id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.2 Rolnummer: C.20.0465.N Zaak: ALEXANDRA INTERNATIONAL contra CREDERE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2021-10-29 Raadplegingen: 841 - laatst gezien 2026-06-18 12:33 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Hoewel de opheffing van artikel III.26, § 2, WER bij artikel 2 van de wet van 2 mei 2019, en in werking getreden op 27 mei 2019 onmiddellijk van toepassing is, blijft op de vordering die werd ingesteld vòòr 27 mei 2019 en waarover de rechter op die datum nog geen uitspraak heeft gedaan het op het ogenblik van het instellen van die vordering geldende artikel III.26, § 2, WER van toepassing. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Handels- of ambachtsonderneming - Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen - Vordering gebaseerd op niet-ingeschreven activiteit - Niet-ontvankelijkheid - Opheffing wetsbepaling - Werking in de tijd - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. III.26, § 2 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vrije woorden: Handels- of ambachtsonderneming - Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen - Vordering gebaseerd op niet-ingeschreven activiteit - Niet-ontvankelijkheid - Opheffing wetsbepaling - Werking in de tijd - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. III.26, § 2 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Nota: Art. III.26, § 2 Wetboek van economisch recht vóór de vervanging bij wet van 15 april 2018 en vóór de opheffing bij wet van 2 mei
- Tekst van de beslissing Nr. C.20.0465.N ALEXANDRA INTERNATIONAL bv, met zetel te 2100 Antwerpen (Deurne), Tweemontstraat 258, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0448.664.590, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen CREDERE nv, met zetel te 2960 Brecht, Vaartdijk 15/4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0442.642.276, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 30 april
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 23 juli 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel III.26, § 2, WER, in zijn versie voor de vervanging ervan bij wet van 15 april 2018 en voor de opheffing ervan bij de wet van 2 mei 2019, is de vordering ingesteld door een handels- of ambachtsonderneming die wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar vordering baseert op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van die vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, niet ontvankelijk. De niet-ontvankelijkheid is evenwel gedekt indien ze niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen.
- Deze bepaling werd opgeheven bij artikel 2 van de wet van 2 mei 2019, in werking getreden op 27 mei
- Krachtens artikel 3 Gerechtelijk Wetboek zijn de wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de rechtspleging van toepassing op de hangende rechtsgedingen, zonder dat die worden onttrokken aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze aanhangig zijn, en behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald.
- Uit deze bepalingen volgt dat de opheffing van artikel III.26, § 2, WER onmiddellijk van toepassing is. Op de vordering die werd ingesteld v??r 27 mei 2019 en waarover de rechter op die datum nog geen uitspraak heeft gedaan blijft evenwel het op het ogenblik van het instellen van die vordering geldende artikel III.26, § 2, WER van toepassing.
- Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de rechter vanaf 27 mei 2019 een vordering die werd ingesteld v??r 27 mei 2019 in toepassing van de voormelde wetsbepaling enkel nog niet-ontvankelijk kan verklaren voor zover de exceptie van niet-ontvankelijkheid eveneens v??r die datum werd opgeworpen, gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 276,97 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div