id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.12 Rolnummer: P.21.0959.N Zaak: C. contra DE LAGE LANDEN LEASING NV Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-11-08 Raadplegingen: 884 - laatst gezien 2026-06-18 18:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Indien het gerecht in hoger beroep een beklaagde veroordeelt tot een lagere hoofdgevangenisstraf dan die waartoe de eerste rechter hem had veroordeeld, is er geen strafverzwaring in de zin van artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering en dit ongeacht of het gerecht in hoger beroep de beklaagde veroordeelt tot een hogere geldboete en een door artikel 1 Wet Beroepsuitoefeningsverbod bedoeld bestuurdersverbod van een langere duur dan opgelegd door de eerste rechter; of er strafverzwaring is, wordt in een dergelijk geval uitsluitend bepaald door de opgelegde hoofdgevangenisstraf. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: Hoger beroep - Strafverzwaring - Eenstemmigheid - Hoofdgevangenisstraf - Verlaging - Bijkomende straffen - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Strafverzwaring - Eenstemmigheid - Hoofdgevangenisstraf - Verlaging - Bijkomende straffen - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0959.N B. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Robby Loos, advocaat bij de balie Limburg, tegen
- DE LAGE LANDEN LEASING nv, met zetel te 2800 Mechelen, Blarenberglaan 3C, burgerlijke partij, met als raadsman mr. André-Pierre André-Dumont, advocaat bij de balie Brussel,
- U. G., burgerlijke partij,
- MERCEDES-BENZ FINANCIAL SERVICES BELUX nv, met zetel te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe, Tollaan 68, burgerlijke partij,
- Lieve DEHAESE, Joannes DEHAESE en Jessie DECKMYN, met kantoor te 3500 Hasselt, Luikersteenweg 187, als curatoren van het faillissement van DELTA bv, burgerlijke partijen, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerders, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: het arrest legt aan de eiser een zwaardere straf op dan die welke werd opgelegd door de eerste rechter en dit zonder de vaststelling dat die beslissing eenparig is genomen; waar de eerste rechter de eiser had veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar, een geldboete van 100,00 euro en een door artikel 1 en 1bis Wet Beroepsuitoefeningsverbod bedoeld bestuurdersverbod en koopmansverbod van telkens vijf jaar, legt het appelgerecht aan de eiser een hoofdgevangenisstraf van achttien maanden, een geldboete van 500,00 euro en een door artikel 1 Wet Beroepsuitoefeningsverbod bedoeld bestuurdersverbod van zeven jaar op.
- Volgens artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering is er eenstemmigheid vereist opdat het gerecht in hoger beroep de tegen een beklaagde uitgesproken straffen kan verzwaren.
- Indien het gerecht in hoger beroep een beklaagde veroordeelt tot een lagere hoofdgevangenisstraf dan die waartoe de eerste rechter hem had veroordeeld, is er geen strafverzwaring in de zin van artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering en dit ongeacht of het gerecht in hoger beroep de beklaagde veroordeelt tot een hogere geldboete en een door artikel 1 Wet Beroepsuitoefeningsverbod bedoeld bestuurdersverbod van een langere duur dan opgelegd door de eerste rechter. Of er strafverzwaring is, wordt in een dergelijk geval uitsluitend bepaald door de opgelegde hoofdgevangenisstraf. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 166,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 26 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230124.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div