← België

F. contra P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.8 Rolnummer: C.20.0391.N Zaak: F. contra P. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2021-10-29 Raadplegingen: 970 - laatst gezien 2026-06-18 09:37 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211021.1N.8 Fiche 1 De kortgedingbevoegdheid van de vrederechter voor woninghuurgeschillen op grond van artikel 43, § 2, eerste lid, Vlaams Woninghuurdecreet is van toepassing op kortgedingprocedures over woninghuurgeschillen die worden ingeleid vanaf 1 januari 2019, ook ingeval de schriftelijke woninghuurovereenkomst werd gesloten vóór die datum

(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Woninghuurdecreet - Overgangsregeling - Kortgedingbevoegdheid vrederechter - Toepassing Wettelijke bepalingen: Decreet 9 november 2018 houdende bepalingen betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan - 09-11-2018 - Artt. 43, § 2, eerste lid, en 83 - 01 ELI link Pub nr 2018015087 Fiches 2 - 3 De exceptie van onbevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in kort geding, omwille van de bevoegdheid van de vrederechter op grond van artikel 43, § 2, eerste lid Vlaams Woninghuurdecreet, moet vóór alle exceptie of verweer worden aangevoerd. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Woninghuurdecreet - Overgangsregeling - Kortgedingbevoegdheid vrederechter - Voorwaardelijke volheid van bevoegdheid voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelend in kort geding - Exceptie van materiële onbevoegdheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 584, eerste lid, en 854 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Decreet 9 november 2018 houdende bepalingen betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan - 09-11-2018 - Art. 43, § 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 2018015087 Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Woninghuurdecreet - Overgangsregeling - Kortgedingbevoegdheid vrederechter - Voorwaardelijke volheid van bevoegdheid voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelend in kort geding - Exceptie van materiële onbevoegdheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 584, eerste lid, en 854 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Decreet 9 november 2018 houdende bepalingen betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan - 09-11-2018 - Art. 43, § 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 2018015087 Annotaties Publicaties: JT-Journal des tribunaux - 2022, n° 3, p. 44-
  1. - DE LEVAL, Georges; Note'La plénitude de compétence du juge civil des référés est-elle inconditionnelle ou conditionnelle?' RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 29, p. 1146-
  2. - DAMBRE, Maarten; Noot'De kortgedingbevoegdheid van de vrederechter in woninghuurzaken' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0391.N
  3. M. F.,
  4. L. R., eisers, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen I. P., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 16 juni
  5. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 13 september 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  6. Krachtens artikel 3 Gerechtelijk Wetboek zijn de wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de rechtspleging van toepassing op de hangende rechtsgedingen, zonder dat die worden onttrokken aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze aanhangig zijn, en behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald. Krachtens artikel 43, § 2, eerste lid, van het decreet van 9 november 2018 houdende bepalingen betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan, hierna Vlaams Woninghuurdecreet, doet de vrederechter, in afwijking van artikel 584 Gerechtelijk Wetboek, bij voorraad uitspraak over de geschillen, vermeld in paragraaf 1, die hij spoedeisend acht. Krachtens artikel 84 Vlaams Woninghuurdecreet is voormelde bepaling in werking getreden op 1 januari
  7. Krachtens artikel 83 Vlaams Woninghuurdecreet is het decreet niet van toepassing op de schriftelijke huurovereenkomsten die werden gesloten vóór 1 januari
  8. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 83 Vlaams Woninghuurdecreet blijkt dat de decreetgever met die specifieke overgangsregeling enkel het materiële woninghuurrecht beoogde en dat hij wat betreft de kortgedingbevoegdheid van de vrederechter voor woninghuurgeschillen op grond van artikel 43, § 2, eerste lid, Vlaams Woninghuurdecreet niet heeft willen afwijken van het beginsel van de onmiddellijke werking van een nieuwe bevoegdheidsregel overeenkomstig artikel 3 Gerechtelijk Wetboek.
  9. Hieruit volgt dat de bevoegdheidsregel van artikel 43, § 2, eerste lid, Vlaams Woninghuurdecreet van toepassing is op kortgedingprocedures over woninghuurgeschillen die worden ingeleid vanaf 1 januari 2019, ook ingeval de schriftelijke woninghuurovereenkomst werd gesloten vóór die datum.
  10. Het onderdeel dat geheel ervan uitgaat dat de kortgedingbevoegdheid van de vrederechter voor woninghuurgeschillen op grond van artikel 43, § 2, eerste lid, Vlaams Woninghuurdecreet niet geldt ingeval de schriftelijke woninghuurovereenkomst werd gesloten vóór 1 januari 2019, faalt naar recht. Tweede onderdeel Ontvankelijkheid
  11. De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het onderdeel is nieuw omdat de eisers, tot betwisting van de exceptie van onbevoegdheid die tegen hen was opgeworpen, voor de appelrechters niet hebben aangevoerd dat de verweerder die exceptie laattijdig heeft opgeworpen, maar zij die exceptie slechts inhoudelijk hebben betwist door aan te voeren dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in kort geding, wel bevoegd was.
  12. De bepalingen van de artikelen 568, 584 en 854 Gerechtelijk Wetboek en artikel 43, § 2, eerste lid, Vlaams Woninghuurdecreet, waarvan de schending wordt aangevoerd, zijn van openbare orde dan wel van dwingend recht. De eisers kunnen bijgevolg voor het eerst voor het Hof op ontvankelijke wijze tegen het arrest een middel opwerpen, dat steunt op de schending van deze bepalingen, ongeacht de middelen die zij voor de appelrechters hebben aangevoerd. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  13. Krachtens artikel 568, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van alle vorderingen, behalve die welke rechtstreeks voor het hof van beroep en het Hof van Cassatie komen. Krachtens artikel 584, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek doet de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in kort geding, deelt in de voorwaardelijke volheid van bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg, wat betekent dat zij vatbaar is voor een exceptie van materiële onbevoegdheid.
  14. Artikel 43, § 2, eerste lid, Vlaams Woninghuurdecreet bepaalt dat de vrederechter, in afwijking van artikel 584 Gerechtelijk Wetboek, bij voorraad uitspraak doet over de geschillen, vermeld in paragraaf 1, die hij spoedeisend acht. Uit de wetsgeschiedenis en de doelstelling van deze bepaling blijkt niet dat de decretale toewijzing van de kortgedingbevoegdheid voor woninghuurgeschillen aan de vrederechter afbreuk doet aan de voorwaardelijke volheid van bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg om, zetelend in kort geding, voorlopige maatregelen te bevelen in woninghuurgeschillen.
  15. Krachtens artikel 854 Gerechtelijk Wetboek, moet de onbevoegdheid van de rechter voor wie de zaak aanhangig is, worden voorgedragen voor alle exceptie of verweer, behalve wanneer zij van openbare orde is.
  16. Uit het geheel van voormelde wetsbepalingen volgt dat, indien de bevoegdheid van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg om, zetelend in kort geding, voorlopige maatregelen te bevelen in een woninghuurgeschil, wordt betwist omwille van de bevoegdheid van de vrederechter op grond van artikel 43, § 2, eerste lid, Vlaams Woninghuurdecreet, die exceptie vóór alle exceptie of verweer moet worden aangevoerd.
  17. Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat de verweerder de bevoegdheid van de eerste rechter, namelijk de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in kort geding, voor het eerst betwistte in zijn syntheseconclusie, nadat hij eerder conclusie had genomen tot betwisting van de urgentie en de grond van de vordering van de eisers.
  18. De appelrechters die oordelen dat de eerste rechter, namelijk de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in kort geding, zich ten onrechte bevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het geschil, terwijl de verweerder de exceptie van onbevoegdheid niet vóór alle exceptie en verweer had aangevoerd, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  19. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Omvang van cassatie
  20. De vernietiging van de bestreden beslissing strekt zich uit tot het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 13 augustus 2020 dat het gevolg van die beslissing is. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Vernietigt het vonnis nr. 20/12516 van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 13 augustus
  21. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest en het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 oktober 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211021.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211021.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.