← België

C. contra VLAAMS GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.3 Rolnummer: C.21.0050.N Zaak: C. contra VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-10-29 Raadplegingen: 971 - laatst gezien 2026-06-16 04:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche De artikelen 91, eerste lid, 92, § 1/1, en 779 Gerechtelijk wetboek raken de openbare orde niet zodat met instemming van de partijen kan worden afgeweken van het beginsel van de continuïteit van de zetelsamenstelling met één of drie rechters

(1).
(1)Zie Cass. 22 februari 2013, AR C.12.0309.N, AC 2013, nr.
  1. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Zetelsamenstelling - Beginsel van de continuïteit van de zetelsamenstelling - Aard - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 91, eerste lid, 92, § 1/1, en 779 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0050.N P. C., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kabinet te 1000 Brussel, Havenlaan 20, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 23 april
  2. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 30 augustus 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
  3. Krachtens artikel 779 Gerechtelijk Wetboek kan een vonnis of arrest, op straffe van nietigheid, enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters die alle rechtszittingen over de zaak moeten hebben bijgewoond.
  4. Krachtens artikel 91, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek worden burgerlijke zaken binnen de rechtbank van eerste aanleg in de regel toegewezen aan een kamer met één rechter. Krachtens artikel 92, § 1/1, Gerechtelijk Wetboek kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, wanneer de complexiteit of het belang van de zaak of bijzondere, objectieve omstandigheden daartoe aanleiding geven, zaken geval per geval ambtshalve aan een kamer met drie rechters toewijzen.
  5. Voormelde bepalingen raken de openbare orde niet, zodat met instemming van de partijen kan worden afgeweken van het beginsel van de continuïteit van de zetelsamenstelling met één of drie rechters.
  6. Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat: - de zaak aanvankelijk met toepassing van artikel 92, § 1/1, Gerechtelijk Wetboek werd toegewezen aan een kamer met drie rechters; - zodoende op 21 februari 2019 een tussenvonnis werd gewezen en op 19 september 2019 een deskundige werd gehoord door een kamer met drie rechters, waarna de zaak in voortzetting werd gesteld op de rechtszitting van 19 maart 2020; - de griffie bij brief van 17 december 2019 aan de advocaten van de partijen ter kennis heeft gebracht dat de zaak om organisatorische redenen werd toegewezen aan een kamer met één rechter voor behandeling op 19 maart 2020; - de partijen vervolgens bijkomend conclusie namen en hun stukken neerlegden; - de griffie per e-mail van 16 maart 2020 aan de advocaten van de partijen ter kennis heeft gebracht dat, in het kader van de preventiemaatregelen tegen de verspreiding van het Covid-19 virus, zij kunnen opteren voor een schriftelijke behandeling van de zaak en bijgevolg niet moeten verschijnen, met verzoek om hun eventueel akkoord per kerende te willen mededelen; - de partijen per e-mail van eveneens 16 maart 2020 hun uitdrukkelijk akkoord bevestigden met de schriftelijke behandeling van de zaak.
  7. Het middel dat geen rekening houdt met het gegeven dat de partijen op voormelde wijze instemden met de schriftelijke behandeling van de zaak door een kamer met één rechter, kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 316,79 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.