← België

R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 427

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 429

- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE RECHTSHULP Vrije woorden: Strafrechtelijk beslag in België - Verzoek tot opheffing van het beslag - Beslissing Kamer van Inbeschuldigingstelling - Cassatieberoep - Vervolgde persoon - Vereiste van betekening van het cassatieberoep - Memorie - Kennisgeving - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 427

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -

Art. 429- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr.

P.21.0982.N

  1. M. R., verzoekster tot opheffing van een onderzoekshandeling,
  2. L. W., verzoeker tot opheffing van een onderzoekshandeling, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 juni
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  4. Artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de partij die cassatieberoep instelt, het cassatieberoep moet laten betekenen aan de partij tegen wie het gericht is, maar dat de vervolgde persoon daartoe enkel verplicht is in zoverre zijn cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering. Overeenkomstig het tweede lid van dat artikel moet het exploot van betekening bij de griffie van het Hof worden neergelegd binnen de termijnen die in artikel 429 Wetboek van Strafvordering zijn bepaald voor het indienen van memories.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het strafrechtelijk beslag dat de eisers verzoeken op te heffen, verband houdt met een strafvordering die te hunnen laste aanhangig is in België. Aldus zijn de eisers geen vervolgde personen in de zin van artikel 427 Wetboek van Strafvordering.
  6. Het blijkt niet dat de cassatieberoepen van de eisers zijn betekend aan het openbaar ministerie bij het appelgerecht. De cassatieberoepen zijn niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de memorie
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de memorie van de eisers ter kennis van het openbaar ministerie bij het appelgerecht is gebracht, zoals vereist door artikel 429 Wetboek van Strafvordering. De memorie is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 26 oktober 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260128.2F.15 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200512.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.