← België

S. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.16 Rolnummer: P.21.1282.N Zaak: S. contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-11-08 Raadplegingen: 849 - laatst gezien 2026-06-15 05:53 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Noch uit het enkele feit dat een gepensioneerd magistraat van een hof van beroep de hoedanigheid heeft van burgerlijke partij in een gerechtelijk onderzoek noch uit de affectieve of minstens vriendschappelijke banden die er zouden kunnen hebben bestaan tussen de betrokken ere-magistraat – burgerlijke partij en de raadsheren die in het verleden samen met hem in de kamer van inbeschuldigingstelling hebben gezeteld, volgt dat voor partijen en derden, objectief gezien, geen enkele raadsheer van dit hof van beroep nog op onafhankelijke en onpartijdige wijze kan oordelen over de door artikel 235bis Wetboek van Strafvordering bedoelde regelmatigheidscontrole; het hof van beroep te Gent is samengesteld uit een groot aantal raadsheren en de betrokken ere-magistraat-burgerlijke partij heeft het korps sinds meerdere jaren verlaten, waaruit mag worden afgeleid dat het korps niet meer op dezelfde wijze is samengesteld als toen hij er nog actief was. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Gewettigde verdenking - Gepensioneerd magistraat - Burgerlijke partij - Affectieve of vriendschappelijke banden - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titels V en VI (Art. 525 tot en met 588) - 14-12-1808 - Art. 542 - 30 ELI link Pub nr 1808121450 Fiche 2 Uit de omstandigheid dat een betrokken ere-magistraat-burgerlijke partij zich in het verleden heeft ingezet voor de mensenrechten en dat hij over het betrokken gerechtelijk onderzoek in de media standpunt heeft ingenomen, kan niet worden afgeleid dat geen enkele zetelende magistraat van het Gentse hof van beroep, objectief gezien, nog op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen over de door artikel 235bis Wetboek van Strafvordering bedoelde rechtmatigheidscontrole. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Gewettigde verdenking - Gepensioneerd magistraat - Burgerlijke partij - Inzet voor mensenrechten - Standpunt in de media - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titels V en VI (Art. 525 tot en met 588) - 14-12-1808 - Art. 542 - 30 ELI link Pub nr 1808121450 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1282.N B. S., verzoeker tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere, met als raadslieden mr. Frank Scheerlinck en mr. Pieterjan Van Muysen, beiden advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Martelaarslaan 134, waar de verzoeker woonplaatst kiest, in de zaak van PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, afdeling Gent, vervolgende partij, tegen

  1. B. S., voornoemd, inverdenkinggestelde,
  2. D. V. L., inverdenkinggestelde,
  3. G. C., inverdenkinggestelde,
  4. L. S., inverdenkinggestelde,
  5. J. V. O., inverdenkinggestelde,
  6. Y. D. S., inverdenkinggestelde,
  7. A. D., inverdenkinggestelde,
  8. K. S., inverdenkinggestelde,
  9. W. D., inverdenkinggestelde, alsook inzake
  10. H. H., burgerlijke partij,
  11. INTERFEDERAAL CENTRUM VOOR GELIJKE KANSEN EN BESTRIJDING VAN DISCRIMINATIE EN RACISME (UNIA), met zetel te 1000 Brussel, Koningsstraat 138, burgerlijke partij,
  12. J. V. P., burgerlijke partij,
  13. UNIVERSITEIT GENT, met zetel te 9000 Gent, Sint-Pietersnieuwstraat 25, burgerlijke partij,
  14. INSTITUUT VOOR DE GELIJKHEID VAN VROUWEN EN MANNEN, met zetel te 1070 Brussel, Ernest Blerotstraat 1, burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het op 5 oktober 2021 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift strekt tot de onttrekking van de zaak aan het hof van beroep te Gent en aan de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen. De zaak (notitienummer GE.10.F1.13810/2018) betreft het gerechtelijk onderzoek thans gekend onder het dossiernr. 50/2021 van onderzoeksrechter Tom Van Wambeke en is thans hangende voor het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, met het oog op de toepassing van de in artikel 235bis Wetboek van Strafvordering bedoelde procedure (ref. 2018/PGG/2243 2021/KC/21-152). Dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  15. Uit het door de eiser ingediende verzoekschrift, de bijhorende stukken en het strafdossier blijkt wat volgt. Door de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, werd een gerechtelijk onderzoek gevoerd naar inbreuken op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenophobie ingegeven daden, de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistisch regime is gepleegd en de wapenwet van 8 juni 2007, alsook naar het misdrijf bendevorming. De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, heeft op 21 december 2020 een vordering uitgebracht strekkende tot regeling van de rechtspleging. Daarin wordt onder meer de verwijzing gevorderd van de verzoeker naar de correctionele rechtbank wegens inbreuken op de voormelde wetten van 30 juli 1981 en 23 maart
  16. De raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, heeft bij beschikking van 26 april 2021 de procedure geschorst en de behandeling van de zaak onbepaald uitgesteld gelet op de ingediende verzoeken tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen. Op het hoger beroep van een inverdenkinggestelde tegen de afwijzing door de onderzoeksrechter van de gevraagde bijkomende onderzoekshandelingen heeft het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, de vraag om de toepassing van de in artikel 235bis Wetboek van Strafvordering bedoelde procedure ontvankelijk verklaard en de zaak in voortzetting gesteld naar de rechtszitting van 23 september
  17. Op die rechtszitting zouden er volgens de verzoeker conclusietermijnen zijn bepaald en zou de zaak in voortzetting zijn gesteld naar de rechtszitting van 15 november
  18. De verzoeker grondt zijn verzoek tot onttrekking op gewettigde verdenking en hij leidt die gewettigde verdenking af uit de band die bestaat tussen enerzijds de leden van het hof van beroep te Gent en de rechters van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen en anderzijds de burgerlijke partij H. H. (hierna de burgerlijke partij). In essentie wordt aangevoerd dat: - de burgerlijke partij ere-magistraat is en in die hoedanigheid en als burgerlijke partij middels de media een duidelijk standpunt heeft ingenomen tegenover de inverdenkinggestelden in deze zaak; - hij tijdens zijn lange loopbaan bij justitie werd aanzien als een strijder voor mensenrechten, daarvoor een prijs heeft ontvangen en door sommigen zelfs als een beleidsmaker wordt gezien; - hij rechter en onderzoeksrechter was in de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, raadsheer en kamervoorzitter in het hof van beroep te Gent en voorzitter van de commissie voor bescherming van de maatschappij; - hij zeer nauwe banden heeft met het hof van beroep te Gent en in het bijzonder met de kamer van inbeschuldigingstelling waarin hij jarenlang als kamervoorzitter heeft gezeteld; - het hier geen occasioneel of tijdelijk samen zetelen betreft, maar een jarenlange samenwerking tussen de burgerlijke partij en verschillende leden van het hof van beroep te Gent en de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen; - daaruit volgt dat mag worden aangenomen dat de raadsheren en de rechters van de beide rechtscolleges een grote loyaliteit voelen ten opzichte van de burger¬lijke partij en dat dit in het bijzonder geldt voor de magistraten die zetelen in de kamer van inbeschuldigingstelling; - er ongetwijfeld door de jarenlange samenwerking een affectieve of minstens vriendschappelijke band zal zijn ontstaan tussen de betrokken raadsheren en de burgerlijke partij; - hij samen zetelde met kamervoorzitter J.L. die thans de kamer van inbe¬schuldigingstelling voorzit die moet oordelen over de procedure ex artikel 235bis Wetboek van Strafvordering; - het feit dat aan de burgerlijke partij de titel van ere-magistraat werd toegekend bijkomend doet vrezen dat de raadsheren gelet op de loyaliteit niet neutraal zullen oordelen; - de betrokken raadsheren ongetwijfeld op de hoogte zullen zijn, gelet op de mededeling die de burgerlijke partij daarover in de media heeft gedaan, van het verleden van zijn ouders en de wijze waarop dit hem nog steeds kwelt.
  19. Volgens artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan in strafzaken elke belanghebbende partij het Hof verzoeken om op grond van gewettigde verdenking een zaak te verwijzen van een rechtscollege naar een ander rechtscollege van dezelfde hoedanigheid.
  20. Volgens artikel 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de kamer van het Hof die kennis neemt van het cassatieberoep in criminele, correctionele en politiezaken onmiddellijk einduitspraak doen over een verzoek tot verwijzing wanneer de in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens daartoe volstaan.
  21. De in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens laten het Hof toe onmiddellijk uitspraak te doen.
  22. Er is sprake van gewettigde verdenking in de zin van artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering wanneer de aangevoerde feiten bij partijen of derden een gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over het vermogen van de betrokken magistraten om op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen. Het Hof moet daarbij onderzoeken of de verdenkingen die een partij op dat vlak meent te kunnen koesteren, objectief gezien verantwoord zijn.
  23. Het verzoek tot verwijzing van de zaak van een rechtscollege naar een ander rechtscollege wegens gewettigde verdenking is slechts ontvankelijk als de verdenking kan worden aangenomen ten aanzien van alle magistraten van het betrokken rechtscollege.
  24. Uit het enkele feit dat een gepensioneerd magistraat van een hof van beroep de hoedanigheid heeft van burgerlijke partij in een gerechtelijk onderzoek volgt niet dat voor partijen en derden, objectief gezien, geen enkele raadsheer van dit hof van beroep nog op onafhankelijke en onpartijdige wijze kan oordelen over de door artikel 235bis Wetboek van Strafvordering bedoelde regelmatigheidscontrole. Het hof van beroep te Gent is samengesteld uit een groot aantal raadsheren en de betrokken ere-magistraat-burgerlijke partij heeft het korps sinds meerdere jaren verlaten, waaruit mag worden afgeleid dat het korps niet meer op dezelfde wijze is samengesteld als toen hij er nog actief was.
  25. Uit de affectieve of minstens vriendschappelijke banden die er zouden kunnen hebben bestaan tussen de betrokken ere-magistraat-burgerlijke partij en de raadsheren die in het verleden samen met hem in de kamer van inbeschuldigingstelling hebben gezeteld, volgt geenszins dat de voorgehouden gewettigde verdenking, objectief gezien, moet worden aangenomen tegenover alle zetelende magistraten van het hof van beroep te Gent.
  26. Ook uit de omstandigheid dat de betrokken ere-magistraat-burgerlijke partij zich in het verleden heeft ingezet voor de mensenrechten en dat hij over het betrokken gerechtelijk onderzoek in de media standpunt heeft ingenomen, kan niet worden afgeleid dat geen enkele zetelende magistraat van het Gentse hof van beroep, objectief gezien, nog op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen over de door artikel 235bis Wetboek van Strafvordering bedoelde rechtmatigheidscontrole.
  27. Uit de samenlezing van de voormelde elementen kan evenmin worden afgeleid dat, objectief gezien, geen enkele zetelende magistraat van het hof van beroep te Gent nog op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen.
  28. De in het verzoekschrift aangevoerde redenen zijn evenmin van aard om aan te nemen dat, objectief gezien, geen enkele zetelende magistraat van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen nog over dit gerechtelijk onderzoek op onafhankelijke en onpartijdige wijze kan oordelen. Noch uit het feit dat de betrokken ere-magistraat-burgerlijke partij in een zeer ver verleden rechter was in de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, noch uit het feit dat hij lang voorzitter is geweest van de commissie voor de bescherming van de maatschappij, die geen onderdeel was van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, noch uit het feit dat de betrokken ere-magistraat-burgerlijke partij jarenlang zetelend magistraat is geweest van het hof van beroep te Gent, noch uit het feit dat de betrokken ere-magistraat-burgerlijke partij zich in het verleden heeft ingezet voor de mensenrechten en dat hij over het betrokken gerechtelijk onderzoek in de media standpunt heeft ingenomen, noch uit de samenlezing van die elementen, kan worden afgeleid dat objectief gezien, geen enkele zetelende magistraat van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen op onafhankelijke en onpartijdige wijze over dit gerechtelijk onderzoek kan oordelen. Het verzoek is kennelijk niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 26 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.