← België

V. contra N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.7 Rolnummer: C.20.0546.N Zaak: V. contra N. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-10-29 Raadplegingen: 1558 - laatst gezien 2026-06-19 02:22 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Onrechtstreekse schenkingen, zoals de betaling door een derde een onrechtstreekse schenking kan uitmaken wanneer die betaling gebeurt met het inzicht om te schenken, gebeuren niet onder de vorm van een schenkingsakte maar onder de vorm van een andere rechtshandeling die eveneens een vermogensverschuiving bewerkstelligt en neutraal is in die zin dat ze zowel onder bezwarende titel als om niet kan zijn

(1).
(1)Zie Cass. 25 januari 2010, AR C.09.0093.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100125.4, AC 2010, nr. 57; Cass. 11 februari 2000, AR C.98.0196.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000211.2, AC 2000, nr. 108. Thesaurus CAS: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Vrije woorden: Onrechtstreekse schenking - Betaling door een derde met inzicht om te schenken - Vorm Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 931 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Voor het bewijs van het bestaan van een onrechtstreekse schenking moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds het bewijs van de neutrale rechtshandeling als drager van de onrechtstreekse schenking, dat onderworpen is aan het vereiste van een geschrift indien zij de waarde van 375 euro te boven gaat, en anderzijds het bewijs van het inzicht om te schenken dat van die rechtshandeling een schenking maakt en dat kan worden geleverd met alle middelen van recht, met inbegrip van getuigenissen en vermoedens, zonder dat daartoe een geschrift of een begin van bewijs door geschrift is vereist
(1).
(1)Zie Cass. 26 oktober 2006, AR C.05.0167.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061026.4, AC 2006, nr. 516; Cass. 6 december 2002, AR C.00.0099.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021206.4, AC 2002, nr.
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Betaling door een derde met inzicht om te schenken - Onrechtstreekse schenking - Bewijs van het bestaan - Bewijsregels - Toepassing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 931 en 1341 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: JLMB-Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles - 2024, n° 3, p. 97-
  2. - MOREAU, Pierre; Note'Validité et preuve d'une donation indirecte' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0546.N T. V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen F. N.-H., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 25 februari
  3. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 14 september 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
  4. Krachtens artikel 931 Oud Burgerlijk Wetboek worden alle akten houdende schenking onder de levenden verleden voor notaris, in de gewone contractvorm, en wordt daarvan, op straffe van nietigheid, een minuut gehouden. Deze regel is niet van toepassing op onrechtstreekse schenkingen, die niet onder de vorm van een schenkingsakte gebeuren maar onder de vorm van een andere rechtshandeling die eveneens een vermogensverschuiving bewerkstelligt en neutraal is in die zin dat ze zowel onder bezwarende titel als om niet kan zijn. De betaling door een derde kan een onrechtstreekse schenking uitmaken wanneer die betaling gebeurt met het inzicht om te schenken.
  5. Krachtens artikel 1341 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier toepasselijk, moet een akte voor notaris of een onderhandse akte worden opgemaakt van alle zaken die de som of de waarde van 375 euro te boven gaan, zelfs betreffende vrijwillige bewaargeving. Het bewijs door getuigen wordt niet toegelaten tegen en boven de inhoud van de akten en evenmin omtrent hetgeen men zou beweren vóór, tijdens of sinds het opmaken te zijn gezegd, al betreft het ook een som of een waarde van minder dan 375 euro. Krachtens artikel 1347 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier toepasselijk, lijdt de regel van artikel 1341 van dat wetboek uitzondering wanneer er een begin van bewijs door geschrift voorhanden is.
  6. Voor het bewijs van het bestaan van een onrechtstreekse schenking moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds het bewijs van de neutrale rechtshandeling als drager van de onrechtstreekse schenking en anderzijds het bewijs van het inzicht om te schenken dat van die rechtshandeling een schenking maakt. Het bewijs van de neutrale rechtshandeling is onderworpen aan het vereiste van een geschrift indien zij de waarde van 375 euro te boven gaat. Het bewijs dat die rechtshandeling werd gesteld met het inzicht om te schenken, kan worden geleverd met alle middelen van recht, met inbegrip van getuigenissen en vermoedens, zonder dat daartoe een geschrift of een begin van bewijs door geschrift is vereist.
  7. Het middel dat in al zijn onderdelen geheel ervan uitgaat dat het bewijs van het bestaan van een onrechtstreekse schenking zonder meer onderworpen is aan het vereiste van een geschrift, waarvan enkel kan worden afgeweken wanneer er een begin van bewijs door geschrift voorhanden is, ook wanneer de neutrale rechtshandeling zelf niet wordt betwist en het te leveren bewijs enkel het inzicht om te schenken betreft, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 553,76 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000211.2 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021206.4 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061026.4 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100125.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.