id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211102.2N.6 Rolnummer: P.21.0910.N Zaak: PK West-Vlaanderen, afd. Kortrijk contra U. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2021-11-08 Raadplegingen: 960 - laatst gezien 2026-06-19 00:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Wanneer het bestreden vonnis niet alleen de strafvordering niet ontvankelijk verklaart bij gebrek aan wettelijke grondslag voor de bestraffing, maar ook oordeelt dat de feiten niet strafbaar zijn omdat de beklaagde een activiteit in intieme kring uitoefende in de zin van artikel 5, tweede lid, MB 23 maart 2020 waarop het verplaatsingsverbod van artikel 8 MB 23 maart 2020 niet van toepassing is, dan draagt dit oordeel de bestreden beslissing zodat het middel dat dit oordeel niet bekritiseert niet tot cassatie kan leiden en bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is
(1)Over de ontvankelijkheid van de strafvordering zie Cass. 28 september 2021 (voltallige zitting), AR P.21.1129, AC 2021, nr. 593 met concl. van advocaat-generaal A. WINANTS. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WETTIGHEID VAN BESLUITEN EN VERORDENINGEN Vrije woorden: Wet Civiele Veiligheid - Artikel 182 - Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 - Artikel 8 - Verbod om zich onnodig op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden - Uitzonderingen op dit verbod - Artikel 5, tweede lid, Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 - Activiteiten in intieme of familiale kring - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: MB 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken - 23-03-2020 - Art. 5, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 2020030347 MB 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken - 23-03-2020 - Art. 8 - 01 ELI link Pub nr 2020030347 Thesaurus CAS: GEZONDHEIDSPOLITIE - OVER DE MENS Vrije woorden: Wet Civiele Veiligheid - Artikel 182 - Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 - Artikel 8 - Verbod om zich onnodig op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden - Uitzonderingen op dit verbod - Artikel 5, tweede lid, Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 - Activiteiten in intieme of familiale kring - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: MB 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken - 23-03-2020 - Art. 5, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 2020030347 MB 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken - 23-03-2020 - Art. 8 - 01 ELI link Pub nr 2020030347 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Vrije woorden: Bestreden vonnis dat de strafvordering niet ontvankelijk verklaart - Bijkomend oordeel dat de feiten niet strafbaar zijn - Wet Civiele Veiligheid - Artikel 182 - Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 - Artikel 8 - Verbod om zich onnodig op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden - Uitzonderingen op dit verbod - Artikel 5, tweede lid, Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 - Activiteiten in intieme of familiale kring - Middel dat dit bijkomend oordeel niet bekritiseert - Gevolg - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: MB 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken - 23-03-2020 - Art. 5, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 2020030347 MB 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken - 23-03-2020 - Art. 8 - 01 ELI link Pub nr 2020030347 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0910.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG WEST-VLAANDEREN, afdeling Kortrijk, eiser, tegen S L P U, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 21 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 12, tweede lid, en 14 Grondwet en de artikelen 182 en 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid (hierna Wet Civiele Veiligheid): met het oordeel dat er geen wettelijke basis is voor de bestraffing van een inbreuk op het verbod om zich onnodig op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden, omschreven in artikel 8 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken (hierna MB 23 maart 2020), zoals hier van toepassing, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht; de coronapandemie moet worden beschouwd als een voor de civiele veiligheid bedreigende omstandigheid waardoor de minister, bevoegd voor Binnenlandse Zaken, bevoegd is om maatregelen uit te vaardigen in de zin van artikel 182 Wet Civiele Veiligheid, waarbij de weigering of het verzuim zich te gedragen naar die maatregelen strafbaar wordt gesteld op grond van artikel 187 van diezelfde wet; het verbod van niet-essentiële verplaatsingen moet wel degelijk worden beschouwd als een maatregel zoals bedoeld in de artikelen 182 en 187 Wet Civiele Veiligheid.
- Het bestreden vonnis beperkt zich niet ertoe de strafvordering niet ontvankelijk te verklaren bij gebrek aan wettelijke grondslag voor de bestraffing. Het oordeelt ook (p. 8) dat de feiten hoe dan ook niet strafbaar zijn omdat de verweerder bij zijn vriend op bezoek ging, wat moet worden beschouwd als een activiteit in intieme kring in de zin van artikel 5, tweede lid, MB 23 maart 2020, waarop het verplaatsingsverbod van artikel 8 MB 23 maart 2020 niet van toepassing is. Dit oordeel, dat door het middel niet wordt bekritiseerd, draagt de bestreden beslissing. Het middel dat bijgevolg niet tot cassatie kan leiden, is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 33,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 2 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211102.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210928.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div