id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 391bis- 01 ELI link Pub nr 1867060850 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.
203, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de kinderen Vrije woorden: Onderhoudsbijdrage voor het kind na echtscheiding - Meerdere schulden tegenover de onderhoudsgerechtigde ouder - Toerekening van een betaling op de onderhoudsschuld - Omvang Wettelijke bepalingen:
Art. 391bis- 01 ELI link Pub nr 1867060850 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.
203, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 4 Het wanbedrijf familieverlating is een voortdurend misdrijf en is bijgevolg één enkel strafrechtelijk feit dat in zijn geheel moet worden beoordeeld; dit misdrijf houdt pas op te bestaan wanneer de dader, in overeenstemming met de rechterlijke beslissing die hem daartoe veroordeelt, het onderhoudsgeld betaalt waarvan hij verzuimde de termijnen te kwijten
(1); daaruit volgt dat een beklaagde die binnen een ten laste gelegde incriminatieperiode, ook al wordt de onderhoudsverplichting bij een uitvoerbare rechterlijke beslissing met terugwerkende kracht opgeheven, nog steeds voor de voorgaande niet opgeheven periode verzuimt meer dan twee maanden de termijnen van de onderhoudsuitkering te kwijten, zich schuldig maakt aan familieverlating
(2).
(1)Cass. 22 september 2004, AR P.04.0511.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040922.9, AC 2004, nr. 425, JLMB 2005, 518, RDP 2005, 211, RW 2005-06, 946 noot M. VAN DER STRATEN; Cass. 22 maart 1988, AR 1677, AC 1987-88, 951; Cass. 16 december 1986, AR 124, AC 1986-87, 510.
(2)L. DUPONT, "Verlating van familie", APR, Gent, Story-Scientia, 1975, 71-72; Ph. TRAEST en A. WINANTS, “Strafrecht en familierecht”, in Gezin en recht in een postmoderne samenleving, Gent, Mys & Breesch, 1994, 67. Thesaurus CAS: VERLATING VAN FAMILIE Vrije woorden: Materieel bestanddeel - Opheffing van de onderhoudsplicht door een rechterlijke beslissing met terugwerkende kracht - Achterstal in betaling van onderhoudsgelden verschuldigd van voor de datum van opheffing van de onderhoudsplicht - Wachtperiode van twee maanden - Gevolg Wettelijke bepalingen:
Art. 391bis- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend.
Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: Verlating van familie - Opheffing van de onderhoudsplicht door een rechterlijke beslissing met terugwerkende kracht - Achterstal in betaling van onderhoudsgelden verschuldigd van voor de datum van opheffing van de onderhoudsplicht - Wachtperiode van twee maanden - Gevolg Wettelijke bepalingen:
Art. 391bis- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.21.0484.N P. M. J. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Frederiek Baudoncq, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3001 Leuven (Heverlee), Philipssite 5B, waar de eiser woonplaats kiest, tegen A. V. R., burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 9 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 391bis Strafwetboek en artikel 1322/1 Gerechtelijk Wetboek: het arrest gaat uit van een onwettelijke toerekening van de door de eiser in de incriminatieperiode gedane betalingen op een andere schuld dan de onderhoudsschulden ten aanzien van de verweerster; onderhoudsschulden ten aanzien van kinderen hebben voorrang op alle andere schulden zodat de toerekening van de door de eiser gedane betalingen eerst op de onderhoudsschulden diende te gebeuren; het arrest kon dan ook niet wettig beslissen tot de bewezenverklaring van de ten laste gelegde familieverlating; het stelt ook niet vast dat de eiser, na aftrek van het meer betaalde saldo van deze andere schuld, nog in gebreke was meer dan twee maanden vervallen en opeisbare onderhoudsbijdragen te betalen; de motivering laat geen wettigheidscontrole toe; het laat in het vage de precieze impact van de toerekening van het saldo van de door de eiser gedane betalingen op diens onderhoudsschulden en is dan ook onduidelijk en onnauwkeurig; het misdrijf van familieverlating moet worden beoordeeld op het ogenblik van de feiten en kan maar voortbestaan zolang de onderhoudsgelden verschuldigd zijn krachtens een uitvoerbare rechterlijke beslissing die niet is ingetrokken door een nieuwe rechterlijke beslissing; een vonnis van de vrederechter van het kanton Herne–Sint-Pieters-Leeuw van 22 augustus 2014 stelt de eiser vrij van betaling van onderhoudsgelden vanaf 1 februari 2011; dit vonnis is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad zodat het arrest dat weigert dit vonnis te betrekken bij de beoordeling of de eiser al dan niet meer dan twee maanden vrijwillig in gebreke is gebleven om de termijnen van een rechterlijk opgelegde onderhoudsuitkering te kwijten, niet naar recht is verantwoord.
- Artikel 391bis, eerste lid, Strafwetboek stelt strafbaar “hij die, na door een rechterlijke beslissing waartegen geen verzet of hoger beroep meer openstaat, te zijn veroordeeld om een uitkering tot onderhoud te betalen aan zijn echtgenoot, aan zijn bloedverwanten in de nederdalende of in de opgaande lijn, meer dan twee maanden vrijwillig in gebreke blijft de termijnen ervan te kwijten”.
- Noch uit artikel 203, § 1, oud Burgerlijk Wetboek noch uit enige andere wetsbepaling volgt dat de betalingen door een schuldenaar die naast onderhoudsschulden ook andere schulden heeft bij dezelfde schuldeiser, bij afwezigheid van uitdrukkelijke toerekening door die schuldenaar of toerekening door de schuldeiser in het kwijtschrift, noodzakelijk eerst op de onderhoudsschulden en pas dan op de andere schulden moeten worden toegerekend.
- De schuldenaar van een uitkering tot onderhoud die meer dan twee maanden vrijwillig nalaat de termijnen ervan volledig te kwijten en zich ertoe beperkt slechts een gedeelte ervan te betalen, maakt zich schuldig aan familieverlating.
- Het wanbedrijf familieverlating is een voortdurend misdrijf en is bijgevolg één enkel strafrechtelijk feit dat in zijn geheel moet worden beoordeeld. Dit misdrijf houdt pas op te bestaan wanneer de dader, in overeenstemming met de rechterlijke beslissing die hem daartoe veroordeelt, het onderhoudsgeld betaalt waarvan hij verzuimde de termijnen te kwijten.
- Daaruit volgt dat een beklaagde die binnen een ten laste gelegde incriminatieperiode, ook al wordt de onderhoudsverplichting bij een uitvoerbare rechterlijke beslissing met terugwerkende kracht opgeheven, nog steeds voor de voorgaande niet opgeheven periode verzuimt meer dan twee maanden de termijnen van de onderhoudsuitkering te kwijten, zich schuldig maakt aan familieverlating.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt dat: - de eiser vanaf 2 maart 2006 meer dan twee maanden in gebreke was om bij te dragen in de kosten van onderhoud en opvoeding van zijn minderjarige dochter; - de door de eiser in de periode van maart 2006 tot en met augustus 2009 betaalde sommen betrekking hadden op de aflossing van zijn schuld aan de verweerster ter uitvoering van het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 18 maart 2005 wegens een door haar verleende persoonlijke borgstelling; - de eiser wetens en willens heeft verzuimd de verschuldigde onderhoudsuitke-ringen te betalen en bewust en opzettelijk de hem opgelegde onderhoudsverplichting ten aanzien van zijn minderjarige dochter heeft genegeerd. Met die redenen, die niet onduidelijk of onnauwkeurig zijn en die het Hof niet beletten zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen, is eisers schuldigverklaring aan het misdrijf van familieverlating voor de voorziene incriminatieperiode regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211019.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040922.9 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090520.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091103.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div