geen middel aan. Op 22 september 2021 heeft advocaat-generaal Bart De Smet een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 19 oktober 2021 heeft raadsheer Erwin Francis verslag uitgebracht en heeft voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  3. In zoverre gericht tegen de beslissingen die de hogere beroepen van de eisers ontvankelijk verklaren, zijn hun cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  4. Het cassatieberoep II is niet betekend aan de verweerster II, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster II, is het cassatieberoep II niet ontvankelijk. Middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 13 van de wet van 9 december 2004 betreffende de internationale politiële verstrekking van gegevens van persoonlijke aard en informatie met gerechtelijke finaliteit, de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering (hierna Wet Internationale Rechtshulp), alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het arrest oordeelt dat de eiser I de onregelmatigheid van het in Nederland verkregen bewijsmateriaal niet aannemelijk maakt en verwerpt daarom zijn verzoek om de voeging te bevelen van de machtigingen van de bevoegde Nederlandse autoriteiten, vereist voor de uitvoering van de afluistermaatregelen en observatie gevraagd in de Belgische rechtshulpverzoeken; aldus steunt het arrest de afwijzing van eisers verzoek in wezen op het Nederlandse bewijsmateriaal zelf en stelt het hem niet in de mogelijkheid de wettigheid van het bewijs in concreto te betwisten.
  6. Artikel 13 Wet Internationale Rechtshulp bepaalt dat in het kader van een in België gevoerde strafrechtspleging geen gebruik mag worden gemaakt van bewijsmateriaal: 1° dat in het buitenland op onregelmatige wijze is verzameld indien de onregelmatigheid: - volgens het recht van de Staat waarin het bewijsmateriaal is verzameld volgt uit de overtreding van een op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste; - de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal aantast; 2° waarvan de aanwending een miskenning inhoudt van het recht op een eerlijk proces.
  7. Wanneer de beslissing over de schuldigverklaring van een beklaagde steun vindt in bewijsmateriaal dat in het buitenland is verkregen ingevolge een Belgisch internationaal rechtshulpverzoek en het strafdossier enkel stukken bevat waaruit de uitvoering van dat verzoek blijkt, kan de beklaagde op grond van de vermelde bepaling vragen om de voorlegging van een gegeven waaruit blijkt dat het bewijsmateriaal voldoet aan de in het buitenland geldende wettigheidsvereisten. Daarvoor moet de beklaagde niet eerst aannemelijk maken dat het bewijs op een onregelmatige wijze is verkregen.
  8. Het recht van verdediging van de beklaagde vereist dat die gegevens hem toelaten het in het buitenland verkregen bewijsmateriaal in concreto te betwisten. De rechter oordeelt welke gegevens daarvoor eventueel nog aan het strafdossier moeten worden gevoegd. Die gegevens kunnen bestaan in de beslissing van een buitenlandse rechterlijke overheid die de uitvoering van het internationaal rechtshulpverzoek heeft gemachtigd of wettig verklaard.
  9. Met eigen en van het beroepen vonnis overgenomen redenen steunt het arrest de schuldigverklaring van de eiser I onder meer op de resultaten van afluistermaatregelen en observatie. Het spreekt niet tegen dat die resultaten afkomstig zijn van onderzoeksmaatregelen die de Nederlandse autoriteiten in Nederland hebben uitgevoerd op verzoek van de Belgische autoriteiten.
  10. Verder oordeelt het arrest onder meer: “Het louter gegeven dat [de eiser I] zich vragen stelt omtrent de rechtmatigheid van de in de betreffende PV's vermelde informatie en zich afvraagt of er voor de Nederlandse onderzoeksdaden wel de vereiste rechterlijke machtigingen voorhanden waren, brengt niet met zich mee dat met de verstrekte inlichtingen geen rekening mocht of mag worden gehouden. Het hof (van beroep) stelt vast dat [de eiser I] op geen enkele wijze aannemelijk maakt dat de in de betreffende PV's vermelde informatie op een onrechtmatige of onwettige wijze werd bekomen.” Uit die redenen blijkt niet waarom de resultaten verkregen uit de in Nederland uitgevoerde onderzoeksmaatregelen enkel inlichtingen hebben opgeleverd, dit wil zeggen informatie die toeliet autonoom bewijs lastens de eiser I te verzamelen.
  11. Ten slotte oordeelt het arrest dat de eiser I daarenboven vrij tegenspraak heeft kunnen voeren over de inhoud van het volledige strafdossier, hij geenszins werd belemmerd in de uitoefening van zijn recht van verdediging en het hof van beroep zich bij zijn beoordeling enkel baseert op de inhoud van het strafdossier. Die redenen volstaan niet om, bij gebrek aan de vermelde wettigheidscontrole van de in het buitenland uitgevoerde onderzoeksmaatregelen, het recht van verdediging van de eiser I te waarborgen.
  12. Hieruit volgt dat de beslissing die op deze gronden eisers verzoek verwerpt om Nederlandse rechterlijke beslissingen te voegen waaruit de wettigheid van de uitgevoerde onderzoeksmaatregelen blijkt, niet naar recht is verantwoord. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
  14. De vernietiging van de beslissing waarbij de eiser I wordt veroordeeld, heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissing waarbij zijn onmiddellijke aanhouding wordt bevolen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser I schuldig verklaart aan de hem ten laste gelegde feiten en hem veroordeelt tot straf en de betaling van bijdragen, vergoeding en kosten en zijn onmiddellijke aanhouding beveelt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep van de eiser II. Veroordeelt de eiser II tot de kosten. Veroordeelt de eiser I tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten van de eiser I aan en laat ze over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten in het geheel op 304,38 euro, waarvan de eiser I 152,19 euro is verschuldigd en de eiser II 152,19 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211019.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211019.2N.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.7 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.