id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.1 Rolnummer: C.20.0567.N Zaak: S. contra AXA BELGIUM Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2021-10-29 Raadplegingen: 856 - laatst gezien 2026-06-16 04:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de verplichting voor de verzekeringnemer om in de loop van de overeenkomst en onder de voorwaarden van artikel 5 de nieuwe omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een aannemelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet te bewerkstelligen, volgt dat de verzekeringnemer de verzekeraar spontaan, volledig en correct moet inlichten van de bedoelde omstandigheden en de verzekeraar in de regel niet tot verificatie ervan gehouden is
(1).
(1)Zie Cass. 27 april 2018, AR C.16.0292.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180427.1, AC 2018, nr. 274; Cass. 20 juni 1983, AR 6818, AC 1983, nr. 582; Cass. 17 mei 1978, AC 1978,
- Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: Verzekeringsovereenkomst - Nieuwe omstandigheden - Verzwaring van het risico - Informatieplicht verzekeringnemer - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst - 25-06-1992 - Art. 26, § 1, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 1992011257 Annotaties Publicaties: T.Verz.-Tijdschrift voor verzekeringen (vanaf 1987) - 2022, nr. 1, p. 55-
- - VAN DONGEN, Merel; Noot'Moet uw verzekeraar ook koeterwaals begrijpen? Geen verificatieplicht voor de verzekeraar bij risicoverzwaring' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0567.N M. S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest,
- D. V., in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het faillissement van Groep Verenigde Verzekeringsmakelaars Limburg bv, met zetel te 3001 Leuven, Interleuvenlaan 62, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0451.425.033,
- SOCIETE BELGE DE GESTION D’ASSURANCES cv, met zetel te 1040 Etterbeek, Belliardstraat 4-6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0437.498.605, tweede en derde verweerders, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweerders woonplaats kiezen. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 14 mei
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 23 juli 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel (…) Vierde onderdeel (…) Derde subonderdeel
- Krachtens artikel 26, § 1, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst, zoals van toepassing, heeft de verzekeringnemer de verplichting in de loop van de overeenkomst en onder de voorwaarden van artikel 5 de nieuwe omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een aannemelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet te bewerkstelligen. Hieruit volgt dat de verzekeringnemer de verzekeraar spontaan, volledig en correct moet inlichten van de bedoelde omstandigheden en de verzekeraar in de regel niet tot verificatie ervan gehouden is.
- De appelrechters oordelen dat: de bvba Group VVL, als tussenpersoon van de eiser, met het faxbericht van 5 maart 2009 aan de eerste verweerster, liet weten dat het verzekerde pand terug verhuurd was als “afdrink café (bar??)”; de eerste verweerster hieruit kon en mocht afleiden dat het pand opnieuw verhuurd was voor een handelsactiviteit die zich situeerde in de horeca; de bvba Group VVL, handelend in naam van de eiser, met voormeld faxbericht de eerste verweerster bewust heeft willen misleiden door de wijziging van de bestemming van het pand te omschrijven in zeer algemene en vaag gekozen bewoordingen; de werkelijke uitbating van het pand als bordeel of privéclub met kamerverhuur werd verbloemd; de bvba Group VVL wist dat een correcte en volledige informatie van de werkelijke uitbating een groot obstakel zou zijn om een brandverzekering te krijgen.
- De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de eerste verweerster geen onderzoeksplicht had betreffende de mededelingen van de eiser over de bestemming van het pand, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het subonderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 538,96 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180427.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div