id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211019.2N.17 Rolnummer: P.21.1109.N Zaak: Y. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2021-10-22 Raadplegingen: 943 - laatst gezien 2026-06-18 19:34 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De uit de artikelen 163, tweede lid, en 195, tweede en de zevende lid, Wetboek van Strafvordering voortvloeiende verplichting voor de rechter om de keuze voor de bijkomende straf van het verval van het recht motorvoertuigen te besturen en de maat van die straf, indien de wet die aan de vrije beoordeling van de rechter overlaat, nauwkeurig te motiveren, geldt ook voor de maatregel van het afhankelijk maken van het herstel in dat recht van het slagen in de vier examens en onderzoeken
(1); de verplichting die maatregel nauwkeurig te motiveren belet niet dat de motivering beknopt kan zijn; de maatregel van het afhankelijk maken van het herstel in het recht motorvoertuigen te besturen van het slagen in de examens en onderzoeken kan mede worden gemotiveerd met redenen welke dienen ter verantwoording van het opleggen van andere hoofd– en bijkomende straffen voor dezelfde feiten; de rechter moet niet voor elk examen of onderzoek afzonderlijk een nauwkeurige motivering verstrekken.
(1)Cass. 24 november 2020, AR P.20.0761.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.3, AC 2020, nr. 716; Cass. 5 september 2017, AR P.16.1312.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170905.5, AC 2017, nr.
- Zie alg. Ph. TRAEST, Topics verkeers(straf)recht, Intersentia, 2020, 46-
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Straftoemeting - Wegverkeer - Verval van het recht tot sturen - Maatregel van herstel van het recht tot sturen door examens en onderzoeken - Grens Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 163, tweede lid, en 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 38 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen - Voorwaarde van het slagen in onderzoeken en examens - Motivering - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 163, tweede lid, en 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 38 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1109.N F. Y., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 24 juni
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het oordeel dat de door de eerste rechter bepaalde herstelexamens en –onderzoeken nog steeds noodzakelijk zijn met het oog op de bewustwording van de eiseres en haar herintegratie in het verkeer is geen nauwkeurige motivering; er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de vier examens en onderzoeken en dit betreft eerder een strafmotief dan een maatregelmotief.
- De uit de artikelen 163, tweede lid, en 195, tweede en de zevende lid, Wetboek van Strafvordering voortvloeiende verplichting voor de rechter om de keuze voor de bijkomende straf van het verval van het recht motorvoertuigen te besturen en de maat van die straf, indien de wet die aan de vrije beoordeling van de rechter overlaat, nauwkeurig te motiveren, geldt ook voor de maatregel van het afhankelijk maken van het herstel in dat recht van het slagen in de vier examens en onderzoeken. De verplichting die maatregel nauwkeurig te motiveren belet niet dat de motivering beknopt kan zijn.
- De maatregel van het afhankelijk maken van het herstel in het recht motorvoertuigen te besturen van het slagen in de examens en onderzoeken kan mede worden gemotiveerd met redenen welke dienen ter verantwoording van het opleggen van andere hoofd- en bijkomende straffen voor dezelfde feiten.
- De rechter moet niet voor elk examen of onderzoek afzonderlijk een nauwkeurige motivering verstrekken.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis oordeelt met betrekking tot de straftoemeting als volgt: - er wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten, met het rijkelijk gevuld strafverleden van de eiseres en met haar persoonlijkheid; - die straftoemeting beoogt uiting te geven aan de maatschappelijke afkeuring en het beschermen van de maatschappij en in het bijzonder de andere weggebruikers; - de bewezen verklaarde feiten zijn gevaarlijk, asociaal en verstoren de maatschappelijke orde en getuigen van een bijzondere nonchalance en een gebrek een verantwoordelijkheidszin; - de eiseres moet beseffen dat de bewezen verklaarde feiten geen te verwaarlozen formaliteiten betreffen; - gelet op de aard en de ernst van die feiten en de vele, ook specifieke antecedenten van de eiseres, is een effectieve gevangenisstraf en geldboete wettig en gepast; - de eiseres leert niet uit voorgaande veroordelingen zodat een streng rijverbod noodzakelijk is, wat ongetwijfeld sociale en professionele repercussies heeft, maar deze zijn niet onoverkomelijk; - de herstelexamens en –onderzoeken zijn nog steeds noodzakelijk met het oog op de bewustwording van de eiseres en haar herintegratie in het verkeer. Met die redenen motiveert het bestreden vonnis op nauwkeurige wijze ook de maatregel van het afhankelijk maken van het herstel in het recht motorvoertuigen te besturen van de vier examens en onderzoeken. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211019.2N.17 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221108.2N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170905.5 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div