id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211102.2N.2 Rolnummer: P.21.0717.N Zaak: Y. contra Fluvius System Operator CVBA Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2021-11-08 Raadplegingen: 1015 - laatst gezien 2026-06-13 21:57 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Het enkele gegeven dat een raadsheer in een correctionele kamer van het hof van beroep mee oordeelt over de gegrondheid van de strafvordering, terwijl hij in het kader van dezelfde strafvordering voorheen als lid van de correctionele rechtbank heeft geoordeeld over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van dezelfde beklaagde, houdt niet in dat die raadsheer een tweede maal kennisneemt van dezelfde zaak in de zin van de bepaling van artikel 292, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en uit dat enkele gegeven kan evenmin schending van artikel 6.1 EVRM of miskenning van het recht op een onpartijdige rechterlijke instantie worden afgeleid en dat is slechts anders indien uit de beslissing van de correctionele rechtbank blijkt dat deze zich daadwerkelijk een mening heeft gevormd over de grond van de zaak; dat de correctionele kamer van het hof van beroep zich uitspreekt met eenparigheid van haar leden zoals bedoeld in artikel 211bis Wetboek van Strafvordering, doet aan het voorgaande geen afbreuk
(1)Cass. 12 maart 2013, AR P.12.0852.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130312.3, AC 2013, nr. 171; Cass. 26 april 1994, AR P.94.0358.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940426.13, AC 1994, nr. 201 en de noot M.D.S.; R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging 6de editie 2014, pp. 791-805; M.-A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, t. I, pp. 15-20; A. WINANTS, "De onpartijdige rechter: invloed op de Belgische rechtspraak van de arresten Piersack en De Cubber", in J. D'HAENENS, A. DE NAUW en M STORME (eds.) Actuele problemen van strafrecht. XIVde Postuniversitaire cyclus Willy Delva 1987- 88, Antwerpen, 1988, pp. 277-
- Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht op een onpartijdige rechterlijke instantie - Raadsheer in de correctionele kamer van het hof van beroep - Raadsheer voordien lid van de correctionele rechtbank oordelend over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Uitspraak bij eenparigheid door de correctionele kamer in beroep - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Onpartijdige rechterlijke instantie - Raadsheer in de correctionele kamer van het hof van beroep - Raadsheer voordien lid van de correctionele rechtbank oordelend over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Uitspraak bij eenparigheid door de correctionele kamer in beroep - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Onpartijdige rechterlijke instantie - Raadsheer in de correctionele kamer van het hof van beroep - Raadsheer voordien lid van de correctionele rechtbank oordelend over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Uitspraak bij eenparigheid door de correctionele kamer in beroep - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Eenstemmigheid - Raadsheer in de correctionele kamer van het hof van beroep - Raadsheer voordien lid van de correctionele rechtbank oordelend over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Uitspraak bij eenparigheid door de correctionele kamer in beroep - Onpartijdige rechterlijke instantie - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0717.N E Y, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sam Vlaminck, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2020 Antwerpen, Vrijheidstraat 32, waar de eiser woonplaats kiest, tegen FLUVIUS SYSTEM OPERATOR cv, met zetel te 9090 Melle, Brusselsesteenweg 199, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest spreekt de eiser vrij voor de telastleggingen B.1 en C.1 en stelt vast dat de vrijspraak van de eiser voor de telastlegging E.1 definitief is. In zoverre gericht tegen die beslissingen, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 292, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid: raadsheer P.J.S., die het arrest mee heeft gewezen, heeft gezeteld in de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, die bij beschikking van 2 april 2020 eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling heeft verworpen; dat verzoek staat in nauw verband met de beoordeling van de gegrondheid van de strafvervolging, zodat die magistraat in een eerdere fase reeds uitspraak heeft gedaan in eisers zaak; ook verwijst de vermelde beschikking zonder voorbehoud naar het grote geldgewin dat met de vervolgde feiten wordt beoogd, zodat die magistraat de schijn heeft gewekt standpunt in te nemen over de gegrondheid van de aan de eiser ten laste gelegde feiten; dit maakt dat er voor de eiser objectieve gronden zijn die gewettigde twijfel kunnen doen ontstaan over de objectiviteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke instantie die over zijn hoger beroep heeft geoordeeld, temeer daar het arrest met eenparige stemmen is gewezen en de betrokken raadsheer dus standpunt heeft ingenomen over de gegrondheid van de feiten en over de strafmaat.
- Artikel 292, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt: “Nietig is het vonnis, gewezen door een rechter die vroeger bij het uitoefenen van een ander rechterlijk ambt kennis heeft genomen van de zaak”.
- Het enkele gegeven dat een raadsheer in een correctionele kamer van het hof van beroep mee oordeelt over de gegrondheid van de strafvordering, terwijl hij in het kader van dezelfde strafvordering voorheen als lid van de correctionele rechtbank heeft geoordeeld over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van dezelfde beklaagde, houdt niet in dat die raadsheer een tweede maal kennisneemt van dezelfde zaak in de zin van de vermelde bepaling.
- Uit dat enkele gegeven kan evenmin schending van artikel 6.1 EVRM of miskenning van het recht op een onpartijdige rechterlijke instantie worden afgeleid. Dat is slechts anders indien uit de beslissing van de correctionele rechtbank blijkt dat deze zich daadwerkelijk een mening heeft gevormd over de grond van de zaak.
- Dat de correctionele kamer van het hof van beroep zich uitspreekt met eenparigheid van haar leden zoals bedoeld in artikel 211bis Wetboek van Strafvordering, doet aan het voorgaande geen afbreuk.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- In de beschikking van 2 april 2020 heeft de correctionele rechtbank onder meer geoordeeld: “In hoofde van [de eiser] bestaat recidive- en vluchtgevaar. Het recidivegevaar vloeit voor uit de aard van de [aan de eiser] ten laste gelegde feiten en het grote geldgewin dat ermee beoogd wordt gecombineerd met de vaststelling dat nergens uit blijkt dat [de eiser] een afdoende en regelmatig bekomen inkomen heeft (…)”.
- Die reden maakt enkel toepassing van de criteria bepaald in de artikelen 16 en 27 Voorlopige Hechteniswet, waaronder het recidivegevaar, en gaat daarbij enkel voort op een algemeen gekende drijfveer voor het plegen van feiten zoals deze die de aan de eiser worden verweten. Daaruit blijkt niet dat de correctionele rechtbank zich daadwerkelijk een mening heeft gevormd over de schuld van de eiser of over de hem op te leggen straf. Dat blijkt evenmin uit andere redenen van de beschikking. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 232,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 2 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211102.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940426.13 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130312.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div